filmjaar 2016

Dolende zielen

&Me van Norbert ter Hall

Karin Wolfs ,

In zijn speelfilmdebuut Monte Carlo (2001) liet regisseur Norbert ter Hall zijn protagonisten Europa doortrekken, van noord naar zuid. Nu laat hij noord en zuid samenkomen in het centrum van Europa voor zijn tweede speelfilm &Me, gebaseerd op Oscar van den Boogaards roman Fremdkörper. Over drie Europeanen die het geluk zoeken, maar elkaar vinden.

De Spaanse studente Edurne (Verónica Echegui) en de Duitse homoseksuele topambtenaar Eduard ( Mark Waschke) knallen op de trappen van het Europese Parlement in Brussel tegen elkaar op. Nadat hun gebroken armen zijn gespalkt drinkt Eduard bij Edurne thuis een kopje koffie. En zo komt van het een het ander. Richard ( Teun Luijkx), de dossierverhuizer die van de botsing getuige was, kruipt later langzaam maar zeker de toch al onconventionele relatie binnen.

Norbert ter Hall (1966), die als regisseur van tv-drama zijn sporen verdiende met onder meer A'dam-E.V.A. (2011), Waltz (2006) en Mevrouw de minister (2002), maakte van &Me een aanvankelijk lichtvoetige lovestory die gaandeweg overhelt naar een meer melancholisch, licht claustrofobisch verhaal over dolende zielen. Zoals de maandelijkse karavaan witte vrachtwagens door Brussel stroomt, vol dozen dossiers  richting Straatsburg en weer terug, zo drijven de levens van Edurne, Eduard en Richard van kant naar wal. Ze denken misschien te kiezen, maar vrijwel alles overkomt ze. Ze weten nauwelijks wie ze zijn of wat ze willen. Voortdurend horen ze daarom in aanpalende vertrekken het geluid van stromend water: van douche, bad en toilet. Een auditieve stijlkeuze die niet per se de schoonheidsprijs verdient.

Ter Hall toont een drietal dat amper in de buitenwereld leeft, of het is om een hebbeding te scoren dat in huis of garderobe past. Als ze iets 'out of the order' doen, is het rennen door een kantoorgebouw. Illegalen die op straat voor mensenrechten marcheren vormen slechts een decor in het leven van deze mensen die als harmonisatoren van de Europese regels minstens twee abstractieniveaus boven die werkelijkheid verheven zijn.

Ook de weltschmerz van Edurne, Eduard en Richard blijft helaas te abstract bij een gebrek aan tragiek en chemie tussen de acteurs. We zijn getuige van een zoektocht naar geluk, ja. Maar ach, is dat niet kenmerkend aan het leven? Wat de intrige nekt, is dat er zoveel expliciet wordt gemaakt, dat er weinig te raden overblijft.

'Is dit wat je wilt in het leven ? Ben je gelukkig? Weet je het zeker?' Zo niet, dan trekt de karavaan weer een halte verder. Alleen de verhuizer weet dat dat zinloos is.