filmjaar 2016

‘De film moest meedogenloos zijn’

Regisseur Jesper Ganslandt over The Ape

Gerhard Busch ,

Een van de beste films in Rotterdam heeft nog geen Nederlandse distributeur. Jammer maar begrijpelijk, want de Zweedse film The Ape (Apan) van Jesper Ganslandt, is het soort film dat het goed doet op festivals, maar slecht in de boze buitenwereld.

Apan begint met een man die bijkomt op de vloer van een badkamer. Zijn gezicht is bebloed, maar het is niet zijn eigen bloed. Hij veegt zich schoon, staat op en gaat naar zijn werk. Hij is gejaagd, nerveus en geagiteerd. De onrust van de man, een kalende eind-dertiger die Krister heet, wordt nog eens versterkt door de camera, die hem de hele tijd dicht op de huid zit. En door de soundtrack; er is geen muziek, wel worden we regelmatig opgeschrikt door bussen die voorbij rijden, piepende trams, en vallend metaal. Het zijn cinematografische trucjes waar de liefhebber van smult, maar waaraan de popcornkijker een broertje dood heeft. Die zal zich ook storen aan de vele vragen die de regisseur in zijn film liet zitten. Want al komen we steeds meer te weten over de reden voor Kristers gejaagdheid, naar zijn gevoelens en motieven kunnen we alleen gissen.

En dat was precies wat regisseur Ganslandt (1978) voor ogen stond, zo vertelde hij vorig jaar september op het festival van Toronto. ‘Het idee voor de film ontstond toen ik een paar jaar geleden in kranten steeds vaker berichten las waaruit bleek dat mensen in hun eigen huis niet langer veilig waren. Ik woon zelf in Stockholm, een grote stad, maar toch… Zweden, een land waarvan ik altijd dacht dat het leven daar comfortabel en veilig was.’



Totdat u de kranten las?

‘Ja, en ik kon helemaal geen verklaringen vinden. Niet in kranten en niet later, tijdens de processen. Ik richt me in de film op de nasleep van zo’n tragedie, want ik denk dat je alleen op die manier iets kan doen met zo’n gebeurtenis. Inzoomen op het afschuwelijke moment zelf, zoals zo vaak in Amerikaanse films gebeurt, levert volgens mij niets op waar je als mens wat aan hebt.’

U schreef zelf het scenario, hoeveel van u zelf zit in Krister?
‘Ik heb weinig onderdrukte gevoelens. Ik zou ze zelfs wat vaker moeten onderdrukken, als ik mijn vrienden mag geloven. Haha.’

Waarom dan toch dit personage?
‘Dat komt toch door al die berichten in de krant. Ik stelde me voor hoe ik zelf gereageerd zou hebben . En dat was best wel eng, want ik moest daar heel eerlijk in zijn. Het is makkelijk om mensen te veroordelen, maar dat wilde ik niet. Dan zou ik boven de film staan, en ik wilde juist midden in de film staan. Bovendien vond ik dat ik dat verplicht was aan Olle Sarri, die Krister speelt, want hij wist op de set nooit wat hem te wachten stond.’

Hoezo?

‘Olle heeft het script nooit gelezen, en we hebben hem ook nooit op de set verteld wat hem te wachten stond. Sterker nog, hij wist niet eens dat hij de hoofdrol speelde! Pas na een tijdje kreeg hij door dat hij in alle scènes zat. We schoten de film in chronologische volgorde. Het idee was dat het acteren en de ontwikkeling van het personage zo hand in hand zouden gaan. Eigenlijk ontdekten we het personage samen met Olle.’

Is Olle Sarri een bekende acteur in Zweden?

‘Ja, als komiek. Maar ik vond altijd al dat hij iets onbestemds met zich meedroeg.’

Ondanks de aanwezigheid van een komiek valt er weinig te lachen in Apan…
‘Aanvankelijk dacht ik dat ik een soort zwarte komedie wilde maken. Maar ik merkte al snel dat het grappige als vanzelf uit de film verdween en plaats maakte voor spanning. De film moest als een locomotief zijn, die niet te stoppen is. Humor leidde te veel af.’

Doordat u uw acteur in het ongewisse hield, hoopte u op eerlijke, spontane reacties. Hoe vaak heeft u de eerste of tweede take kunnen gebruiken?
‘Wil je dat echt weten?’

Ja.
‘Ik moet toegeven dat ik een beetje naïef was toen ik dacht dat ik inderdaad steeds de eerste of tweede take zou gebruiken. Want uiteindelijk werd het toch vaak take 7 of take 15. Maar Olle is een goede acteur. Hij speelde steeds zijn eerste reactie na, en deed het elke keer ietsje beter.’

Maar toch, haalt zoiets uw hele aanpak niet onderuit?

‘Misschien. Maar Olle wist nog steeds niet, hoe vaak hij een scène ook moest overdoen, wat er in de volgende scène ging gebeuren. En hij hoefde ook alleen zijn eerste reactie na te spelen. Dat steeds verder te onderzoeken. Olle geloofde heel erg in de methode, omdat hij zo niets anders hoefde te doen dan volledig in het moment zijn.’

Er is nog iets geks met die methode, bedenk ik me nu, want we kijken naar een personage dat net iets heel heftigs heeft meegemaakt, die wordt gespeeld door iemand die niet weet wat hij net heeft meegemaakt…

‘Ja… telkens als we een scène deden gaf ik hem andere informatie.’

U loog…
‘De hele tijd. Haha. Of ik zei, nu draai je door en je weet niet waarom. Zo bleef de shoot intens. Maar ik ben het met je eens; natuurlijk weet het personage wat er gebeurd is. Maar hij gaat ook door een ontkenningsfase, dus wat dat betreft klopt het weer wel. Ik ontdekte ook dat hoe meer Olle te weten kwam over Krister en wat er gebeurd was , hoe zwaarder hij ging spelen. Ik ben blij dat hij dat niet van te voren wist, want dan had hij de hele tijd zo zwaar gespeeld. Dan had hij te veel zijn best gedaan en was hij te veel gaan acteren.’

En daarom heeft de methode gewerkt! Hoe heeft Olle de shoot overleefd?

‘Ik denk dat hij nog steeds een beetje getraumatiseerd is. Maar het is een goed soort trauma . Na de opnamen vertelde hij me dat het acteren zo zwaar was dat hij het niet gauw nog eens zou proberen. Na de wereldpremière in Venetië [een week voor Toronto–red.], vertelde hij me dat hij nooit meer naar zichzelf wilde kijken op een wit doek. Hij was echt aangedaan, en tijdens de Q & A kon hij niet eens praten.’

Hij is ook niet hier in Toronto. Is dat veelzeggend ?

‘Als hij hier was zou hij zeggen dat de shoot verwarrend was, maar dat hij niets heeft laten zien wat hij eigenlijk verborgen had willen houden. Hij gelooft in de methode en we wilden het zelfde. De film moest meedogenloos zijn.’