filmjaar 2016

'Documentaires passen bij onze volksaard’

Interview met IDFA-directeur Ally Derks

Jeroen van Bergeijk ,

IDFA beleeft een feestelijke editie, want het festival bestaat 25 jaar. Vanaf dag een stond Ally Derks (54) aan het roer. Wat is het geheim van haar succes?

Als je één ding zou moeten noemen dat je de afgelopen 25 jaar met IDFA hebt bereikt, wat is dat dan?
Derks: ‘Dat IDFA wordt beschouwd als het belangrijkste documentairefestival ter wereld. Wie had dat in 1988 kunnen vermoeden toen we begonnen met twee stagiaires en een typemachine. In 1988 vertoonden we 73 films en hadden we drieduizend bezoekers. Nu zitten we op 317 films en op tweehonderdduizend verkochte kaartjes. Dat is nogal een verschil met het andere grote documentaire festival, Hot Docs in Toronto, waar veertigduizend kaartjes worden verkocht. '


Ally Derks
'Wat ik zo mooi vind aan IDFA is dat we hier het hele proces van het documentaire maken bestrijken. Op dit moment wordt er vergaderd over welke van de 150 ingediende filmplannen tijdens het IDFA ‘gepitched’ kunnen worden aan internationale financiers. Tachtig procent van die voorstellen vindt hier geld. Vervolgens worden die films gemaakt, en uiteindelijk hier in het bijzijn van de makers aan het publiek getoond. Dat is uniek aan IDFA: die kruisbestuiving van plannen, financiers, makers en publiek.’

Hoe is 25 jaar geleden het idee voor IDFA ontstaan?

‘IDFA is voortgekomen uit Festikon, een educatief film- en videofestival. Festikon had een zweem van geitenwollen sokken. Eerlijk gezegd was het in 1987 ook op sterven na dood, maar wat iedereen altijd bijbleef waren die prachtige documentaires. En toen dachten we: wat raar eigenlijk dat er in Nederland geen documentairefestival is. Want documentaires passen heel goed bij onze volksaard. Wij zijn het land van de werkelijkheidsschilders, een land van columnisten en dominees. Van het opgeheven vingertje. Wij zijn niet van de grote zielenroerselen, van de romantiek. Ik zeg altijd: Tsjechov is niet in Nederland geboren. En sorry dat ik het zeg, maar Nederlanders blinken ook niet uit door hun speelfilmkwaliteiten. Onze documentaires daarentegen staan in het buitenland in hoog aanzien.’

Elk jaar trekt het festival meer bezoekers, hoe verklaar je dat aanhoudende succes?
‘Mensen hebben behoefte aan duiding bij het nieuws. Ze snakken naar films die de persoonlijke visie van de maker laten zien. Maar even zo belangrijk is dat je voor IDFA moet werken. Daarmee bedoel ik dat wij films vertonen die aanleiding geven tot debat. Wij verwachten dat bezoekers een film niet zo maar plompverloren over zich heen laten komen, maar dat ze in discussie gaan. Met elkaar, en met de maker. Daarom is het zo belangrijk dat de regisseurs hier zijn. Ik denk dat mensen het een verademing vinden om als het ware gedwongen te worden na te denken over wat ze hebben gezien.’

Jij hebt de afgelopen 25 jaar tienduizenden documentaires gezien. Hoe ziet de ideale IDFA-documentaire eruit?
‘Die is er niet. Mij gaat het om het hele programma en daarbinnen ben ik op zoek naar balans. Het festival moet niet te zwaar zijn, maar ook niet te licht. Een beetje lucht in de programmering is belangrijk. Soms wil je even kunnen lachen. Je zou het samenstellen van het IDFA -programma kunnen vergelijken met beeldhouwen: er moet symmetrie in zitten. Maar als je het over individuele films hebt: de openingsfilm van vier jaar geleden, Episode 3: ‘Enjoy Poverty’ van Renzo Martens, dat is voor mij een ideale film. Dat is kunst, hij schuurt, het doet pijn, hij roept ongemakkelijke vragen op. Sommige mensen waren echt boos. Ze vroegen: hoe kun je nu met die film het festival openen? Maar die discussie, daar is het mij dus om te doen.’


Episode 3: Enjoy Poverty

IDFA stond de eerste jaren bij velen bekend als een festival vol zware, maatschappijkritische, activistische films. Is dat in de loop der jaren veranderd?
‘Het is minder op de voorgrond komen te staan, maar het is nog altijd aanwezig. Vorig jaar vertoonden we Pink Ribbons, Inc, een kritische kijk op Pink Ribbon, een organisatie die strijdt tegen borstkanker. De documentairemaakster liet zien dat maar een miniem deel van het door Pink Ribbon opgehaalde geld naar wetenschappelijk onderzoek gaat. Doordat die film op IDFA te zien is geweest, heeft Pink Ribbon zich drastisch gereorganiseerd. Ik zeg niet dat documentaires de wereld veranderen, maar ze kunnen wel een houding veranderen.’

Een van de programmaonderdelen dit jaar is getiteld ‘25 years Highlights of the Lowlands’. Als je dat programma bestudeert dan valt op dat er niet een film gaat over een grote historische Nederlandse gebeurtenis. Hoe komt dat toch?
‘ Vooropgesteld: het is de waan van de dag. Als ik overmorgen een lijst zou moeten maken, dan zou die er weer heel anders uit zien. Maar ja, je hebt gelijk. Er is nooit een goede documentaire gemaakt over de moorden op Van Gogh en Fortuyn. Dé documentaire over Srebrenica, A Cry from the Grave, is gemaakt door een Engelsman. Het zal er wel mee te maken hebben dat het moeilijk is je eigen situatie te duiden. Je hebt te weinig afstand. Vandaar ook dat Nederlanders graag in het buitenland kijken om daar films te maken.’

Hoe ziet IDFA er over 25 jaar uit?

‘Ik denk dat IDFA dan een echt merk is geworden. Met een eigen tv-kanaal, zoals je nu HBO hebt of het Sundance Channel. Waar we in ieder geval naartoe willen is een situatie waarin alles wat we nu hier tijdens het festival doen – films vertonen, financiering regelen, wereldwijd films verkopen aan tv-stations – de rest van het jaar online plaatsvindt. IDFA het hele jaar door dus.’

Gedurende een kwart eeuw ben jij al het gezicht van IDFA…
‘Ha, ik voel ‘m al aankomen. Ik moet nog tot mijn 67ste doorwerken hoor. Ik ben 54, dus ik heb nog even te gaan.’

… is het geen tijd voor nieuw bloed?

‘Kijk, niemand is onmisbaar, maar mijn enorme internationale ervaring en bekendheid zijn gewoon goed voor IDFA. En vergis je niet, ik heb ook al veel onderdelen van het festival uit handen gegeven. Zo bemoei ik me nauwelijks meer met de Nederlandse documentaire. Ik ken al die mensen te goed en dan wordt het moeilijk om hun films af te wijzen – iets wat ik überhaupt heel vervelend vind om te doen. Ik denk ook niet dat directeur van een filmfestival hetzelfde is als een politieke functie. Je moet het meer vergelijken met de directeur van een omroep. Ik zie het zo: ik zorg voor de inhoudelijke lijn, het programma en bewaak de koers van het festival. Daarnaast heb ik een fantastisch team om me heen verzameld dat verantwoordelijk is voor de spullen, de knullen en de centen .’