filmjaar 2016

Kansarmenkomedie

Ken Loach en Paul Laverty over The Angels' Share

Gerhard Busch ,

The Angels’ Share begint als sociaal-realistisch drama, maar verandert halverwege in een amusante misdaadkomedie. Centrale figuur is de gewelddadige jongeman Robbie. Een gesprek met regisseur Ken Loach en scenarioschrijver Paul Laverty.

Filmfestival Cannes, 23 mei jl. Je kunt goed zien dat regisseur Ken Loach ( 1936) en scenarioschrijver Paul Laverty (1957) samen al tien films gemaakt hebben. De twee geven elkaar de ruimte en genieten, ook tijdens hun zoveelste praatje in Cannes, van elkaars gezelschap.

En ze hebben het blijkbaar graag over voetbal, want als ze horen dat ik uit Nederland kom, willen ze het nog even hebben over de gemiste penalty van Arjen Robben een paar dagen eerder in de Champions League-finale. De Britten waren namelijk ook voor Bayern – net als ik – en niet voor het Londense Chelsea (Laverty: ‘Die club wordt gerund door maffiosi!’).

Dat laatste past prima bij het imago dat de twee in eigen land hebben. Toen ze zes jaar geleden in Cannes de Gouden Palm wonnen voor The Wind That Shakes The Barley, steeg er in Engeland geen gejuich op. Integendeel. De (rechtse) kranten kopten dat de film pro-ira was, dat Loach zijn eigen land haatte, en dat hij een ‘weerzinwekkende’ film had gemaakt.


Ken Loach op de set van The Angels' Share

De socialist Loach, die al veertig jaar lang films maakt over de strijd tegen sociaal onrecht en het grote geld, is nooit populair geweest in rechtse kringen, maar dankzij The Wind That Shakes The Barley had hij ze weer eens allemaal op de kast.

Dat gevaar zat er dit jaar bij The Angels’ Share nooit in. De film begint wel als sociaal-realistisch drama, maar verandert halverwege in een amusante, tikkie ongeloofwaardige misdaadkomedie. Centrale figuur is de gewelddadige jongeman Robbie, die van de politierechter nog één kans krijgt voor hij de gevangenis in moet: 300 uur taakstraf. Tijdens die taakstraf sluit hij vriendschap met een drietal andere kansarmen en met begeleider Harry, die hem in de wereld van de betere whisky introduceert. De titel The Angels’ Share slaat dan ook op ‘het engelendeel’: de paar procent die verdampt terwijl de whisky op vat ligt te rijpen. Wat in de film dan weer slaat op de paar procent kansarmen die zich aan hun uitzichtloze situatie weet te ontworstelen.

De film opent hilarisch, met een handvol jongeren die zich voor de politierechter moeten verantwoorden voor hun (kruimel) misdaden.
Laverty: ‘Als je in Glasgow op een willekeurige dag naar de politierechter gaat tref je dat allemaal aan. Ik heb vroeger gewerkt als advocaat en ben er vaak geweest. Iedereen doet verschrikkelijk zijn best beschaafd en formeel te zijn, wat regelmatig belachelijke situaties oplevert. Huilen en lachen liggen daar dicht bij elkaar .’

Daar maken we ook kennis met Robbie. Met welke emotie kijkt u naar hem? Woede, medelijden, angst misschien?
Laverty: ‘All of the above. Ik verplaats me altijd in de positie van de kijker, en die probeert zo’n jongen te begrijpen. Je snapt meteen dat hij een zware jeugd heeft gehad. Een jeugd die is bepaald door werkeloosheid, waarschijnlijk al meerdere generaties, en door geweld. Maar Robbie is net vader geworden en is daarom op een kruispunt aanbeland. Voor het eerst in zijn leven kijkt hij vooruit.’



Natuurlijk is Robbie slachtoffer van de omstandigheden, maar ook dader. We zien hem in de film praten met een van zijn slachtoffers.
Loach: ‘Dat was een belangrijke scène, omdat we Robbie niet wilden romantiseren. Hij is heel gewelddadig geweest en er is niet veel voor nodig voordat hij weer losbarst. Dat spanningsveld wilden we laten zien in die scène. The Angels’ Share had ook een tragedie kunnen worden. Sterker nog, het ligt juist meer voor de hand om een tragedie over iemand als Robbie te maken dan een komedie.’

Waarom dan toch een komedie?
Loach: ‘Geef zo’n jongen een kans! En kijk dan wat er gebeurt. Van ons krijgt hij die kans, en dan blijkt hij over veel verborgen talenten te beschikken.’

Nog even terug naar die scène met het slachtoffer, een heel sterke, aangrijpende scène. Hoe kreeg u de acteurs daarvoor in de juiste stemming?
Loach: ‘Geen van de acteurs in die scène had eerder in een film gespeeld. Ook Paul Brannigan, die Robbie speelt, niet. De juiste sfeer hangt samen met het vinden van de juiste acteurs. Ik heb mensen gezocht die zich met die situatie konden identificeren. De jongen die het slachtoffer speelt, bijvoorbeeld, heeft echt iets aan zijn oog. En de vrouw die zijn moeder speelt, had nog nooit geacteerd en had dus moeite om uit haar woorden te komen. Die moest ze er echt uit persen. Daardoor krijgt die scène iets rauws, iets echts. Terwijl dat bij professionele acteurs vaak veel te gepolijst wordt.’

Ik kan me voorstellen dat je, als je met nietprofessionele acteurs werkt, ook beperkt wordt als regisseur…
Loach: ‘Helemaal niet. We hebben vooraf veel gerepeteerd met Paul, en daarom wist ik dat hij alle emoties aankon. En het is ook geen toneelacteren, waarin alles heel precies moet. Het is film, en dan hoeft het maar één keer goed te gaan. Eén keer is genoeg.’

Een paar jaar geleden de komedie Looking for Eric, nu The Angels’ Share, worden jullie milder naarmate jullie ouder worden?
Loach: ‘Komedie hoeft niet zachtaardig te zijn.’

Deze is dat toch wel? Hij begint hard, maar in de tweede helft…
Loach: ‘Het zijn nog steeds dezelfde personages. Robbie zou zo maar weer gewelddadig kunnen worden. Die tweede helft zou niet zachtaardig moeten zijn. Als jij dat wel vindt, dan hebben we gefaald.’