nieuwe site?

Het Zorreguieta-dilemma

Scenarioschrijver Beukenkamp en historicus Baud over feit en fictie in De Kroon

Kees Sluys ,

In het VPRO-televisiedrama De Kroon is de waarheid gemanipuleerd. Wat is echt zo gezegd en wat niet? Scenarioschrijver Ger Beukenkamp en historicus Michiel Baud over de wankele balans tussen fictie en feiten.

FICTIE
Scenarioschrijver Ger Beukenkamp: 'Een zorgvuldige balans vinden tussen feiten en
fictie. Strikt genomen kun je dat niet zeggen. Je kunt een appel nu eenmaal niet met een peer vergelijken. Drama heeft niks met waarheidsvinding te maken. Wel in die zin dat alles wat er in de wereld gebeurt mensenwerk is, dat de grootste boef een mens is en dat de grootste heilige ook een klootzak is. Dat is de glorie van drama en daar gebruik je elementen uit de werkelijkheid voor. Anders begrijpen de mensen het niet; mensen rijden in auto's en niet meer in postkoetsen.

'Dat geeft wel verantwoordelijkheden. Ik vind eigenlijk in alles wat ik schrijf dat ik mensen niet als onverbeterlijke klootzakken kan neerzetten. Uiteraard wist Zorreguieta van de hele kolerezooi, maar dan moet ik óók argumenten geven waarom hij het deed. En dan ben ik de advocaat van de duivel. Dat ben je natuurlijk ook als schrijver, dat moet zelfs.

'Gek genoeg, je moet wel je research doen, maar soms moet je als dramaschrijver ook weer niet te veel weten. Als je bijvoorbeeld zeker weet dat Zorreguieta wel degelijk in het martelcentrum is geweest, dan kom je voor de vraag: moet ik dat gebruiken? Terwijl ik hem zo in het martelcentrum kan neerzetten als ik het níet zeker weet. Snap je? Omdat ik drama schrijf. Dat is een heel raar gebied, heel ingewikkeld. Maar geschiedenis is van jou en mij, niemand kan de geschiedenis opeisen. Ik ga er vrij ver in. Tomas Ross is bijvoorbeeld veel principiëler. Die zal nooit iets schrijven over wat hij niet zeker weet, terwijl hij ook heel veel met dit soort drama bezig is. Waarom hij dat niet doet? Omdat hij een gereformeerde klootzak is, haha.

'Als ik het heb over het respecteren van de feiten, dat zijn toch niet meer dan de datums en de plekken waar iets zich heeft afgespeeld. En vervolgens zet ik iedereen altijd in een positie neer dat ze à deux zijn, één op één. Zodat alles gezegd kan worden - in die scène. Zodra er een derde bij is wordt het controleerbaar, is er een getuige, maar zolang ze met zijn tweeën praten kan alles worden gezegd. Zeker als je dealt met de werkelijkheid, met mensen die bestaan hebben, met een gevecht dat uitgevochten moet worden, dan doe ik dat opzettelijk. Niemand kan mij zeggen: het is zo en zo gegaan als twee mensen met elkaar zitten te praten. God weet wat voor rare moppen ze hebben zitten te tappen, en nog is er niemand die kan zeggen: dat is niet gebeurd. Dat bestaat niet.

'Maar dat Baud wegging na die eerste middag in New York, dat klopt. Alleen, de motieven daarvoor verzin ik. Misschien is het ook maar beter dat ik ze niet ken, want misschien had Baud gewoon een heel lullig afspraakje of iets anders te doen, en dat is zonde natuurlijk. Nu kon ik lekker zelf wat bedenken. En ik bedenk dan niet alleen een reden waarom hij weggaat, maar probeer die reden ook inhoudelijk te koppelen aan zijn rapport en aan het feit dat Van der Stoel denkt: wat moet ik met die man? Dus dan voel ik me vrij om het vertrek van Baud te motiveren vanuit het drama dat ik al heb opgezet. In die zin manipuleer je natuurlijk verschrikkelijk.

'In de film noemt Van der Stoel zijn opdracht een ouwewijvenklus. Daarop was de reactie van de RVD: Nee hoor, Van der Stoel was zeer vereerd met de klus. Daar heb je een mooi punt. Ik kan het voor mijn film absoluut niet gebruiken dat Van der Stoel het een leuke klus vindt. En omdat Van der Stoel niet met mij wilde praten kon ik dus besluiten dat hij het een ouwewijvenklus vond. Omdat dat ook dramaturgisch veel beter is. Hij moet overgehaald worden, Kok moet druk uitoefenen. Dat zijn ook meteen aardige scènes.

'Het is een beetje een kip of het ei-verhaal, want waarom kies je dit verhaal rond het huwelijk, en kies ik deze invalshoek? Je kunt zo'n verhaal overal aanpakken natuurlijk. Maar dit leek me mooi, ook al omdat je weinig drama ziet over oudere mannen of vrouwen. Vind ik ook wel eens leuk.

'Dat rapport van Baud heb ik natuurlijk ook gelezen. Er staat eigenlijk precies wat gezien de omstandigheden het meest correct is. En dat vind ik eerlijk gezegd een beetje verdacht. En dat je al die tijd in Argentinië níemand vindt die verder komt, dat vind ik wel vreemd hoor.

'Ik ken hem verder niet, voordat ik dit ging schrijven heb ik hem een keer in Nova gezien, dat is alles. Ik heb hem echt een beetje gebruikt, misschien wel misbruikt ten gerieve van mijn verhaal. Ik had het bijvoorbeeld nodig dat Zorreguieta en Van der Stoel samen eindigden. Ik moest Baud dus kwijt, dus dan verzin je wat.

'Ach, al met al is De Kroon niet echt belangrijk. Het is geen onthullende film zoals Costa-Gavras ze vroeger maakte. Het is ook amusement , hoor. En nee, ik denk niet dat de geschiedschrijving er wat aan heeft.'

FEITEN
Historicus Michiel Baud: 'Historici zoeken naar waarheid en naar een betekenis van die waarheid. En er wordt geprobeerd om het op zo'n manier te doen dat het verifieerbaar is. Het mooie van fictie - wij wetenschappers zijn daar wel eens jaloers op - is natuurlijk dat daarin mensen zelf van alles kunnen verzinnen. En zo'n film als De Kroon hoort tot een genre dat er een beetje tussenin zit. Daar kun je vragen bij stellen. Enerzijds gebruikt men de echte namen van de mensen, zodat je de illusie krijgt van een stuk verifieerbare werkelijkheid. Aan de andere kant zeggen de makers: het is drama, je mag ons niet afrekenen op het waarheidsgehalte ervan.'

Men heeft absoluut niet de pretentie om de waarheid te vertellen.
'Toch vraag je je bij deze hybride vorm voortdurend af hoe je deze film moet beoordelen. Er wordt per slot van rekening gerefereerd aan "echte" mensen. Als je het puur als fictie wilt bekijken, dan had ik het menselijk drama wel wat sterker aangezet willen zien. Want, hoe je politiek ook denkt, er bestaat geen twijfel dat deze geschiedenis tragische kanten heeft. Je ziet een persoon die met veel moeite en misschien ook met het laten van een aantal morele veren, op zeker moment groot maatschappelijk succes weet te behalen in Argentinië. Dan heb je een dochter die aan een Nederlandse prins blijft hangen en zelfs de kans krijgt om koningin te worden. Nou, in Zuid-Amerika, waar de monarchie wordt beschouwd als een beetje ouderwets iets van de oude wereld, is dat toch het toppunt van sprookjesachtigheid. Maar die triomf, dat moment van die vader waarvoor hij zijn hele leven heeft gewerkt, dat is tegelijkertijd zijn persoonlijke downfall.

'Daarom vind ik het jammer dat je Zorreguieta maar heel even met Máxima samen ziet. De relatie met zijn dochter wordt niet duidelijk besproken, terwijl je zijn tegenstrever Van der Stoel voortdurend aan de keukentafel ziet met zijn dochters en kleinkinderen.'

Hoe kijkt u tegen de interpretaties van de werkelijkheid in de film aan?
'Van der Stoel als iemand die met grote tegenzin die klus opknapt? Ik weet het niet. Zoveel hebben wij niet met elkaar gesproken. Ik heb hem één keer ontmoet. Maar hij zat bijvoorbeeld helemaal niet in hetzelfde vliegtuig als ik, hij was al in New York. We zaten wel samen in dat hotel en hebben het onderhoud voorbesproken, maar na dat ene gesprek met Zorreguieta ben ik weer naar Nederland teruggegaan. De verdere onderhandelingen , dat is iets van de politiek geweest. Op zichzelf heb ik dus niet zoveel met Van der Stoel te maken gehad. Maar volgens mij heeft hij zijn opdracht heel serieus genomen. En als ik naar mezelf kijk, de manier waarop Baud daar wordt gepresenteerd, daar herken ik me niet in. Beukenkamp zei dat hij mij misschien een beetje misbruikt heeft? Ach, ik kom er een beetje sullig uit naar voren. Maar goed, dat is zijn keus. Hij zegt zelf dat het drama is, dus ik kan me er persoonlijk niet druk over maken. Als gewone kijker heb ik wel moeite met deze vorm van drama. Ik begrijp niet goed wat de intenties zijn. Dat had ik ook bij Klem in de draaideur over Winnie Sorgdrager en Docters van Leeuwen (eveneens van Ger Beukenkamp en Peter de Baan, red.). Het is op geen enkele manier geschiedschrijving; en als drama vind ik het niet spannend genoeg. Op zich vind ik het interessant als mensen recente geschiedenis willen dramatiseren - dat zou meer moeten gebeuren in Nederland -, maar dan moet je verder afstand durven nemen van die geschiedenis en een statement maken over wat jij vindt als producent of schrijver, zonder die illusie en zonder die pretentie dat je dicht bij de waarheid zit.'

Hoe was Zorreguieta eigenlijk?
'Ik kon tijdens mijn onderzoek niet met Zorreguieta praten omdat het een geheim onderzoek was, maar uit gesprekken met mensen die wat verder van hem af stonden en uit documenten heb ik zijn persoonlijkheid gereconstrueerd. Achteraf, toen ik hem ontmoette, was het echt de persoon die ik had beschreven. Dat was grappig om te zien. Het leek bijna wel alsof hij dacht: laat ik me maar gedragen zoals in dat rapport beschreven staat.

'Het is een hele charmante, aardige man, met uitstekende sociale vaardigheden. En dat was precies wat ik beschreef in dat rapport. Iemand die niet uit een belangrijke familie afkomstig was of kruiwagens had, maar die met zijn vaardigheden zijn belangen wist te behartigen en in een politieke slangenkuil overeind wist te blijven.'

Beukenkamp verbaasde zich erover, net als Kok in de film, dat u na al die naspeuringen in Argentinië niemand kon vinden die iets (fouts) overZorreguieta wist.
'Maar we moeten niet vergeten dat op het moment dat deze affaire losbrak Zorreguieta totaal onbekend was. Ook in Argentinië. Daar heeft men zich nooit beziggehouden met de burgers die meewerkten aan het generaalsregime. Op zichzelf is Zorreguieta's onbekendheid ook weer interessant, want dat past bij het beeld van iemand die ervoor zorgde niet te veel vijanden te maken en zijn eigen plan trok.

'Er staat genoeg in het rapport dat niet erg gunstig is voor Zorreguieta, en datzelfde geldt voor de conclusie. Maar je kunt als wetenschapper geen dingen verzinnen die niet bewijsbaar zijn. Daarin verschilt mijn positie van die van Beukenkamp. Ik schrijf op wat ik kan aantonen of aannemelijk kan maken. Hij kan alles verzinnen wat hij wil.'