filmjaar 2016

Vega-horror

Berberian Sound Studio van Peter Strickland

Rick de Gier ,

In de originele thriller Berberian Sound Studio vloeit geen druppel bloed, maar komen wel heel wat watermeloenen en kroppen kool gruwelijk aan hun eind.

Films die zich afspelen in de filmwereld gaan meestal over regisseurs (), acteurs ( The Artist) of scenarioschrijvers ( Adaptation.). Een enkele keer over producenten ( The Player) of zelfs stuntmannen ( The Stunt Man). Maar Berberian Sound Studio is mogelijk de eerste speelfilm die draait om een foley artist – de man die verantwoordelijk is voor de geluidseffecten in films.

Deze Gilderoy, een keurige, timide Brit ( prachtig gespeeld door Toby Jones), wordt ergens in de jaren zeventig ingehuurd om mee te werken aan de geheimzinnige Italiaanse productie The Equestrian Vortex. Tot Gilderoys schrik blijkt het te gaan om een bloedige horrorfilm. Voor hij het weet staat hij in te hakken op groente en fruit om de gruwelijkste martelgeluiden na te bootsen.

Een slimme vondst van de Britse regisseur/scenarist Peter Strickland, is het feit dat we – op de openingcredits na – geen frame van de horrorfilm te zien krijgen. We horen alleen de suggestieve geluiden en aanschouwen de weerzin op Gilderoys gezicht. Omdat vrijwel de hele film zich afspeelt in de donkere studio en Gilderoy wordt omringd door louter zonderlinge en bedreigende types, is zijn toenemende onrust en paranoia goed voor te stellen .

Waarmee overigens niet is gezegd dat Berberian Sound Studio ooit echt spannend wordt. Daarvoor is de toon net te luchtig en de plot uiteindelijk te ongrijpbaar. Hoe verder Gilderoy doordraait, hoe meer droom en werkelijkheid door elkaar gaan lopen.

Dat een helder of ingenieus slot uitblijft, is wel een beetje jammer. Anderzijds is het evident nooit Stricklands opzet geweest een spannende Hollywoodthriller af te leveren. Zijn debuutfilm Katalin Varga uit 2009 was ook al allesbehalve behaagziek: een trage low- budget-thriller die zich afspeelt op het Roemeense platteland, met Hongaars- sprekende acteurs (die de regisseur zelf niet kon verstaan). Het grote publiek bleef weg, maar cinefielen en critici waren enthousiast.

En zo zal het Berberian Sound Studio ongetwijfeld ook vergaan. Strickland had lak aan commerciële conventies en maakte gewoon lekker de film die hem voor ogen stond: een ode aan geluidskunstenaars en obscure griezelcinema, doorspekt met droge humor, Lynchiaanse psychedelica en subtiel commentaar op filmgeweld. Een bewonderenswaardige – en zeer vermakelijke – prestatie.