filmjaar 2016

Westerns uit het Oosten

Borsjt-, goulash- en saurkrautwesterns

Rick de Gier ,

Stalin was stiekem verzot op cowboyfilms, maar de officiële Partijlijn was dat Amerikaanse westerns verboden waren. En dus kwamen er communistische imitaties. In Rusland borsjtwesterns’, In Hongarije ‘goulashwesterns’ en in Oost-Duitsland ‘saurkrautwesterns’.

Lemonade Joe ( Oldrich Lipský, 1964)
Bij een communistische western denkt de filmliefhebber wellicht aan High Noon, de klassieker met Gary Cooper en Grace Kelly. Anno 1952 zat de huiver voor ‘on- Amerikaanse’ sentimenten er in Hollywood goed in. Het voor die tijd onconventionele slot van High Noon, waarin sheriff Cooper gedesillusioneerd zijn ster in het zand werpt, werd door rechtse filmprominenten als John Wayne en Howard Hawks beschouwd als een soort landverraad. Diverse medewerkers van de productie kwamen terecht op de gevreesde zwarte lijst van senator McCarthy, die zelf ook zijn afschuw over de film uitte.

En in de Sovjet-Unie? Daar werd High Noon gewoon bekritiseerd om z’n Westerse aard. Niks communistisch aan. En reken maar dat de Russen wisten wat er op westerngebied te koop was – Stalin was heimelijk verzot op cowboyfilms, ook al verbood hij zijn landgenoten ernaar te kijken. Voor het gepeupel bestonden er sinds de begindagen van de USSR verantwoorde alternatieven: heroïsche nationale producties die zich afspeelden in het Oeralgebergte of langs de Wolga, meestal tijdens de Russische burgeroorlog van 1918-1921. Vol socialistisch gedachtegoed uiteraard. Het is de vraag hoe communistisch John Wayne High Noon nog zou hebben gevonden naast knalrode westerns als Little Red Devils (1924) of The Elusive Avengers (1966). Niet dat Wayne ooit de kans zou hebben gehad zulke films te zien: aan deze zijde van het voormalige IJzeren Gordijn zijn de red westerns tot op heden maar zelden vertoond.

Daaraan komt een einde met het IFFR-programma ‘ Signals: Red Westerns’, waarin zo’n vijftien succesvolle ‘easterns’ zijn verzameld. Na Rotterdam zal het programma diverse andere Europese filmfestivals aandoen. Verantwoordelijk voor de samenstelling zijn de van oorsprong Tsjechische IFFR-programmeur Ludmila Cvikova en de Russische filmcriticus Sergey Lavrentyev, die ooit toevallig aan de praat raakten over de films uit hun jeugd en daarbij hun treurnis deelden dat al die klassiekers nooit een internationaal publiek hadden bereikt.

Beeld uit de Sovjet-klassieker The White Sun of the Desert (1969)


Blockbusters

‘Het gaat om films met een grote historische waarde, in veel gevallen prachtig gefilmd en nog steeds heel genietbaar,’ licht Cvikova toe. ‘Producties die in de Sovjetstaten alle festivals langsgingen en golden als blockbusters, met grote sterren in de hoofdrollen. In Rusland en het voormalige Oostblok is het genre nog steeds heel populair. Toen Sergey en ik hadden besloten een overzicht samen te stellen, was het niet moeilijk op basis van onze herinneringen een selectie op papier te zetten. Lastiger werd het toen we de bewuste films moesten gaan opsporen – uitzoeken wie de rechten beheerden en wat voor kopieën er nog in omloop waren. We vonden een studio in Moskou bereid om speciaal voor ons nieuwe , Engels ondertitelde kopieën te maken van vier Russische klassiekers, en diverse Oost-Europese films waren te vinden via nationale filmarchieven en - instituten. Maar titels uit voormalige satellietstaten als Georgië, Kirgizië en Oezbekistan bleken totaal onvindbaar.

Waarschijnlijk zijn de originele prints na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie nooit meer geretourneerd uit de Russische archieven. Toen ik in Moskou op zoek ging, kreeg ik het vermoeden dat men daar helemaal niet wilde dat deze titels werden opgespoord – de Russische houding jegens sommige Centraal-Aziatische staten, waar veel gastarbeiders vandaan komen, is erg zorgwekkend, dat heeft er vast alles mee te maken. Ik had de hoop al bijna opgegeven toen er toch nog kopieën van een aantal van deze meesterwerken opdoken in Duitsland en de VS. Dat we er bijgevolg alleen Duits en Engels nagesynchroniseerde versies van kunnen laten zien is dan maar jammer; het is al een wonder op zich dat we ze hebben.’

Cvikova wijst erop dat de aanduiding ‘rode western’ wat verraderlijk is, omdat er eigenlijk geen sprake is van een eenduidig genre. De films hebben met elkaar gemeen dat ze een socialistische toon hebben en onbekend zijn in het Westen, maar komen voort uit heel verschillende tradities. Tegenover de Russische ‘ borsjtwesterns’ staan bijvoorbeeld Hongaarse ‘goulashwesterns’ en Oost-Duitse ‘ saurkrautwesterns’. Cvikova: ‘De eerste lichting Sovjetwesterns, uit de jaren twintig en dertig, is duidelijk geschoeid op Amerikaanse leest, maar dan vaak gecombineerd met slapstick- of actie- of drama-elementen. De verhalen zijn vertaald naar de eigen situatie, met rode en witte soldaten in plaats van cowboys en indianen. En zo hadden de Oost-Europese landen ook hun eigen verhalen en tradities; in de DDR waren bijvoorbeeld de adaptaties van Karl May over Winnetou razend populair. Hoewel veel films uit onze selectie redelijk te volgen zijn zonder voorkennis, is het wel prettig om vooraf iets van die verschillende achtergronden te weten. Daarom hebben we een catalogus bij het programma gemaakt waarin elke film wordt toegelicht door een filmcriticus uit het land van oorsprong – die gids wordt geheid een collector’s item!’

Beeld uit de DDR-eastern Chingachgook, die große Schlange (1967)


Magnificent Seven

Hoe propagandistisch is de ‘ eastern’? Gaat het om schaamteloze rode pamfletten, of eerder om pretentieloze avonturenfilms die toevallig de toets der Sovjetkritiek konden doorstaan? Volgens Cvikova is dat per tijdperk verschillend: in de jaren vóór Stalin werd de Hollywoodwestern in de USSR massaal bekeken en vrolijk nagebootst, maar met zijn komst verdwenen alle cowboyfilms van het witte doek. ‘De Amerikaanse western werd beschouwd als contrarevolutionair genre waarin blanke kolonisten arme indianen uitmoordden – wat veelal ook gebeurde natuurlijk. Stalin zelf liet echter massaal Hollywoodwesterns importeren en ondertitelen voor eigen gebruik , en gaf intussen opdracht tot het maken van uitgesproken communistische alternatieven. Na zijn dood bleven zijn strenge eisen aan het genre nog een poos de norm voor Sovjetfilmers, maar op den duur kwam er steeds meer vrijheid. Stalins opvolger Chroesjtsjov was minder negatief over de Amerikaanse cinema en stond in de loop der jaren een handjevol buitenlandse westerns toe in de bioscopen. In de jaren zestig werd The Magnificent Seven echter zo populair dat de partijleiders zich weer zorgen gingen maken. Ze bezonnen zich op een tegengeluid en initieerden een nieuwe stroming binnen de rode western: films die zich niet in het Oosten maar in het Westen afspeelden, maar dan met een socialistische moraal. Dus met de Indianen als helden en de cowboys als boeven. Deze variant werd ongeëvenaard succesvol; sommige producties uit de jaren zestig en zeventig werden door miljoenen mensen gezien. En dus was iedereen tevreden: de partijleiders, die de bedenkelijke herinnering aan The Magnificent Seven uit het geheugen van de jonge Sovjets hadden gewist, en het publiek, dat er een aantal schitterende filmervaringen voor terugkreeg. Socialistisch gekleurde filmervaringen, maar toch echte, goed gemaakte westerns.’

Hoogtepunten
Aanbevolen in het programma ‘Signals: Red Westerns’ is de openingsfilm Extraordinary Adventures of Mr. West in the Land of the Bolsheviks van Lev Kuleshov uit 1924, die bekendstaat als de eerste rode western . De gerestaureerde stomme klassieker zal worden begeleid door het Metropole Orkest. Een fraai voorbeeld van een western die zich afspeelt tijdens de Russische burgeroorlog is The Seventh Bullet uit 1972, van de Oezbeekse Ali Khamraev, die in Rotterdam aanwezig zal zijn om de productie toe te lichten. Een typische satirische variant op de Amerikaanse western is de Tsjechisch culthit Lemonade Joe uit 1964, van Oldrich Lipsky.