filmjaar 2016

Huilende kamelen en herders op motoren

Geen vals sentiment in The Story of the Weeping Camel

Gerhard Busch ,

'Mogen je bulten mooi rechtop groeien en je voeten heel sterk worden.' De herders in de Mongoolse Gobi-woestijn zeggen dat tegen elke pasgeborene. Kameel, welteverstaan.

In de documentaire The Story of the Weeping Camel horen we ze het tegen een zeldzaam wit kalf zeggen. Maar de zware, twee dagen lange bevalling en de zorgelijke gezichten van de herders spreken boekdelen. Hier is iets mis.

De moeder blijkt het witte kalf, haar eersteling, te verstoten. Telkens als de kleine wil komen drinken wendt de moeder zich af, gromt, of zet het op een hollen. Hoe de kleine ook aandringt, de moeder wil niets van haar weten. Uiteindelijk zet de baby-kameel het op gepaste afstand op een huilen. Haar klaaglijk gehuil gaat door merg en been.

De herders zelf blijven opvallend rustig onder het tafereel. De vier generaties nomaden, die hun hele leven niets anders hebben gedaan dan kamelen en schapen hoeden, hebben dit al vaker meegemaakt. Eens op iedere twintig keer verstoot een kamelenmoeder haar jong.

Methodisch werken de herders de beproefde remedies af. Eerst wordt geprobeerd de moeder te dwingen haar jong te voeden door de achterpoten aan elkaar te binden . Wat mislukt. Net als de poging het jong de moedermelk in een soort slagroomspuit toe te dienen. Uiteindelijk kan nog maar één man ze helpen: de vioolleraar in het nabijgelegen dorp. De twee broers Dude en Ugna moeten hem halen en hem vertellen dat er behoefte is aan het Hoosh-ritueel. Onder begeleiding van vioolmuziek zal Odgoo, de moeder van de twee jongens, magische woorden in de oren van de kamelen fluisteren om de dieren zo aan elkaar te laten wennen. De ervaring leert dat als de moederkameel huilt, ze haar jong heeft geaccepteerd.'

The Story of the Weeping Camel deed het op het afgelopen filmfestival in Rotterdam erg goed in de publieksenquête. Geen wonder, want exotische volkeren en zielige dieren doen het altijd goed. Het is al jaren de kurk van de EO-programmering.

Daarmee is niet gezegd dat The Story of... de zoveelste tranentrekkende Disneyfilm is over een zielig verstoten kamelenjong , of de zoveelste National Geographic-documentaire met mooie plaatjes (hoewel er op www.nationalgeographic.com/weepingcamel wel erg veel materiaal over de film en het nomadenvolk te vinden is).

De makers, de Beierse filmstudenten Byambasuren Davaa en Luigi Falorni, kenden de valkuilen van vals sentiment en goedkoop scoren, en weten die in hun film handig te omzeilen. In tegenstelling tot de meeste Disney-dierendocu's zit er in The Story of... geen verteller die de kijker bij de hand neemt en vertelt wanneer hij wordt geacht iets te voelen. De kijker moet het uitsluitend met de beelden doen. Die - afgezien van de vioolklanken bij het Hoosh-ritueel - ook nog eens zonder muziek worden getoond. Al vormen de geluiden van het klaaglijk huilende kamelenjong en de onophoudelijk gierende wind hun eigen soundtrack.

Op een paar fraaie shots van wild in de wind dansend zand of de statige ijsformaties aan de horizon van het uitgestrekte steppelandschap na, is ook de camera opvallend onopvallend aanwezig . Cameraman en co-regisseur Falorni zei daarover in Rotterdam: 'Het camerawerk in The Story of the Weeping Camel moest, net als het volk dat werd geportretteerd simpel en eenduidig zijn. Om die reden hebben we ook gekozen voor een rustige montage. Zo wilden we recht doen aan de rust en uitgestrektheid van het land en zijn bewoners.'

Hoewel het verhaal van de huilende kameel klinkt als een sprookje, blijkt het in Mongolië een alledaagse gebeurtenis te zijn. Co-regisseur Davaa kende het uit haar jeugd, en samen met Falorni ging ze naar Mongolië met het idee het Hoosh-ritueel op film vast te leggen. Dat er tijdens hun aanwezigheid ook werkelijk een jong, en nog wel een wit kamelenjong , verstoten werd, was groot geluk. Al wordt het ritueel ook gehouden bij ander ingrijpend dierenleed (als de moeder sterft, bijvoorbeeld, of wanneer wolven het jong opeten). Mocht er geen kalf verstoten worden, konden ze altijd nog daar op hopen. Er werd overigens nooit serieus overwogen dat het ritueel zou kunnen mislukken. Davaa: 'Ik heb er veel research naar gedaan en met veel nomaden gesproken, maar ik heb niet een keer gehoord dat het niet gelukt was. Bij ons duurde het een dag, en van oude nomaden heb ik gehoord dat het soms wel twee of meer dagen duurt, afhankelijk van hoe oud de moederkameel is, maar uiteindelijk lukt het altijd.'

Dat het ritueel inderdaad werkt zal gezien de titel niet als een verrassing komen. Daar was het de makers ook niet om te doen. Zij wilden het Hoosh-ritueel laten zien als wezenlijk onderdeel van een levenswijze die nog heel dicht bij de natuur staat. In een Disneyfilm zou het Hoosh-ritueel gepresenteerd worden als een klein wonder, de laatste kans voor een arm, verstoten kameeltje. Voor de herders is het niets meer of minder dan een eeuwenoude methode die zijn waarde inmiddels wel bewezen heeft. Omdat het om een babykameel ging was het steeds de klank 'hoosh' die herhaald moest worden. Was het een schaapje geweest hadden ze 'toig' gezongen, en bij een geitje 'ziig ziig '.

Voor hen is het onderdeel van de culturele traditie. Een cultuur die, en in de documentaire komt dat ook nadrukkelijk aan de orde, onder vuur ligt van westerse invloeden. In de nabijgelegen nederzetting waar de vioolleraar woont kijken de kinderen televisie, spelen ze videospelletjes en eten ze ijs. En rijden de mannen niet meer op kamelen, maar op motoren.

De makers hebben het gevaar van de oprukkende beschaving bewust in hun film gestopt, en waren bereid daar ver in te gaan. Omdat ze van te voren wisten dat het aantal draaidagen beperkt zou zijn (35, wat door de slechte weersomstandigheden nog eens werd bekort tot 23) en ze niet meer dan 10 uur film hadden, werd besloten de nomaden te vragen zichzelf spelen. Vrijwel alle momenten buiten de opnamen met de kamelen waren van te voren doorgesproken. Hoewel de nomaden er doorgaans in slagen zichzelf heel treffend neer te zetten, kan je een enkele keer toch zien dat ze iets uit het hoofd staan op te zeggen. Nog even los van de principiële kwestie of The Story of... nog wel een documentaire is - Falorni spreekt bij voorkeur van een 'narratieve documentaire' - werken de nagespeelde scènes storend. Ze dwingen je je af te vragen of je nou naar een documentaire kijkt of een speelfilm. En bij gevolg of de kameel echt huilt of niet. Zonder achtergrondinformatie (de kameel huilt overigens echt) weet je als kijker niet meer wat je moet geloven.

De kwalificatie van The Story of the Weeping Camel leverde de makers overigens een interessant probleem op. Terwijl de film op verschillende festivals werd onderscheiden als Beste Documentaire, besloten de makers de film bij de Oscarorganisatie in te dienen als Mongolië's inzending voor Beste Buitenlandse speelfilm. The Story of the Weeping Camel werd overigens niet genomineerd.