nieuwe site?

Recensie: Inside Out

Psychologieles voor het hele gezin

Rick de Gier ,

Het was bepaald geen geslaagde sitcom; tv-kijkers noch recensenten vonden er wat aan, en na drie seizoenen trok producent Fox de stekker eruit. Toch was het gegeven van Herman’s Head (in Nederland zo’n twintig jaar geleden uitgezonden door RTL 4) best leuk verzonnen: de lotgevallen van hoofdpersoon Herman werden telkens onderbroken voor een blik in zijn (als rommelzolder verbeelde) bovenkamer, waar vier personages woonden die ieder een aspect van zijn karakter belichaamden.

Laat het uitgangspunt van de nieuwe Pixar-tekenfilm Inside Out nu precies hetzelfde zijn – en dus ook weer niet zo origineel als sinds de première in Cannes alom wordt geroepen. Al is dat verder geen kritiek. Want in tegenstelling tot de makers van Herman’s Head heeft Pixar het gegeven razend creatief, humoristisch en vertederend uitgewerkt.
 
Hoofdpersoon van Inside Out is het Amerikaanse meisje Riley, van wie we dus het echte leven volgen én het verborgen leven in de controlekamer van haar hoofd. Als de film begint is Riley een baby, met nog maar één emotie achter de knoppen: Joy/Vreugde (stem van Amy Poehler in de originele versie), een uitgelaten dame die alles van de zonnigste kant bekijkt. Al snel wordt de wereld van de kleine Riley echter groter en ingewikkelder, en krijgt Joy gezelschap van Sadness/Verdriet (Phyllis Smith), Anger/Woede (Lewis Black), Fear/Angst (Bill Hader) en Disgust/Afkeer ( Mindy Kaling).
 
Het verhaal komt op gang als Riley elf is en met haar ouders van het landelijke Minnesota verhuist naar een huis in de binnenstad van San Fransisco, waar haar vader een nieuwe baan heeft. De verandering valt Riley zwaar: ze moet naar een nieuwe school, nieuwe vrienden maken, wennen aan een andere omgeving. Het zorgt voor de eerste echte crisis in haar hoofd, waar Joy de macht dreigt te verliezen aan de andere – veel minder gezellige – emoties .
 
De makers van Inside Out, onder leiding van regisseur Pete Docter, hebben een zware dobber aan de productie gehad. Nadat er in vier jaar zo ’n zeven ruwe versies van de film waren gemaakt, was Docter nog altijd niet tevreden over het verhaal. Het tekent de bewonderenswaardige mentaliteit van Pixar – kwaliteit voor alles – dat de release gewoon net zo lang werd uitgesteld tot de film volgens de makers op z’n best was.



Voor een grote, dure familiefilm is Inside Out dan ook behoorlijk gewaagd – zelfs van de studio die gezinnen al eens trakteerde op een dystopische sf-film waarin amper werd gesproken (Wall-E) en een verhaal over een gedesillusioneerde bejaarde die z’n vrouw moest begraven (Up – ook van Pete Docter). Als een soort Smurfen-bewerking van een boek van Dick Swaab speelt de film zich grotendeels af in een abstract universum waarin zaken als karaktervorming, depressie en het korte- en langetermijngeheugen centraal staan. De jongste kijkers zullen geheid genieten van de felle kleuren en geinige wezentjes in Riley’s hoofd, maar dit is andere koek dan Frozen.
 
Een enkele keer schemert er nog wel iets door van de moeizame totstandkoming van het verhaal – vooral in de tweede helft , als Joy en Sadness samen op drift raken in Riley’s herinneringen, verliest het soms wat scherpte. 
 
Maar dat valt in het niet bij de grootse prestaties die hier zijn geleverd. Inside Out zet complexe psychologie om in een behapbaar verhaal, en zit tjokvol goede ideeën, sterke grappen en warm sentiment. De conclusie over de rol van verdriet in het leven gaat verrassend diep, en net als in de Toy Story-films wordt het verlies van kinderlijke onschuld op ontroerende wijze betreurd. 
 
Daarmee is Inside Out zo ’n zeldzame familiefilm die misschien wel meer ouders vochtige ogen zal bezorgen dan kinderen.