filmjaar 2016

Recensie: Refugiado

Lekker spelen in het blijf-van-mijn-lijfhuis

Rick de Gier ,

In Enough (2002) speelt Jennifer Lopez een serveerster die thuis door haar man wordt mishandeld. Niemand blijkt haar te kunnen helpen, dus neemt ze – na een aantal karatelessen – het heft maar in eigen hand: genoeg!

Zo serveert Hollywood huiselijk geweld: met veel melk en suiker om de bitterheid ervan te compenseren. Gelukkig zijn er ook films die een realistischer beeld schetsen. Al zijn die natuurlijk wel wat moeilijker te verteren.

Het Argentijnse drama Refugiado is zo'n film. Het verhaal begint nog gemoedelijk, met een kinderfeestje in een speeltuin, maar al snel dient het leed zich aan. De zevenjarige Matías wordt niet opgehaald door zijn moeder Laura. Die blijkt thuis bont en blauw geslagen op de keukenvloer te liggen. Via de politie belanden moeder en zoon nog diezelfde nacht in een blijf- van-mijn-lijfhuis.

In het openingsshot van Refugiado zien we Matías in z'n eentje door een tunnel kruipen in de speeltuin. Een passende illustratie bij de thematiek van de film: hier is hij veilig, niemand kan hem vinden. Regisseur Diego Lerman houdt van zulke symboliek. Hij filmt zijn personages graag vanachter voorwerpen en vanuit ongewone hoeken, wat soms de intimiteit versterkt, maar vaker iets claustrofobisch en onheilspellends oproept, alsof Laura en Matías voortdurend in de gaten worden gehouden.



Het verhaal wordt afwisselend verteld vanuit het perspectief van de moeder en dat van het kind. In het blijf-van-mijn-lijfhuis zijn we in de verhoorkamer aanwezig waar Laura haar pijnlijke verhaal doet, maar we volgen ook Matías, die het op zijn beurt best gezellig heeft met het dochtertje van een andere mishandelde moeder.

Omdat Matías lang niet alles uit de volwassenenwereld meekrijgt, hebben de scènes waarin hij dicht op de huid wordt gezeten iets dromerigs en poëtisch. De scènes waarin vooral Laura centraal staat , zijn wat meer rechttoe rechtaan. Jammer dat Lerman er niet voor koos de hele film vanuit het kinderperspectief te vertellen; dat had een meer uitgesproken, originelere film kunnen opleveren.

Nu is Refugiado nog altijd heel degelijk, en af en toe oprecht aangrijpend. Maar ook wat braaf en wel erg stemmig.

Kan het dan anders met zo'n ernstig thema – zonder te vervallen in Enough-achtige kitsch? Toch wel, zo bewees bijvoorbeeld het eveneens Spaanstalige drama Te doy mis ojos (2003), waarin een vergelijkbaar verhaal wordt verteld vol sprankeling, psychologische diepgang en zelfs humor.