nieuwe site?

Schematische horror

The Ward van John Carpenter

Ronald Rovers ,

Na tien jaar eindelijk weer een genrefilm van de legendarische horrorregisseur John Carpenter, die met het kassucces Halloween in 1978 het slashergenre naar een groot publiek bracht.

Zelfs als je geen rabiate horrorfan bent, is de kans groot dat je ooit een film van genrekoning John Carpenter hebt gezien. Misschien niet de slasher Halloween, maar dan zeker toch Christine of The Thing. Die stammen allebei uit de vroege jaren tachtig, toen Carpenter ( 1948) als scenarist en regisseur op z’n hoogtepunt was. Het gaat te ver om te beweren dat het sindsdien alleen maar bergafwaarts is gegaan, maar veel meer hoogtepunten heeft zijn carrière niet opgeleverd.

Zou The Ward die ramkoers kunnen keren? Carpenters eerste project in tien jaar heeft alle ingrediënten om de film tot een genresucces te maken: een gesloten afdeling van een krankzinnigengesticht in de jaren zestig, toen psychiaters er nog ongehinderd op los konden experimenteren met elektroshocks, vrouwelijke hoofdpersonen die er om onduidelijke redenen gedwongen zijn opgenomen, en een geest die 's nachts over de gangen zwerft en de vrouwen een voor een vermoordt. De schaars geklede Kristen ( Amber Heard) die in de openingsscène voor een brandende boerderij wordt gevonden, is een duidelijke knipoog naar de exploitatiefilms uit de jaren zeventig.

Eerlijk is eerlijk, The Ward heeft in de eerste helft een paar spannende momenten en doet niet zo vermoeid en ongeïnspireerd aan als de films die Carpenter in de tweede helft van de jaren negentig maakte. Maar daar is het eigenlijk wel mee gezegd.

Echt spannend wordt de film nergens en je vraagt je af of Carpenter op de set niet gewoon heeft liggen slapen. Het idee van suspense wordt na de eerste paar geestverschijningen helemaal losgelaten; het rubberen monster in de daaropvolgende scènes lijkt rechtstreeks uit een feestwinkel de set op gestapt. Bovendien hebben de bordkartonnen personages allemaal zulke keurig omschreven rollen dat het verhaal verstikkend schematisch aanvoelt. Misschien komt dat doordat de regisseur het scenario zelf niet schreef, wat bij zijn grote successen altijd wel het geval was.

Een spannende scène waarin twee meiden door het ventilatiesysteem proberen te ontsnappen, toont aan dat Carpenter de kunst nog wel beheerst. Hij doet er echter nauwelijks iets mee. Tegen de tijd dat het laatste stukje van de puzzel op z’n plek valt en het verhaal achter de moorden onthuld wordt, kan het de kijker allemaal niks meer schelen. Verder dan wat vluchtige nostalgie naar zijn oude successen komt Carpenter niet.