nieuwe site?

Koorddansen op de Zuidas

Interview met Jaap van Heusden over Win/Win

Rick de Gier ,

Win/Win trekt aandacht als 'de eerste Nederlandse film over de credietcrisis'. Maar regisseur Jaap van Heusden wil uiteindelijk meer kwijt over het innerlijk van een jonge beurshandelaar dan over het harde leven op de Amsterdamse Zuidas.

Jaap van Heusden: ‘Toen ik het scenario van Win/Win begon te schrijven was de kredietcrisis nog niet in volle gang, maar als je de economiepagina’s een beetje bijhield kon je wel aanvoelen dat er iets ernstig misging. Natuurlijk heb ik daar handig op ingespeeld. '

'Maar de film is geen gimmick, ik wilde al langer een verhaal vertellen over een jongen die heel goed is met cijfers en daar veel succes mee oogst. Toen die crisis zich aandiende leek me dat een heel spannende setting voor zo’n verhaal. Het had wel iets sprookjesachtigs: terwijl de hele wereld instort, blijft één man stug omhoog klimmen. '

'Maar ik wilde wel dat het realistisch zou blijven, dus ben ik me eerst maar eens uitgebreid in die wereld gaan verdiepen. Dat viel nog niet mee, je komt echt niet zomaar binnen in die dealing rooms. Met de nodige moeite wist ik uiteindelijk contact te leggen met beleggers en traders en financieel analisten en ik ben undercover meegenomen naar de City, het financiële hart van Londen. Toen ontdekte ik dat mijn verhaalidee helemaal geen sprookje is: ik kwam gasten tegen die nog jonger waren dan ik en te midden van alle economische tegenslagen tientallen miljoenen binnenhaalden.’

‘ Als je mijn eerdere films ziet ligt het misschien niet zo voor de hand, maar ik vind economie iets fantastisch – als puber droomde ik van een studie aan Nyenrode of de London School of Economics. Ik stelde me een carrière voor waarin ik invloed zou kunnen uitoefenen op de maatschappij, en dan is economie veel concreter dan bijvoorbeeld politiek. Al die cijfertjes leggen de verlangens en driften van de samenleving op een heel tastbare manier bloot. '

'Ik heb Win/Win dus niet met minachting voor de financiële wereld gemaakt. Van een film over de kredietcrisis zou je misschien een groot statement verwachten over hoe verdorven het bankwezen wel niet is, maar die kant wordt in de media al zo vaak belicht. Ik geloof niet dat het mooi drama kan opleveren als je er bij voorbaat op uit bent een bepaald milieu te veroordelen. Ik kies juist voor een bepaalde setting uit nieuwsgierigheid, om die te onderzoeken, en dat lukt alleen als je je onbevangen opstelt. Dus was ik van meet af aan in principe vóór de beurshandelaren. Ik wilde weten hoe het voelt om zo’n jongen te zijn die zo groen als gras in zo’n overweldigend bolwerk stapt. Wat doet dat met je? Toen ik tijdens mijn research voor de film een aantal van die beleggingswonderen interviewde, konden die geen van allen precies onder woorden brengen wat hen nu zo goed maakte. '

'“Ik doe eigenlijk precies hetzelfde als degene die naast mij zit,” zeiden ze allemaal. Alleen haalden ze dus wel honderd keer zo veel geld binnen. Het moet iets intuïtiefs zijn, bedacht ik, iets wat hen heel alert maakt. Een soort jazz. Dus besloot ik dat Ivan, de hoofdpersoon, iemand moest zijn die uitzonderlijk in touch is met zijn omgeving, heel zintuiglijk. Alleen maakte dat het schrijven van het scenario er niet makkelijker op, want hoe vang je zoiets in woorden? Het verhaal zou heel visueel verteld moeten worden.’

Circus
‘Toen we gingen casten en ik Oscar Van Rompay zag, wist ik dat hij Ivan moest zijn. Met zijn inbreng kwam het personage pas echt tot leven. Oscar heeft precies dat intense, dat vloeiende dat ik me bij Ivan voorstelde. Hij bleek zelfs allerlei eigenschappen te bezitten die ik Ivan in gedachten al had gegeven. Kleine, rare details: hij schreef met een vulpotlood en kon heel lang zijn adem inhouden onder water. En als kind heeft hij bij het circus gezeten, waardoor hij over heel smalle oppervlakten bleek te kunnen lopen. Dat was precies de metafoor die ik in mijn hoofd had: dat Ivan voortdurend aan het koorddansen is. '

'We zijn samen een week in de kroeg gaan zitten om het script regel voor regel door te nemen. Dan kwam hij steeds met aanmerkingen: “Dit vind ik veel te pathetisch”, of: “Dit past helemaal niet bij hoe jij Ivan hebt beschreven.” Zo zijn er ten slotte heel wat scènes gewijzigd omdat Oscar zich er niet in kon vinden. '

'Natuurlijk waren er ook dingen die ik niet wilde aanpassen, dan zei ik dat hij de montage maar af moest wachten. Of we filmden gewoon twee versies van een bepaalde scène. Oscar vond Ivan soms net iets te onhandig en wilde dan bijvoorbeeld ook een take opnemen waarin hij hem wat zelfbewuster neerzette. In de montage heb ik uiteindelijk toch vaak voor de naïevere variant gekozen, want Ivan is al best een rare snuiter en je moet als kijker wel dicht bij hem kunnen komen. Dat gaat makkelijker als hij echt een groentje is.’

Onhandig
‘Eigenlijk is de hele film grotendeels in de montagekamer ontstaan. Daar hebben editor Japser Quispel en ik rigoureuze keuzes gemaakt. Toen we een eerste versie af hadden, vond ik dat er te veel overbodige informatie in zat. Veel scènes die op zichzelf heel goed werkten, maar eigenlijk alleen maar afleidden van het innerlijke verhaal van Ivan. Uiteindelijk is er wel een half uur aan materiaal gesneuveld. Ook omdat ik het verhaal gewoon niet te glad wilde laten verlopen. Het eindresultaat heeft nu iets fragmentarisch, iets onhandigs bijna. Daar hou ik van. Ik heb niks met films die me wel heel soepel meeslepen, maar me precies dezelfde ervaring bieden als degene die naast me zit in de bioscoop. Dan ben ik als kijker dus inwisselbaar. Ik word liever aan het denken gezet, uitgedaagd om er zelf iets bij te verzinnen. '

'Daarom ruw ik mijn films graag een beetje op – hier iets weghalen, daar iets toevoegen. Natuurlijk moet je dat met beleid blijven doen, want je wilt het publiek ook weer niet van je vervreemden. We hadden bijvoorbeeld een paar mooie trading-scènes in de dealing room, die ik zelf heel spannend vond, maar die voor het testpubliek toch te ingewikkeld bleken te zijn. Die moeten dan maar als bonusmateriaal op de dvd. Ik wil geen arty-farty films voor een klein publiek maken – ik ga ervan uit dat iemand die naar Win/Win gaat een leuke avond wil hebben, iets moois wil ervaren. Als ik daar geen boodschap aan zou hebben, had ik maar autonoom kunstenaar moeten worden.’