filmjaar 2016

Katholieke omerta

Mea Maxima Culpa en We Were Children op IDFA

Maarten van Bracht ,

Mea Maxima Culpa en We Were Children laten zien waarom seksueel misbruik op grote schaal juist in instellingen van de katholieke kerk kon plaatsvinden.

Zouden er ook katholieke gezagsdragers zijn die stiekem opgelucht reageerden op het nieuws dat seksueel misbruik sinds de jaren zestig ook op grote schaal heeft plaatsgevonden in jeugdzorginstellingen van de overheid, en dat zulke praktijken dus de afgelopen halve eeuw niet exclusief waren voorbehouden aan hun katholieke domein? Wie weet.

Het imago van de moederkerk heeft een geweldige dreun gekregen, nog het meest door de manier waarop haar gezagsdragers decennialang het seksueel misbruik negeerden en probeerden dood te zwijgen.
Spijtbetuigingen, alsnog betuigde compassie met de slachtoffers en smartengeld kunnen onmogelijk de indruk wegnemen dat er iets grondig mis was (en is) in dit wereldwijde, vanuit Rome bestierde instituut. Na alle verslagenheid en woede kwam de vraag waarom juist het klimaat in de katholieke kerk zo ‘gunstig’ was voor zedendelicten begaan tegen kinderen.

De antwoorden kwamen het afgelopen jaar al vaak langs: de doofpotcultuur in de katholieke hiërarchie, het fysieke isolement van veel katholieke instellingen dat de buitenwacht en het ‘wereldlijk’ gezag buiten de deur hield, de afhankelijkheid van vaak uit sociaal zwakkere milieus afkomstige internaatpupillen van hun opvoeders en oppassers, en vooral het taboe en de verknipte kijk op seksualiteit van katholieke geestelijken die geacht worden celibatair te leven maar zonder toezicht of kans op sancties hun kans schoon zagen bij weerloze slachtoffers. Die bovendien zwegen omdat ze zich schaamden, hun verhaal niet kwijt konden en toch niemand hen zou geloven.

Dat is allemaal bekend. Maar het blijft moeilijk te bevatten hoe een mix van al die factoren tot vergrijpen kan leiden door geestelijken die hun status misbruiken en zich boven de wet verheven achten.

Schrikbewind
Dat er een geperverteerd katholiek systeem in zit, moge nog eens blijken uit de documentaires Mea Maxima Culpa: Silence in the House of God en We Were Children. Wie nog niet beseft dat Rome het voortbestaan van het instituut per saldo altijd laat prevaleren boven de belangen van individuen, zijn katholieke daders in bescherming neemt en hun slachtoffers negeert, moet Mea Maxima Culpa: Silence in the House of God bekijken, waar ook Vaticaan-watchers nog iets van kunnen leren .


Mea Maxima Culpa: Silence in the House of God

Oud-pupillen van het door priesters en nonnen geleide doveninternaat St. John’s School for the Deaf in Milwaukee, Wisconsin, vertellen in gebarentaal over het regime van directeur Lawrence Murphy, die in 1974 na een tienjarig schrikbewind ‘om gezondheidsredenen’ van zijn functie werd ontheven. Het was het eerste geval van ernstig seksueel misbruik binnen de katholieke kerk dat in de VS openbaar werd.

De pedofiele priester Murphy, ogenschijnlijk als een tweede vader voor zijn pupillen, buitte zijn positie optimaal uit, bijvoorbeeld door jongens te misbruiken van wie hij wist dat hun ouders geen gebarentaal beheersten. Overigens zwegen ook de nonnen over wat zich in het internaat afspeelde. De pupillen werden geacht hun ‘zonden’ op te biechten door ze aan te kruisen op een voorgedrukt formulier, waarna het onderwerp masturbatie sommige priesters aanknopingspunten bood om zich aan de jongens op te dringen. Dit systeem van angst, schaamte, schuld en verzwijgen werd pas definitief doorbroken toen aan politici en bestuurders fl yers werden uitgedeeld waarin Murphy werd aangeklaagd. Uiteindelijk bleek het Vaticaan al twintig jaar op de hoogte van zijn praktijken.

Volgens onderzoeker Richard Sipe leeft meer dan de helft van de priesters niet celibatair, stiekem uiteraard. Sipe spreekt van ‘ noble cause corruption’: ze sussen hun geweten of rechtvaardigen hun delicten met het idee dat een beetje misbruik niet opweegt tegen al hun goede werk. Om die reden geeft ook de buitenwacht hun het voordeel van de twijfel. In de VS trok de kerk tachtig miljoen dollar uit om ongeveer 2000 pedofiele priesters te behandelen, waarbij retraite en gebed als de oplossing werden beschouwd. Men wilde voor dit doel zelfs een eiland in de Caribische Zee aanschaffen.

De huidige paus Benedictus XVI, Joseph Ratzinger, was als hoofd van de Congregatie voor de Geloofsleer sinds 2001 het best geïnformeerd over seksueel misbruik in de wereldkerk. Erg veel heeft hij met die wetenschap niet kunnen of willen uitrichten; in een organisatie van maffia-achtige structuur is zwijgzaamheid het eerste gebod om de belangen van de firma niet te schaden.

Internaten
Het belang van We Were Children schuilt in het vrijwel onbekende feit dat de Canadese overheid kinderen van indiaanse origine gedwongen in door de katholieke kerk geleide internaten onderbracht teneinde hun integratie en assimilatie in de Canadese maatschappij af te dwingen.


We were Children

Gedurende meer dan een eeuw werden in totaal 150.000 indianenkinderen – politiek correcte benaming: first nations-kinderen – weggehaald bij hun ouders en afgesneden van hun cultuur om in internaten de superieure christelijke, althans katholieke beschaving deelachtig te worden. 80.000 indiaanse Canadezen dragen zo’n verleden met zich mee, twee van hen getuigen ervan in het docudrama We Were Children, bij gebrek aan archiefmateriaal meer drama dan docu.

Spijtig, want de gang van zaken op zo’n internaat in de provincie Manitoba, een oord van repressie en misbruik, wordt te traag en nadrukkelijk nagespeeld, begeleid door onheilspellende en sentimentele muziek, zodat de film het vooral van de getuigenissen van beide survivors moet hebben. De laatste ‘Indian residential school’ sloot in 1996.