nieuwe site?

Publiek bezit

Interview met Factory-oprichter Tony Wilson

Han Ceelen ,

Michael Winterbottoms 24 Hour Party People geeft een hilarisch overzicht van de muziekscene in Manchester van 1976 tot 1992. Volgens Tony Wilson, mede-oprichter van het roemruchte Factory Records label en in de film gespeeld door komiek Steve Coogan, lieten de makers zich echter niets gelegen liggen aan de waarheid. Desondanks zijn ze er in geslaagd de 'absolute waarheid te vertellen over de punkmuziek, over de acidcultuur en over Factory.'

Anthony H. Wilson is ook in 2003 nog een bekend gezicht in Manchester. Hij werkt nog altijd als presentator bij Granada TV, houdt zich wat met lokale politiek bezig, en bewoont een loft in Little Peter Street, zo'n beetje naast de vroegere repetitieruimte van Joy Division en de plek waar tot voor kort de Hacienda stond.

De fameuze nachtclub is inmiddels gesloopt en heeft plaatsgemaakt voor luxe appartementen. Op de gevel heeft de makelaar een spandoek gehangen met de tekst: Now the party's over, you can come home. Wilson (53) heeft de reputatie door zijn arrogantie moeilijk te interviewen te zijn, maar is deze ochtend poeslief en op zijn charmantst.

Hoe reageerde u toen u hoorde dat men uw levensverhaal wilde verfilmen?
'Toen ze me het idee vijf jaar geleden voorlegden was ik er tegen. Ik zei: "Maak toch een film over nu. Over gangsters en geweld. Fuck het verleden, het is boring." Maar uiteindelijk heb ik me laten overhalen. Niet omdat ik vond dat er zonodig een film over mij gemaakt moest worden, maar omdat ik wel begreep dat ze me nodig hadden om het verhaal van Factory te vertellen.'

Hebt u invloed gehad op de inhoud van de film?
'Absoluut. Dat kan ook niet anders als je bedenkt hoe scenarioschrijver Frank Cotrell Boyce te werk is gegaan. Hij heeft zo'n dertig mensen uit de periode 1976-1992 - Factory-medewerkers, muzikanten, roadies, drugsdealers, vriendinnen - zéér uitvoerig geïnterviewd. En op basis van al die verhalen, beelden en anekdotes heeft hij vervolgens een scenario in elkaar gezet, zonder zich ook maar iets aan te trekken van de waarheid. Voorbeeld: Frank vraagt mij tijdens het interview om iets te vertellen over Don Tonay, de eigenaar van de Russell Club. Dus ik beschrijf hoe Tonay als hij de club verliet altijd een busje liet voorrijden dat werd bestuurd door twee mooie prostituees. Eén ervan stapte uit, hij ging tussen hen in zitten en dan scheurden ze weg. Dat is een beeld dat ik van Don Tonay heb. Maar in de film komt dat terug als de scène waarin ik seks met een van die hoeren achter in zijn auto. Ander voorbeeld: in kreeg een versie van het script opgestuurd waarop ik zo'n beetje op elke bladzijde riep dat ik in Cambridge had gestudeerd. Toen heb ik tegen Frank gezegd: "Laat me je een verhaal vertellen: een halfjaar geleden was ik op reportage op een school in Liverpool met een cameraman met wie ik al samenwerk sinds 1973. Op de terugweg zegt hij tegen me: fucking hell To, ik wist niet dat jij naar de universiteit was geweest." Iemand die ik al dertig jaar ken! En zo gaat dat dus de hele film door. In elke scène zit wel een kern van waarheid, maar de rest is compleet verzonnen. Ik heb keihard gevochten om een aantal dingen gewijzigd te krijgen. Ik heb vloekend en tierend aan de telefoon gehangen, maar ik schat dat maar eenderde van mijn bezwaren is ingewilligd.'

U bent dus niet blij met het eindresultaat?
'Jawel, want het geniale van Frank is dat hij erin is geslaagd om door middel van deze complete verzameling leugens de absolúte waarheid te vertellen over de punkmuziek, over de acidcultuur en over Factory. Ik vind het een fantastische film.'

Lijkt de Tony Wilson die Steve Coogan neerzet wel op u?
'Coogan heeft het uitstekend gedaan. Ik denk dat ik in de film dommer en dikdoeneriger word neergezet dan ik ben. Maar ik word ook heroïscher neergezet dan ik ben, dus het werkt beide kanten op. Ik begrijp ook heel goed hoe drama werkt. Between the legend and the truth, print the legend, heb ik altijd gezegd, en dat hebben ze gedaan. Het enige wat je een beetje mist in de film is mijn onaangename, nare kant waar mijn vrienden altijd over klagen. Ik kan nogal opvliegend zijn.'

U vindt het niet vervelend dat hij een beetje de draak met u steekt?
'Nee, dat is allemaal public image. Het heeft niets met mij te maken. Ik ben al sinds mijn 23ste op tv als presentator en heb al heel vroeg geleerd dat je de persoon op tv moet scheiden van wie je zelf bent. Mijn motto is altijd geweest: My public image is none of my business. Ergens halverwege het draaiproces heb ik me gerealiseerd: shit, deze film werkt alleen maar als ze mij in de zeik nemen. Nou ja, het zij zo.'

U hebt van dichtbij de opkomst meegemaakt van later wereldberoemd geworden bands als de Buzzcocks, Joy Division, de Happy Mondays en The Smiths. Is het toeval dat al dat talent juist in Manchester opstond?
' Nee. Het heeft denk ik veel te maken met de openheid en de gastvrijheid van Manchester. Wij zijn dé immigrantenstad van Engeland. We staan open voor invloeden van buitenaf, en dat zie je terug in de muziek. Dave Ambrose (een Britse platenbaas - HC) heeft het wel eens zo gezegd: Manchester kids hebben de beste platencollectie. Rock 'n roll gaat over de hoeveelheid en de diversiteit van invloeden, en in Manchester zijn die vrijwel onbeperkt. Wat je ook ziet is dat bands over het algemeen in Manchester blijven en er hun geld investeren. In Liverpool gaan ze er gewoonlijk zo snel mogelijk vandoor, zoals de Beatles, die hun geld spendeerden aan Apple in Londen. Maar 10CC besteedde zijn geld om hier de Strawberry Studio's te bouwen, zodat wij toen we begonnen een geweldige studio hadden staan. New Order investeerde geld in de Hacienda, Simply Red in Manchesters eerste designer-hotel. De enige band die wel naar Londen is vertrokken is Oasis, maar dat zijn van oorsprong Ieren; die zijn nooit zo honkvast. Vergeet ook niet dat de geschiedenis van de rock 'n roll zich altíjd heeft afgespeeld in kleine steden. Liverpool, Memphis, Seattle, Bristol, San Francisco, noem maar op. Die hebben blijkbaar een bepaalde creativiteit omdat iedereen elkaar kent, een organische natuur waar zo'n muziekscene tot bloei kan komen. Meestal zijn dat soort steden een jaar of drie het centrum van het universum. Liverpool had dat in 1967 en 1968. Ineens was het er, en even plotseling was het ook weer weg. Het bijzondere aan Manchester is dat het bij ons begon met de Buzzcocks en eigenlijk pas weer ophield eind jaren '90. Wij hebben dus een bloeiperiode gekend van ruim twintig jaar.'

U bent al die tijd een spil geweest in die muziekscene. Wat was het in uw persoonlijkheid dat u zo geschikt maakte voor die rol?
'Mijn enthousiasme denk ik. Ik ben een goede tv-presentator en journalist, maar ik ben niet iemand met één groot talent . Mijn kwaliteit is dat ik geobsedeerd ben door talentvolle mensen. Ik vermoed dat het iets te maken heeft met Salford, waar ik vandaan kom en waar ook Graham Nash vandaan komt. Iedereen vroeg zich altijd af hoe de reusachtige ego's in Crosby, Stills Nash & Young het met elkaar hadden uitgehouden. En later zeiden ze allemaal: Nash's enthousiasme hield ons bij elkaar. Dus ik mag graag denken dat ik een soort Graham Nash-figuur ben die groepen getalenteerde mensen kan binden. Voor een deel heb ik ook het geluk gehad dat ik een kind ben van de jaren '60.
Het vroegere hoofd van Warner Brothers heeft wel eens gezegd dat je om echt iemand te zijn in de muziekindustrie in de jaren '50 geboren moet zijn. Dat zei hij omdat hij zelf in 1950 is geboren, maar hij had wel gelijk. Het betekent namelijk dat je steeds precies op het goede moment de juiste fases hebt doorlopen. Op je zevende of achtste hoor je je eerste Elvis-song en denk je : fuck, wat was dat? Als je 11 bent luister je naar de Shadows en koop je je eerste gitaar, als je 13 bent en je zit net op de middelbare school beginnen The Beatles, en als je 18 bent en naar de universiteit gaat is het een en al drugs en revolutie en The Grateful Dead en Jefferson Airplane. En begin jaren '70 is het plotseling allemaal voorbij. Dat was een heel pijnlijk moment voor mensen van mijn generatie. Je kunt je gewoon niet meer voorstellen hoe slecht de popmuziek er in 1974 en 1975 voorstond. Er was hélemáál niets meer. Dus op het moment dat je dan The Pistols ziet en beseft dat er misschien een wedergeboorte in aantocht is, maakt dat ook des te meer indruk.'