steun vpro

Boeken

Ian Buruma & Douwe Draaisma

Ian Buruma geeft in het boek '1945. Biografie van een jaar' een beeld van pijn en hoop na de Tweede Wereldoorlog. Het boek is geschreven vanuit verwondering over de vanzelfsprekendheid waarmee iedereen zijn leven weer oppakte in het jaar na de oorlog. En Douwe Draaisma schreef 'De dromenwever' nadat hij gefascineerd raakte over hoe blinden dromen.

Het boek 1945. Biografie van een jaar van journalist, historicus en japanoloog Ian Buruma is geschreven vanuit verwondering over de vanzelfsprekendheid waarmee zijn vader zijn leven weer oppakte in het jaar na de oorlog. Een boek over pijn en hoop.

Het eind van de Tweede Wereldoorlog leidde tot vrijheden die volop benut zijn. Niet alleen de seksuele moraal werd tijdelijk opgeschort, ook wraakzucht kreeg vrij spel. Toch waren er ook veel mensen die het liefst doorgingen met hun leven van voor de oorlog, alsof er niets gebeurd was.

De vader van Ian Buruma was zo iemand. Hij was door de bezetter tewerkgesteld in Berlijn, op het nippertje ontkomen aan een executie en gered door een Duitse prostituee. Toch praatte hij bijna nooit over de oorlog.

Buruma onderzocht hoe mensen uit verschillende continenten reageerden op deze breuk in hun leven. Hij begint zijn boek in 1945 en eindigt in 1989, toen hij samen met zijn vader door een muurloos Berlijn liep. Tussen deze jaartallen zochten mensen vergelding. 'Wraakzucht is even menselijk als de behoefte aan seks en voedsel', schrijft Buruma. Ook zwarte handel, criminaliteit en honger waren aan de orde van de dag. Gelukkig waren er ook mensen die een veiliger wereld wilden creëren. Want het mocht nooit meer zo worden als vroeger.

Psycholoog en schrijver Douwe Draaisma had niks met dromen en liet het onderwerp maar al te graag links liggen. Tot zijn vriendin hem vroeg hoe blinden eigenlijk dromen. Hij raakte gefascineerd en schreef De dromenwever.

'Dromen zijn intieme, geheimzinnige boodschappen uit de nacht. Je eigen brein lijkt je op een intrigerende manier iets over jezelf te willen vertellen. Je vraagt je naderhand dus af: wat wilde ik mezelf duidelijk maken?' Draaisma verkent in zijn boek het onderzoek naar dromen van psychologen, psychiaters, neurologen en slaaponderzoekers door de jaren heen. En ja, ook Freud komt aan bod. Opvallend: Draaisma concludeert dat we nog steeds niet zoveel weten. Het blijft een schemerig onderzoeksterrein, omdat dromen zo vluchtig zijn.

Draaisma onderscheidt in zijn boek ongeveer twintig soorten dromen, als bijvoorbeeld examendromen, waarin je faalt, of lucide dromen, waarin je zelf door hebt dat je droomt. Per soort droom zoekt hij naar een verklaring: zo dromen we soms dat we kunnen vliegen, omdat onze lichamen in de remslaap er zo ontspannen bij liggen dat onze hersenen onze voortplaatsing door de droomwereld alleen kunnen verklaren als zweven. Spieren gebruiken we immers niet.

Maar hoe zit het dan met de dromen van blinden? In De dromenwever interviewt Draaisma de blind geboren Vincent Bijlo. Hem wordt vaak gevraagd of hij in een hoorspel droomt. ‘Maar dat is niet zo. Ik droom in de zintuigen die mij dagelijks ter beschikking staan. Dus ik droom in tast, in gevoel, in reuk, in geluiden, in alles wat ik overdag ook heb.’ Er zijn nog veel vragen onbeantwoord over dromen, maar De dromenwever is een mooie verkenning van wat we weten.