nieuwe site?

Acteurs houden niet van stilte

Josh Brolin over No Country for Old Men

Gerhard Busch ,

Acteur Josh Brolin kreeg op de set van No Country for Old Men weinig adviezen van regisseurs Joel en Ethan Coen. Eentje herinnert hij zich nog goed: ‘Niet aan je neus krabben!’

Na een wat mindere reeks – O Brother Where Art Thou?, Intolerable Cruelty en The Ladykillers – keren Joel en Ethan Coen sterk terug met de Cormac McCarthy- verfilming No Country for Old Men. Een grimmig misdaadverhaal over liefde en noodlot, vol geweld, poëzie, zwarte humor en onvergetelijke personages.

De drie hoofdrollen in de film zijn voor Josh Brolin, Javier Bardem en Tommy Lee Jones, als respectievelijk Llewelyn Moss, een lasser die stuit op twee miljoen drugsdollars, Anton Chigurh, de rücksichtsloze huurmoordenaar die op Llewelyn wordt afgestuurd, en sheriff Ed Tom Bell, die Chigurhs spoor van lijken volgt.

Bardem en Jones hebben al eerder laten zien dat ze tot de buitencategorie van acteurs horen, in No County laat ook Josh (zoon van acteur James Brolin) zien dat hij het grote werk aankan. Zijn Llewellyn is het kloppende hart van de film, zonder zijn warme menselijkheid zouden de gestileerde personages van Chigurh en sheriff Bell karikaturen worden.

Brolin – ooit een van The Goonies, en sindsdien vaak te zien in weinig ambitieus lopendebandwerk – is sowieso bezig met een imposante reeks. Zo speelde hij een corrupte politie-inspecteur in Ridley Scotts American Gangster en is hij binnenkort nog (even) te zien in Paul Haggis’ oorlogsdrama In the Valley of Elah.
   
‘Ja, ik heb nu met een goed stel mensen gewerkt,’ stelt ook de acteur vast. Hij is in Toronto voor promotie voor No Country en praat graag over No Country for Old Men, een film waarover iedereen enthousiast is. ‘ Jarenlang vertelden mensen me dat ze mij wel goed vonden, maar dat de films waarin ik speelde waardeloos waren. Het is wel eens aardig dat mensen nu zowel mijn bijdrage als de film goed vinden.’

Brolin had McCormacks boek gelezen lang voordat hij hoorde dat er een film in de maak was. Collega Sam Shepard had hem het ooit aangeraden. ‘Later vertelde Sam me dat het boek verfilmd zou worden. Hij zei letterlijk: “Ik hoor dat de Coens het gaan doen. Ik hoop dat ze het niet verprutsen.” Zelfs toen dacht ik er nog niet aan om in de film te gaan spelen. Ik was vooral benieuwd, omdat ik het een weergaloos mooi boek vond.’

Uiteindelijk belandde hij toch op de set van de film, ‘ waar ik me wel even moest aanpassen. Meestal vertellen regisseur hoe goed je bent, en waarom ze zo blij met je zijn. De Coens doen dat niet. Die besteden zo veel tijd aan het casten van hun films, dat ze er tijdens de opnamen op vertrouwen dat ze de juiste man voor de juiste rol hebben gekozen.’

Aanwijzingen kreeg hij zelden, maar de Coens wisten wel precies wat ze wilden. ‘ In het begin van de film ben ik veel in beeld terwijl ik bijna niets doe. Acteurs houden niet van stilte, dan gaan ze meestal dingetjes doen. Aan hun neus krabben ofzo. De Coens waren heel beslist: Niet krabben!’

Dat mensen zich opwinden over het geweld in de film, begrijpt hij wel. ‘Maar het is geen geweld als in de Saw-films, waar je van afstompt. Elke keer dat er geweld in deze film wordt gebruikt heeft dat een emotionele impact op de personages. Het is nooit geweld om het geweld. Je voelt je sterfelijkheid als je de film verlaat. En zo hoort het natuurlijk ook bij een gewelddadige film. Dat je het leven daarna des te meer waardeert.’