Omgekeerde wereld: Bekering in Sarajevo

Michael de Werd ,

Wat was jouw blikverruimende reiservaring? VPRO Buitenland ontving op deze oproep talloze mooie foto's en verhalen. Correspondent Michael de Werd was in het Sarajevo van vóór en na de Balkanoorlog.

Haris Silajdžić

Toen ik in 1990 in Sarajevo was, ben ik bekeerd. Niet direct tot de Islam, maar wel bekeerd van mijn vooroordelen tegen die godsdienst. Een ontmoeting die daarbij centraal stond, was die met Haris Silajdžić. Later zou Silajdžić een gewichtige rol spelen in de Bosnische politiek en het tot minister-president en president brengen, maar toendertijd was hij nog docent aan de universiteit. Eén van de talloze intellectuelen die zich in het post-communistische Oost-Europa op de politiek stortten. Silajdžić fungeerde als woordvoerder en tolk van Alija Izetbegović, de voorzitter van de moslimpartij SDA. Eigenlijk was ik gekomen om een interview met Izetbegović te maken, maar omdat die nog een afspraak had, praatte ik zolang met Silajdžić. Uiteindelijk werd het een gesprek van meer dan drie uur.

Silajdžić vertelde mij over Bosnië en over de bijzonderheden van de Islam in zijn land, maar ook over zijn eigen leven. Zijn tijd in Libië en zijn literaire ambities. Die waren voor hem belangrijker dan de wetenschap of de politiek. Vol trots liet hij mij een kort verhaal zien, dat kort geleden in een tijdschrift publiceerd was. Omdat wij zoveel tijd hadden, bracht hij mij ook nog de beginselen van het Arabische schrift bij. Behalve voor geschiedenis was hij nl. ook docent voor Arabisch. Hoewel het enkel een informeel gesprek was, veranderde het toch mijn beeld van de Islam op ingrijpende wijze. Voor het eerst besefte ik dat er ook modern denkende en tolerante moslims zijn, en dat de Islam een Europese godsdienst is.

'Islam staat voor boerka's en bommen'

Het behoeft geen nader commentaar dat het imago van de Islam momenteel verschrikkelijk negatief is. Anno 2014 staat Islam voor Taliban, Al Qaida, Hamas, Boku Haram en ISIL. Voor boerka’s en bommen. Openlijk anti-islamitische partijen als de PVV, het Front National of de FPÖ boeken de ene verkiezingsoverwinning na de anderen. En zelfs bij mensen die niets van Wilders en Co. willen weten, domineert toch meestal de voorstelling van de Islam als een godsdienst voor laag opgeleide allochtonen met een ouderwets wereldbeeld.

In 1990 toen ik voor het eerst naar Bosnië kwam, was dat nog niet zo kras. Met de ayotollah Khomeini had de Islam weliswaar zijn boze gezicht gekregen, en in Frankrijk was Jean-Marie Le Pen de eerste internationaal bekende politicus die met de angst voor de Islam campagne voerde. Desondanks waren de moslims niet het grote thema.

'Een burgeroorlog kon ik mij niet voorstellen'

Alles draaide zich om aan het einde van het communisme in Oost-Europa. Hoewel ik net begonnen was als journalist, zat ik er al snel midden in. Ik was erbij toen aan de Oostenrijks-Hongaarse grens het IJzeren Gordijn werd opengeknipt, toen in Bratislava de fluwelen revolutie op gang kwam, en toen in Boedapest het eerste filiaal van McDonalds werd geopend. Het was interessant om te zien hoe de vrije markt en de democratie zich met horten en stoten naar voren bewogen. De ontwikkelingen binnen de pers kon ik zelfs van binnen meemaken, toen ik correspondent werd voor de Freie Presse, de grootste krant uit de vroegere DDR.

De aandacht voor de veranderingen in Joegoslavië was aanvankelijk gering. Zij waren natuurlijk minder spectaculair dan in bijvoorbeeld Tsjecho-Slowakije of Roemenië. Het land was geen lid van het Warschaupact, de grenzen waren altijd al open geweest en voor velen hoorde het eigenlijk niet echt tot het Oostblok. Desondanks verloren ook hier de communististen binnen de kortst mogelijke tijd hun macht.

Wat de Joegoslavische situatie brisant maakte, was het nationalisme dat weer de kop op stak. Van mijn vakanties in de bergen van Slovenië en aan de Kroatische kust wist ik dat de oude tegenstellingen nog steeds bestonden. Ik hield het ook niet voor uitgesloten dat het land vroeger of later uiteen zal vallen. Maar een burgeroorlog? Aan het einde van 20e eeuw? Dat kon ik mij eigenlijk niet voorstellen.

Zakenlieden in Begovamoskee

Ik kreeg de gelegenheid de situatie beter te leren kennen, toen ik voor de Belgische krant de Standaard een serie van artikelen over de verschillende Joegoslavische republieken mocht schrijven. Het gebied dat mij daarbij het meest fascineerde, was Bosnië en Herzegovina. Een Europees land met een cultuur die bepaald is door de Islam!

Ik moet zeggen dat toen ik voor het eerst naar Sarajevo kwam, de stad mij meteen beviel. Tegen mijn verwachting in vond ik hem er redelijk welvarend en verzorgd uitzien en in een betere toestand dan Belgrado en zelfs Zagreb. Het interessantste was natuurlijk zijn multiculturele karakter. De bazaar met de koperen ketels en de Turkse koffie, de katholieke en orthodoxe kerken, de oude synagoge met teksten in Ladino – Jodenspaans – en natuurlijk de moskeeen met hun minaretten die het silhouet van Sarajevo bepaalden.

Het meest verrast was ik echter door de mensen die ik bij de Begovamoskee, de grootste en oudste moskee van de stad, zag. Modieus gekleedde blonde vrouwen en heren in pak die er uitzagen als zakenlieden en niet als typische gastarbeiders. Onwillekeurig nam ik aan dat het buitenlandse toeristen moesten zijn, tot ik hen binnen zag bidden.

Het herinnerde mij een beetje aan de eerste keer dat ik ten Zuiden van de evenaar was. Pas na een paar dagen besefte ik dat om twaalf uur ’s-middags de zon in het Noorden en niet in het Zuiden staat. Je leert het weliswaar op school, maar toch is het wennen. Hetzelfde was het met de aanblik van “normale” Europeanen die moslim zijn.

De bazaar in Sarajevo

'De mensen roepen Khomeini naar mij'

En daarbij had ik mij al redelijk goed in het thema verdiept en verschillende boeken over de Islam en Mohammed gelezen. Ik wist ook de Islam net als het christendom een godsdienst met vele gezichten is, van de soefi-mystiek à la Jalal-ad-Din Rumi tot de syncretische abangan in Indonesië, die Islam met hindoeistische en anamistische elementen vermengt. En ik kende ook de gebruikelijke verklaring waarom juist in Bosnië zoveel moslims wonen. In de Middeleeuwen wat het het toevluchtsoord van de christelijke secte van de bogomielen. Aangezien zij noch voor de rooms-katholieke noch voor de orthodoxe kerk wilden capituleren, bekeerden zij zich uiteindelijk tot de Islam.

Desondanks was mijn bezoek aan Sarajevo een openbaring. Tegen mijn verwachting zag ik vrijwel nergens vrouwen met een hoofddoekje. Zelfs niet in het hoofdkwartier van de Islamitische gemeenschap. De enige plaats waar zij domineerden, was aan de islamitische theologische hogeschool, waar ongeveer de helft van de studenten vrouwen waren. Een studente verzuchtte echter dat zij op straat telkens weer negatieve reacties vanwege haar kleding kreeg: “De mensen roepen Khomeini naar mij.”

'Hij was het toonbeeld van het multiculturele Sarajevo'

De meeste moslims die ik sprak, hadden verrassend progressieve opzattingen, ook over omstreden thema’s als abortus. En in tegenstelling tot de Serviërs en Kroaten die in andere delen van het land tegenkwam, speelde het nationalisme bij hen geen rol. Van de politici die ik sprak, vond ik Haris Silajdžić de redelijkste en sympathiekste indruk maken. Voor mij was hij het toonbeeld van het muliticulturele Sarajevo.

Wat in de rest van Joegoslavië steeds moeilijker werd, was in Bosnië klaarblijkelijk nog mogelijk: verschillende volkeren en religies die vreedzaam naast elkaar leven. In een artikel voor Trouw schreef ik dat Bosnië de mogelijkheid had het Zwitserland of het Libanon van de Balkan te worden. Hoewel ik mij afvroeg of dat laatste niet wat te extreem was geformuleerd, bleken het uiteindelijk profetische woorden.

Een paar maanden later braken de eerste gewapende conflicten uit tussen Slovenië en het Joegoslavische leger, en berichtte ik over de gevechten aan de grens met Oostenrijk. Mijn journalistieke activiteiten in het vroegere Joegoslavië gingen echter weldra ten einde. Het land werd het het domein van de oorlogscorrespondenten. Ik kwam nog een paar keer naar Slovenië en bezocht zelfs een talencursus in Zadar. En natuurlijk volgde ik de ontwikkelingen in Bosnië op de voet: het beleg van Sarajevo, de genocide van Srebrenica en uiteindelijk de wederopstanding van de veelvolkerenstaat door het verdrag van Dayton.

'Van de toenemende invloed van fundamentalisten merkte ik weinig'

Ruïne in Sarajevo

Toch zou het tot 2008 duren voordat ik voor het eerst weer naar Bosnië kwam. Dit keer zelfs in opdracht van de Islam of om het precieser uit te drukken: van de Nederlandse Islamitische Omroep. Voor de NIO was ik bezig met een reeks reportages over de Islam in de verschillende Europese landen. Persoonlijk vond ik het het beste radiowerk dat ik ooit had gemaakt, en opnieuw verruimde het mijn blik op de Islam. In Polen leerde ik de Lipka-Tataren kennen, die andere groep “inheemse” moslims in Europa die sinds de 16e eeuw in het Oosten van Polen leeft.

Natuurlijk verheugde ik mij ook op het weerzien met Sarajevo, hoewel ik gespannen was wat er veranderd zou zijn. Eigenlijk heel weinig. Op de weg naar de binnenstad hing nog altijd het plakkaat voor de Olympische winterspelen van 1984, het hoogtepunt van de 20e eeuw in Sarajevo. De nationale bibliotheek was nog steeds een ruïne en in verschillende flatgebouwen waren kogelgaten te zien, maar verder scheen de oorlogsschade hersteld. Hoewel het op papier slecht ging met het Bosnische economie, maakte de stad allerminst een armoedige indruk. Ook van de toenemende invloed van Saoedi-Arabië en de fundamentalisten – een geliefd thema in de media – merkte ik weinig. Werden er echt meer hoofddoekjes gedragen?

Twee cynische lessen

De ingang van de tunnel in Sarajevo

Natuurlijk is het moeilijk om in de ziel van de mensen te kijken. Bij een Islamitische vrouwencentrum vertelde de directrice mij over de vele inwoners die nog steeds aan oorlogstrauma’s lijden. De meest morbide ervaring was het bezoek aan de nieuwste bezienswaardigheid van Sarajevo: de tunnel onder het vliegveld, die tijdens het beleg de enige mogelijkheid was om de stad te verlaten.

Ik had ook enkele interessante ontmoetingen: met de journalist Ahmed Burić - één van de scherpste critici van de zgn. Islamisering -, met de leider van een nieuw soefi-orkest en met Mustafa Cerić, de grootmoefti van Bosnie en Herzegovina in wie sommigen het toekomstig hoofd van alle moslims in Europa zagen.

Eén ontmoeting kwam helaas niet tot stand. Ik had een interview aangevraagd met Haris Silajdžić, die toendertijd als moslimvertegenwoordiger in het staatspresidium zat. Ik kreeg echter geen antwoord. Misschien had hij het gewoon te druk. Of lag het soms aan het thema? Toen ik met Semiha Borovac, de burgemeester van Sarajevo, sprak en haar vroeg naar de rol van de Islam in haar leven, merkte hoe gevoelig zulke vragen tegenwoordig in Bosnië liggen. Vooral bij moslimpolitici. Misschien was een weerzien met Silajdžić ook wel een teleurstelling geworden. Mijn terugkeer naar Sarajevo scheen mij twee nogal cynische lessen te leren. Aan de ene kant dat een schijnbaar vreedzaam samenleven binnen de kortst mogelijkheid kan uitmonden in een bloedige burgeroorlog. En aan de andere kant dat daarna het leven weer zijn gewone gang gaat.

Over

Michael de Werd is journalist en correspondent. De Werd werkte onder meer voor de NOS, Trouw en de VRT.

Wegens succes verlengd!

Wat was jouw blikverruimende reiservaring? Stuur je inzending uiterlijk 31 augustus naar buitenland@vpro.nl. Geselecteerde verhalen maken kans op een buitenlandprijzenpakket en publicatie in de VPRO Gids.