filmjaar 2016

Op scherp: Martin Scorsese

Chroniqueur van geweld, religie en waanzin in de straten van New York

Sietse Meijer ,

Een multimediaal portret van Martin Scorsese, een regisseur die in zijn beste werk een explosieve mengeling van geweld, religie en waanzin creëert. 'Geen enkele film, hoe onsuccesvol ook, is helemaal voor niets gemaakt.'

De feiten
Geboren: 17 november 1942, Queens, New York ( Verenigde Staten). 

Actief als: regisseur, producer, acteur, schrijver, editor.

Eerste film: Vesuvius VI (1959), korte film; eerste lange speelfilm: Who's That Knocking at My Door (1967).

Prijzen: Oscarnominaties in 1981 voor Raging Bull, in 1989 voor The Last Temptation of Christ, in 1991 voor Goodfellas, in 1994 voor The Age of Innocence (voor het scenario), in 2003 voor Gangs of New York en in 2005 voor The Aviator; Golden Globe in 2003 voor Gangs of New York; Life Achievement Award van het American Film Institute in 1997; Gouden Palm op het filmfestival van Cannes in 1976 voor Taxi Driver, prijs voor beste regisseur in Cannes in 1986 voor After Hours; Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië voor zijn hele oeuvre in 1995, Zilveren Leeuw in 1990 voor Goodfellas; BAFTA in 1991 voor Goodfellas; ere-César in 2000; speciale David di Donatello-prijs voor zijn oeuvre in 2001; Lifetime Achievement Award van de Directors Guild of America in 2003; oeuvreprijs van de Directors Guild of Great Britain in 2005; ster op de Walk of Fame in 2003.

Beste film
Moeilijk kiezen: Scorsese maakte klassiekers als Raging Bull (1980) en Goodfellas (1990), maar het meest indringend blijft Taxi Driver (1976), het portret van 'God's lonely man' (Robert De Niro in één van zijn beste rollen) die in actie komt tegen het verval en de normloosheid die hij om zich heen ziet. Ook zien: Mean Streets (1973), The King of Comedy (1983), After Hours (1985), Casino (1995), Bringing Out the Dead (1999) en The Aviator (2004).

Slechtste film
Scorsese's remake uit 1991 van Cape Fear is commercieel gezien één van zijn grootste successen, maar de niet al te bijzondere thriller mist de persoonlijke stijl van zijn beste films.

Handelsmerk
Geïnspireerd door klassieke Hollywoodfilms, de Franse Nouvelle Vague en de undergroundbeweging in New York in de vroege jaren zestig, heeft Scorsese een unieke eigen stijl ontwikkeld. Scorsese is een verhalenverteller met visuele flair, die graag experimenteert en in zijn beste werk een explosieve mengeling van geweld, religie en waanzin creëert. Terugkerende onderwerpen zijn de mafia, gokken, misdaad en de straten van New York. Scorseses liefde voor popmuziek blijkt uit zijn films over The Band (The Last Waltz) en Bob Dylan (No Direction Home), maar ook uit de soundtrack van bijvoorbeeld Goodfellas en Bringing Out the Dead. Veel van zijn films verwijzen naar de filmgeschiedenis, niet alleen de Amerikaanse, maar ook de Italiaanse, waar hij de schitterende documentaire Il mio viaggio in Italia (1999) over maakte.

Scorsese over Scorsese
'Elke film die ik maak, is mijns ondanks een zelfportret, daarom haat ik het om mijn eigen films terug te zien.
(..)
Dat ik mijn films zelfportretten noem, betekent niet dat de hoofdpersonen mijn alter ego zijn. Misschien dat ik me ooit vooral identificeerde met wat De Niro deed, nu is het meer de totaliteit van de films die mij weerspiegelt. Ik hoop dat verlossing het centrale thema is, maar ik zou mezelf gelouterd noch verlost durven noemen. Ik ben nog zoekende.'
(Vrij Nederland, 2003)

'Geen enkele film, hoe onsuccesvol ook, is helemaal voor niets gemaakt. Er zit altijd wel ergens een aankomend schrijver of regisseur in de zaal die er iets van oppikt, al is het maar een enkele scène of een camerabeweging. Ik ben overtuigd van die rode draad in de filmgeschiedenis. In mijn eigen films gebruik ik ook elementen van films die ik in mijn jeugd zo prachtig vond.'
(Elsevier, 2002)

'Veel van mijn films komen voort uit mijn persoonlijke achtergrond, mijn eigen ervaringen. Als kind had ik vreselijke astma. Ik kon me op straat niet goed verweren als er gevochten werd, daarom belandde ik meestal in de bioscoop of de kerk. Mijn ouders hadden geen scholing, er waren geen boeken in huis. Uit die tijd stamt ook mijn obsessie met de onderlinge relaties in een gezin, vooral tussen broers en hun vader.'
(BBC.co.uk, 2004)

'Digitale decors gaan me echt een stap te ver. Ik ben ervan overtuigd dat een nagebouwde set bij het publiek een ander, herkenbaarder gevoel oproept dan een virtuele ruimte. Het is voor acteurs ook niet te doen. Hoe kun je van hen verwachten dat zij pijn en verdriet spelen als ze rondlopen in een lege, blauwe zaal?'
(De Volkskrant, 2002)

'Ik las ergens dat ik een realist zou zijn, een naturalist. Echt! Ik ben er niet op uit om het er realistisch uit te laten zien - nooit. Elke film moet weergeven hoe ik me voel.'
(Roger Ebert, 1976)

'Ik heb veel moderne films gezien de laatste jaren. Er zijn veel Iraanse films die ik goed vind. En de jonge garde - Wes Andersons films vind ik erg goed. Chris Nolan, Paul Thomas Anderson, Linklater. Als ik films van die jongens zie, heb ik het gevoel dat ik mijn tijd niet zit te verdoen. Die films betekenen iets voor mij. En ik kan er iets van leren. In bepaalde opzichten kan ik nooit doen wat zij doen, omdat zij bij de moderne wereld horen en ik niet. Ik ben iemand van het verleden.'
(Moviemaker, 2002)