steun vpro

Bernlef, K. Schippers en Jan Baeke

Poetry International

Boeken loopt vooruit op het jaarlijkse poëziefestival, dat van 12 tot en met 17 juni in Rotterdam wordt gehouden. Te gast zijn de dichters Bernlef en K. Schippers, die ook op het festival aanwezig zullen zijn. En Jan Baeke is te gast, dichter en als programmeur ‘beeld en geluid’ verantwoordelijk voor het onderdeel ‘Dialoog met het verleden’.

De 43ste editie van Poetry International voert als thema Het onvoltooide. Een onvoltooid oeuvre, onvolledige gedichten, dichters die er maar niet in slagen een gedicht te vervolmaken. Het onvoltooide hoeft echter geen tragedie te zijn, soms is onaf gewoon het mooist.

Vanaf de eerste editie van Poetry International was de Wereldomroep aanwezig om er audio-opnames te maken. Van Elizabeth Bishop tot Joseph Brodsky, maar ook de stemmen van Nederlandse grootheden als Lucebert, Cees Buddingh en Gerrit Kouwenaar zijn gearchiveerd. Ruim vier decennia later komt daar door de zware bezuinigingen een einde aan. Tijdens de laatste avond van het festival wordt het archief, dat zo'n 1500 uur aan audiomateriaal beslaat, officieel aan Poetry International overgedragen en wordt het slotprogramma toegespitst op het thema ‘dialoog met het verleden’. Dichter Jan Baeke, tevens programmeur ‘beeld en geluid’ van het festival, is verantwoordelijk voor het onderdeel waarin de talloze dichters die ooit deelnamen figureren. Optredende dichters kiezen fragmenten uit het verleden en reageren erop. In sommige gevallen worden gedichten zelfs herbewerkt.

Bernlef, onlangs 75 jaar geworden, is een van de dichters die deel uitmaakt van de slotavond. Dit jaar viert hij zijn vijftigjarig schrijversjubileum met de publicatie van de nieuwe verhalenbundel Help me herinneren en zijn keuze uit al zijn gedichten tussen 1960 en 2010, de bundel Voorgoed. Een keuze, ruim genoeg ‘om precies te passen in dit gevoel van alles voorgoed’, zoals hij in een gedicht ooit schreef. Ook K. Schippers is te gast op Poetry International. Vorig jaar verscheen van hem Tellen en wegen, zijn eerste nieuwe dichtbundel die hij sinds 1976 publiceerde. In de tussenliggende tijd schreef hij tientallen titels, waaronder proza en essays, maar de poëzie stond op een lager pitje. Wel hij hield zijn ogen open voor dingen die zo gewoon zijn dat niemand ze meer ziet. De essentie van poëzie, aldus Bernlef en K. Schippers.