filmjaar 2016

Vakantieblues

De Comakijker over The Trip

Nick Boers ,

Wat is het toch met vakantie? De laatste week wil je niets liever dan naar huis, eenmaal thuis kun je niet wachten tot je weer weg kan. Gelukkig is er altijd nog The Trip (en The Trip to Italy).

The Trip (2010) is een komedie zoals er maar weinig zijn. Een half uurtje per aflevering, ja, en grappig natuurlijk, maar ook vrijwel helemaal geïmproviseerd , geregeld vilein en soms hartverscheurend. Shots van uitgestrekte Engelse landschappen (en in het vervolg uit 2014: Italiaanse vista’s) zijn samen met close-ups van belachelijk lekker eten net zo belangrijk voor het verhaal als de gesprekken tussen de hoofdpersonages.

Die hoofdpersonages zijn de Britse komieken Steve Coogan en Rob Brydon, die voor het verhaal Engeland en later Italië rondreizen om ’s lands beste restaurants te bezoeken en beoordelen . Daarbij spelen ze uitvergrote versies van zichzelf. Coogan is de wat narcistische, zwaarmoedige pseudo-intellectueel die het liefst in elk stukje komedie kunst ziet. Brydon is op zijn beurt de overdreven luchtige, overdadige lolbroek, die ervan houdt om in het middelpunt van de aandacht te staan. Samen zijn het vooral twee mannen die toch niet helemaal weten waar ze staan in het leven en die op zoek zijn naar… ja, wat eigenlijk? Een vorm van erkenning?

The Trip is de aaneenschakeling van gesprekken die de mannen hebben in de auto en aan tafel, gesprekken waarin ze elkaar vrijwel constant aftesten. Steken onder water over elkaars al dan niet succesvolle carrières worden afgewisseld met hilarische imitaties – een geheel eigen strijd, waarin de heren proberen elkaar de loef af te steken. De spanning en het plezier spatten van de gesprekken af.

Veel speelt zich ondertussen onderhuids af. Eenmaal terug op de kamer of wandelend door het eindeloze Britse landschap, zien we alle spanningen terug naar boven borrelen. Een moment stilte aan de telefoon met het thuisfront of een blik in de spiegel op een ouder wordend lijf. Coogan en Brydon leveren op dat vlak allebei geweldig, genuanceerd werk. Met de credits natuurlijk ook voor regisseur Michael Winterbottom, die het duo fantastisch leidt en in beeld brengt. (Winterbottom bracht zowel The Trip als The Trip to Italy later ook nog terug tot filmlengte, maar kijk maar gewoon naar de series).

Het tweede deel is kwalitatief een tandje minder dan het eerste, maar het kijken niettemin waard. De gesprekken zijn immer scherp, de imitaties weergaloos en daarboven op: Italië is een feest voor het oog. Niets tegen het Engelse landschap, maar de lang gestrekte grasvelden en rollende heuvels hebben ook iets grauws. De reis in Italië leidt langs onder meer Piemonte, Rome en Pompeii, door kleine stadsstraatjes en langs ouderwetse landhuizen met zonnige vergezichten over zee. Om nog maar te zwijgen over het eten, dat simpelweg doet watertanden.

Hm, ja, Italië. Toch maar eens even kijken of er nog een vlucht gaat.