filmjaar 2016

De omgekeerde wereld van Brian De Palma

De 'totale cinema' van Brian De Palma

Gerhard Busch ,

Na veelbesproken films als Dressed to Kill en Scarface werd het, midden jaren tachtig, stiller rond regisseur Brian De Palma. Maar dat kwam vooral omdat de regisseur scripts van anderen ging verfilmen. Met de thriller Femme Fatale kunnen we eindelijk weer eens genieten van een door De Palma geschreven en geregisseerd scenario.

Cannes 2001. We zijn aanwezig bij de gala-opening van de film Est-Ouest van de Franse regisseur Régis Wargnier. Hij wordt geflankeerd door een halfbloot model gehuld in een gouden slang. Het opvallende sieraad krult zich om haar bovenlijf en bedekt kies de belangrijke plekjes.

Voor de voorstelling zegt ze nog even naar het toilet te moeten. Het is een smoes, want ze heeft daar afgesproken met de sexy Laure. In het verder verlaten toilet hebben de twee zinderende seks, waarbij Laure handig het juweel loskoppelt. Een handlanger van Laure verruilt het onbetaalbare origineel voor een vervalsing en de film, want we hebben het hier over het eerste kwartier van de thriller Femme Fatale, kan echt beginnen.

Regisseur van Femme Fatale is oudgediende Brian De Palma ( 1940), die, geheel in overeenstemming met zijn imago, de camera gewillig en langdurig over de vrijende vrouwen laat glijden. Het zal hem in Amerika - de film is met Frans geld gemaakt en gaat pas later dit jaar in Amerika in première - ongetwijfeld problemen met de filmkeuring opleveren.

Niet voor het eerst, want ook eerdere films van De Palma kwamen pas na veel gesteggel met de autoriteiten in de bioscoop. Zo maakten de keurmeesters bezwaar tegen de masturberende Angie Dickinson in Dressed to Kill (1980), en hadden ze ook moeite met de martelscène met een kettingzaag in Scarface (1983).

En na de autoriteiten vielen dan ook vaak de recensenten en het betalende publiek nog over de regisseur heen. Hitchcock-lijkenpikker, vrouwenhater, necrofiel, in zijn hoogtijdagen - van midden jaren zeventig tot midden jaren tachtig - kreeg De Palma het keer op keer over zich uitgestort.

Dat het daarna stiller werd rond de regisseur van Carrie, Blow Out en Boudy Double, heeft vooral te maken met het feit dat hij scripts van anderen ging verfilmen. Als regisseur van dienst maakte hij The Untouchables (1987), Mission: Impossible (1996) en Snake Eyes (1998). Stuk voor stuk prachtig gefilmd, ware klasse verloochent zich immers niet, maar in al hun Hollywood-rechtlijnigheid veel minder interessant dan de groezelige meesterwerken uit het begin van zijn carrière.

Voor Femme Fatale schreef DePalma eindelijk weer eens zelf het scenario. De trouvaille de roof in Cannes te situeren, kreeg De Palma min of meer aangereikt door de werkelijkheid. Tijdens de première in Cannes van zijn Mission to Mars ( 2000) was hij in gezelschap van actrice Elli Medeiros, die zulke dure juwelen droeg dat een bodyguard haar geen moment uit het oog liet. De visueel ingestelde regisseur zag gelijk de mogelijkheden.

Femme Fatale is in veel opzichten een ouderwets goede De Palma geworden. Al zijn favoriete thema's zijn aanwezig: manipulatie, voyeurisme, paranoia, het dubbelganger-motief, en de omstreden combinatie van seks en geweld.

Op dat laatste punt hebben de De Palma- haters genadeloos ingezoomd (een in hun ogen onnodige striptease door Laure in een bikers-bar), en ook werd er weer naarstig gespeurd naar overeenkomsten met het werk van Hitchcock. Die met enige kwade wil ook wel te vinden zijn. De paparazzo-fotograaf Nicolas Bardo (Antonio Banderas) die door zijn camera toevallig een belangrijke gebeurtenis ziet en zo bij de intrige betrokken raakt doet denken aan Rear Window, de vrouw die niet is wie ze zegt dat ze is, lijkt op Vertigo. En is het toeval dat Rebecca Romijn-Stamos, de van oorsprong Nederlandse actrice die Laure speelt, blond en langbenig is, precies zoals de oude Hitchcock zijn heldinnen het liefst zag?

Het zijn overeenkomsten die De Palma overigens zelf niet zal ontkennen, net zo min als hij zal ontkennen dat hij zich graag laat inspireren door goede ideeën van anderen. Niet alleen van Hitchcock, ook van Godard, Antonioni, Coppola, Kubrick, Dassin, of Powell.

Op ieder festival gaat wel het gerucht dat iemand De Palma heeft zien rondscharrelen, filmzalen in en uit lopend op zoek naar originele films en filmmakers. Het geeft boven alles aan hoe filmgek de man is en hoe hij als een spons ieder ideetje opzuigt, om dat later eventueel zelf te kunnen gebruiken.

Is hij daarom een dief, een lijkenpikker zoals beweerd wordt? Kortzichtige critici roepen al decennialang van wel. Maar zij kijken niet verder dan hun eigen ontdekkinkjes. In de films van De Palma geen flauwe afspiegelingen van het origineel, maar altijd een verfraaiing en meestal een verdraaiing. Je kunt iemand die de douchescène uit Psycho verplaatst naar een lift (Dressed to Kill) of in bloederigheid overtreft door er een arm af te zagen met een kettingzaag ( Scarface) toch onmogelijk nog voor dief uitmaken.

En zelfs al is de inhoud soms wat belegen, een De Palma-film is altijd interessant vanwege de visuele vondsten. Al vanaf het begin van zijn carrière heeft hij geroepen dat karakters en verhaal niet zijn eerste doel zijn, hij zoekt naar visuele manieren om zijn ideeën uit te drukken. Eigenlijk leeft hij in een omgekeerde wereld. Waar de meeste filmmakers uitgaan van een plotidee en daar later beelden bij schieten, heeft De Palma een idee voor een nieuwe visuele aanpak en zoekt daar vervolgens een inhoud bij.

Op de plot van Femme Fatale valt daarom wel het een en ander af te dingen (het is onwaarschijnlijk, onrealistisch), maar daarover zeuren gaat voorbij aan het oorspronkelijke doel van de regisseur: de kijker twee uur lang in een houdgreep nemen en hem zo deelgenoot maken van zijn favoriete obsessies en fetisjismen.

Geen cinematografisch middel blijft daarbij onbenut. De Palma is de meester van de splitscreen, de camera is altijd in beweging en vliegt hoog boven de personages uit of cirkelt duizelingwekkend om ze heen, de muziek - in Femme Fatale ondermeer een door Ryuichi Sakamoto verfrommelde 'Bolero' van Ravel, over hergebruik gesproken! - versterkt de actie op het scherm, en snelle montages worden afgewisseld met hypnotiserende scènes in slow motion.

Dat De Palma zoveel kritiek krijgt op zijn films is omdat al die trucs werken. Een kleine twee uur lang verblijft de kijker in De Palma's universum, en pas achteraf ontdekt hij dat het daar soms groezelig en onaangenaam toeven is. Hij voelt zich gebruikt, schaamt zich voor zijn eigen voyeurisme en kraakt de film genadeloos af.

+++

een kleine greep uit de superieure beeldtaal van De Palma

Carrie (1976)
Meerdere scènes zijn geniaal (Carrie's 'kruisiging' van haar moeder; de bedwelmende dans met Tommie), maar het mooist is de explosie van (visueel) geweld die losbarst op het schoolfeest. De telekinetische Carrie is zojuist overgoten met een emmer zwijnenbloed en neemt wraakt op alles en iedereen. Door splitscreen, snelle montages, en een slow motion sequentie van zes (!) minuten krijgt de kijker een idee van het pandemonium in haar hoofd en in de feestzaal.

Dressed to Kill (1980)
De ongelukkig getrouwde Kate (Angie Dickinson) bezoekt een museum waar ze flirt met een onbekende man. Volgen tien minuten zonder dialoog. Dankzij sublieme montage van blikken en lichaamstaal worden we deelgenoot van het nerveuze kat-en-muisspel dat vooraf gaat aan vluchtige seks.

Body Double (1983)
De vindingrijke regisseur ('De uitdaging is om een moord zo te dramatiseren dat hij er iedere keer weer anders uit ziet.') laat een stripper vermoorden door een man met een enorme drilboor. De 'held' van de film is een voyeur die het vanuit zijn flat ziet gebeuren en haar probeert te redden. Heen en weer schakelend tussen de belaagde vrouw en de rennende held wordt de spanning tot grote hoogten opgeschroefd. Met als wrang hoogtepunt het moment dat de drilboor stopt omdat de draad net iets te kort is en de stekker uit het stopcontact wordt getrokken.

Bruce Spingsteens 'Dancing in the dark' (1984 )
Het moment dat The Boss dat kortgeknipte, zwartharige meisje uit het publiek het podium op trekt en met haar gaat dansen. Geef toe, ook u dacht lange tijd dat dat zomaar een meisje was (en niet actrice Courtney Cox, die we nu kennen uit de tv-serie Friends of de Scream-films).

The Untouchables (1987 )
Met graagte wordt er op gewezen dat de scène met de kinderwagen op de trappen in Chicago's Union Station is gestolen uit Eisensteins Battleship Potemkin (1925), maar - nogmaals - DePalma heeft dit nooit ontkend. Hij heeft deze scène met behulp van Morricone's muziek, de geluidseffecten, slow motion beelden en ritmische montage alleen veel effectiever gemaakt.