filmjaar 2016

Recensie: The Green Inferno

Keurige wansmaak

Karin Wolfs ,

Waar een kannibalenstam vecht om een been, gaat een kleuter ermee heen. Het zou zo maar een gezegde uit het infame regenwoud van Eli Roth (Cabin Fever, Hostel) kunnen zijn, waar inboorlingen wel raad weten met een kluitje verdwaalde twitteractivisten.

Die belanden daar na een noodlanding met een klein vliegtuigje dat hen terug naar de bewoonde wereld had moeten brengen na een publiciteitsstunt. Ze hadden zich daarvoor vastgeketend aan bomen die door een gasbedrijf illegaal werden gekapt. De inheemse stam die ze ermee wilden redden, zet hen als dank op het menu.

Hoewel Roths Knock Knock (2015), met Keanu Reeves, later werd gemaakt, bereikte die eerder de bioscoop dan het al uit 2013 stammende The Green Inferno. De Chileense schone Lorenza Izzo  – inmiddels Roths vrouw – die in Knock Knock opviel als charismatische kwelgeest, krijgt in The Green Inferno als lijdend voorwerp wat minder kans om uit te pakken.

Dat neemt niet weg dat de door Roth geschreven en geregisseerde film kan bogen op gedenkwaardige complicaties, snaakse dialogen, campy Spaanse accenten en ronkende oneliners waarvan een béétje horrorfan weet dat ze fout uit zullen pakken. Zoals de reden die een student aan Justine (Izzo) geeft om zich aan te sluiten bij zijn actiegroep: 'Don't think. Act.'

Qua grimmigheid komt deze retro-kannibalenhorror in de buurt van Hostel, al is het belang van de shock hier nog verder ondergeschikt gemaakt aan de funfactor. Dat niet alles plot- en continuity-wise klopt is onderdeel van die lol. Net als het ongepolijste realisme bij daglicht waarin de slachtpartijen zich afspelen, in navolging van de kannibalenfilms uit de jaren zeventig en tachtig waar de film aan refereert. Ook Roth draaide op locatie in de jungle bij een lokale stam en strooide kwistig met sterke verhalen over de omstandigheden waaronder werd gefilmd. De vliegtuigcrash getuigt van een te gek staaltje humorvol low-budget filmen met maximaal effect.

Qua smakeloosheid steekt dit eerbetoon aan exploitatie-iconen als Last Cannibal World (1977), Cannibal Holocaust (1980 ) en Cannibal ferox (1981) echter bleekjes af tegen zijn notoire voorbeelden. Waar die niet terugschrokken voor verkrachtingsscènes, afgehakte edele delen, levend gevilde dieren of een kannibalenmoeder die haar boreling voor de krokodillen werpt nadat ze zelf de navelstreng heeft doorgebeten, komt Roth – naast het te verwachten hak-, trek- en snijwerk – niet verder dan iets met zelfbevrediging en wat gekoketteer met vrouwenbesnijdenis. Hoewel niet voor tere zieltjes, wordt Roths gecultiveerde pulp mede door het knullige jaren tachtig- sausje nergens te smakeloos om aan te zien.

-----------------------------------------------------------------------------------

Andere aanbevolen regenwoudfilms uit de jaren zeventig en tachtig:

The Emerald Forest (1985) – John Boorman. Ook met kannibalen, naast ayahuasca-hallucinaties en een beter verhaal. Over een ingenieur die na tien jaar zoeken zijn zoon terugvindt die als kind door een inheemse stam werd meegenomen aan de rand van het regenwoud. Gebaseerd op een waargebeurde geschiedenis.

The Mission (1986) – Roland Joffé. Zonder kannibalen, maar wel gefilmd bij lokale stammen, met een geweldige Robert De Niro als tot het christendom bekeerde, voormalige slavenhandelaar. Episch historisch drama over hoe vrome jezuïeten een inheemse stam proberen te beschermen tegen Portugese slavenhandelaars.

Aguirre, der Zorn Gottes (1972) – Werner Herzog. Langs dezelfde Peruaanse Amazone-tak gedraaid als The Green Inferno. Een bijna gedoemde filmproductie over een gedoemde zestiende-eeuwse Spaanse expeditie op zoek naar El Dorado.