filmjaar 2016

Roemeense golf

Twee Roemeense topfilms in drie weken

Gerhard Busch ,

Zeventien jaar na de val van Ceaucescu lijkt de Roemeense cinema eindelijk op gang te komen: de ene na de andere Roemeense film valt in de festivalprijzen. Zoals The Way I Spent the End of the World en 12:08 East of Bucharest.

Februari staat het Amsterdamse Filmmuseum in het teken van de Roemeense film , met een hele ris recente korte en lange films van veelbelovende jonge Roemeense makers. Opvallend, want Roemenië heeft geen al te interessante filmtraditie. Onder het communistische bewind werd weinig noemenswaardigs gemaakt, en ook daarna bleef het lang stil. Pas in de laatste drie, vier jaar dient het ene talent na het andere zich aan.

Dat begon met een handvol korte films die op verschillende belangrijke festivals in de prijzen vielen. Zo won Cristi Puiu in 2004 met Cigarettes & Coffee een Gouden Beer in Berlijn, en werden Corneliu Porumboiu (met A Trip to the City in 2003) en Catalin Mitulescu (met Traffic in 2004) onderscheiden in Cannes.

Het was een kwestie van tijd dat deze makers hun eerste lange speelfilm zouden afleveren. Cristi Puiu ( 1967) was de eerste. In 2005 presenteerde hij de zwarte komedie The Death of Mr Lazarescu, over een patiënt die in een ziekenhuis van het kastje naar de muur gestuurd wordt. Ook deze film werd onderscheiden in Cannes. Vorig jaar volgden dan Porumboiu (1975) met 12:08 East of Bucharest, en Mitulescu (1972) met The Way I Spent the End of the World. En het wordt eentonig, maar ook deze films vielen in Cannes in de prijzen.

12:08 East of Bucharest, die in Cannes de Gouden Camera kreeg voor het beste regiedebuut, is een hilarische hand in eigen boezem van dertiger Porumboiu. De film biedt een ironische kijk op het revolutionaire karakter van de Roemenen aan de vooravond van de val van Ceaucescu op 22 december 1989.

De tijd uit de titel (acht over twaalf) is essentieel, want dat is het moment dat iedereen in Roemenië dankzij tv-beelden doorkreeg dat het gedaan was met de macht van de communistische dictator. Het gaat er natuurlijk om wie er ook vóór die tijd al tegen hem protesteerde. In een lokaal tv-programma in een stadje ten Oosten van Boekarest betwist 16 jaar na dato een drietal elkaar over wie er toen wel of niet voor twaalven in opstand kwam.

Het eerste uur van de film gebruikt Porumboiu om het drietal - een aan alcohol verslaafde leraar, een oude man die altijd met Kerst de Kerstman speelde, en de presentator van het lokale tv-programma - te introduceren. De film komt wat aarzelend op gang, maar als de drie elkaar eenmaal ontmoeten tijdens het tv-programma, gaan alle remmen los.

Hoewel de camera ruim een half uur op niet veel meer dan drie pratende hoofden wordt gericht, verslapt de aandacht geen moment. Het is een kunststukje dat lukt dankzij de perfecte komische timing van de acteurs, Porumboiu's lef om niet weg te snijden, en vooral vanwege het messcherpe script (ook van Porumboiu), dat niet alleen erg grappig, maar ook ongenadig hard is. Met name voor de geschiedenisleraar, die maar blijft volhouden dat hij al voor 12:08 uur begon met protesteren tegen Ceaucescu.

In Cannes vertelde Porumboiu hoe hij op het idee kwam voor de film: 'In 2000 zag ik een programma op televisie waarin werd gediscussieerd over wat er precies gebeurde op 12:08 uur op 22 december 1989, het moment dat op tv werd uitgezonden dat Ceauescu er als een haas vandoor ging. Aan het begin van het programma moest ik lachen, maar na verloop van tijd werd ik zo boos, dat ik besloot het programma uit te zetten. In mijn film wilde ik dezelfde gevoelens oproepen.' Ook vertelde hij: 'Mijn film gaat over het geheugen, en hoe dat de geschiedenis kan veranderen, omdat ieder mens zich bepaalde gebeurtenissen op een andere manier herinnert. De historische werkelijkheid bestaat niet.'

Ook The Way I Spent the End of the World richt zich op het onderhuidse verzet aan de vooravond van de val van het communistische regime. Dat verzet wordt gepersonifieerd door de 17-jarige Eva (met veel verve gespeeld door Doroteea Petre, die daarvoor in Cannes werd uitgeroepen tot beste actrice). Eva laat zich door niemand - vriendjes, school, ouders - tegenhouden in haar drang naar vrijheid. De enige aan wie ze zich iets gelegen laat liggen is haar zesjarige broertje Lalalilu.

The Way is meer een lofzang op het individu die zich door geen enkel politiek regime laat klein krijgen, dan een uitgesproken politieke film. De toon is dromerig, en soms vervaagt de grens tussen waan en werkelijkheid helemaal. Zo zien we hoe - in Lalalilu's fantasie - kaugumballen worden opgeblazen tot hele luchtballons, en hoe het halve dorp er in een fantasie-onderzeeboot stiekem vandoor gaat.

Af en toe slaat de film een serieuzere toon aan, maar waar films uit het Oostblok zich in het verleden nog wel eens onderdompelden in misère, blijft de toon van The Way opvallend luchtig , zelfs optimistisch.

Op de titelrol staan Martin Scorsese en Wim Wenders vermeld als associate producers. Grote namen, inderdaad, maar hun inbreng was beperkt. Op het Sundance festival in 2005 kreeg Mitulescu de Sundance/NHK Award voor het beste Europese filmscript. Die prijs leverde 10.000 dollar op, gegarandeerde vertoning op de Japanse televisie (op staatszender NHK) én de namen van Scorsese en Wenders op de titelrol.

Het is gissen naar de redenen voor deze opvallende Roemeense golf van goede en interessante filmmakers . Opvallend is wel dat de makers zijn opgestaan in een tijd dat steeds meer Hollywoodproducties uitwijken naar Roemenië, omdat de productiekosten daar zo veel lager zijn dan in eigen land.

Deze zogenoemde runaway productions hebben grote economische gevolgen voor een land en voor de daar aanwezige - vaak maar matig ontwikkelde - filmindustrie. Bestaande technici worden opgeleid en kunnen vervolgens ervaring opdoen bij grootschalige producties. De infrastructuur verbetert dankzij de komst van de Hollywoodfilms, en het is aan de Roemeense makers daarvan te profiteren. Iets wat Mitulescu en Porumboiu duidelijk hebben gedaan.

Maar misschien is het ook simpelweg een kwestie van geluk. Wie had kunnen voorspellen dat België bij het vrouwentennis met Henin en Clijsters ineens twee spelers in de Top 5 zou hebben? Niets in het verleden wees immers op de komst van één, laat staan twee topspeelsters. En ineens waren ze daar. Net als het half dozijn jonge, getalenteerde Roemeense filmmakers van wie de industrie nog jaren plezier zal hebben. En als het in België en Roemenië kan, waarom dan niet in Nederland? Of we het nou over vrouwentennis hebben of over filmmakers die aan de lopende band prijzen winnen in Cannes. Een van de twee zou al prachtig zijn.