Na zeven jaar en 1600 recensies stopt Jean-Pierre Geelen als televisiecriticus bij de Volkskrant. In zijn boek Zelf tv-kijken doet hij op amusante wijze verslag van zijn kijktijd. ‘Op televisie gaat het vaak over televisie, maar zelden op een kritische manier.’

Waar ging uw eerste stukje over?
Jean-Pierre Geelen: ‘Ik begon op 2 januari met het voornemen om een intelligente beschouwing te maken over alle oudejaarsconferences die er waren geweest. Na een half uur, ik had tweehonderd woorden getikt, kreeg ik voor het eerst van mijn leven een spontane buikgriep. Ik rende naar de wc en alles kwam eruit. Doodziek en rillend van de koorts heb ik in mijn badjas mijn stukje afgemaakt. Het was wel symbolisch dat ik van mijn eerste schreden op dit pad acuut ziek werd.’
 
Direct een overdosis televisie.

‘Het was in ieder geval een aanwijzing dat het geen gezond vak is. Überhaupt is het niet goed wanneer je wereldbeeld alleen nog maar bepaald wordt door wat er via die tv binnenkomt. Dat begint mij nu na zeven jaar ook wel te benauwen. Er zijn prachtige dingen op tv, maar verplicht elke dag moeten kijken omdat er een stukje in de krant moet is, in elk geval, een opgave. Vooral omdat er veel dagen zijn waarop er strikt genomen eigenlijk helemaal geen grote aanleiding is om iets in de krant te schrijven over tv. Vooral de dinsdag is een ramp.’

Nooit verzuimd?
‘Een keer werd ik gebeld door de moeder van een vriendinnetje van mijn dochter. Die vroeg weet jij waar onze dochters zijn? Het was winter, acht uur ’s avonds, en ze hadden al thuis moeten zijn van voetbaltraining. Maar ze waren er niet. Wist ik veel. Ik zat boven tv te kijken en kon niet weg om op de fiets de buurt te gaan verkennen. Toen realiseerde ik me dat mijn dochter in stukken gehakt in de berm kon liggen terwijl ik tv keek om een stukje te schrijven. Want die 300.000 lezers kon ik de volgende dag geen witte vlek voorschotelen. Ik dacht: voortaan zet ik een reservestukje klaar voor het geval dat zich weer zoiets voordoet. Dat heb ik nooit gedurfd, want ik dacht: als ik eenmaal zo’n algemeen tijdloos stukje maak, ga ik dat vast een week later gebruiken als ik mij weer geen raad weet. Kan ik weer een reservestukje maken.’
 
Hoe ziet uw werkdag eruit?
‘Rond zeven uur ben ik wakker en kijk ik al vrij snel op Twitter of er al reacties zijn op mijn stukje. Het is vrij ziek, maar wel de realiteit geworden. Soms reageer ik, eigenlijk ben je dan al bezig met je werk. Daarna wil ik nog wel gaan sporten. Vervolgens ga ik bijzondere dingen die ik gemist heb terugkijken.’ 
Daar kunt u niet meer over schrijven.
‘Jawel hoor. Ik hoef niet alleen maar over gisteravond te schrijven. Wat ik vaak doe, ook met programma’s van na 22.30 uur, is een koppeling leggen met iets wat wel gisteravond was. Dan beantwoord ik mails terwijl ik met één oor naar het Mediaforum in De ochtend op NPO Radio 1 luister. Daarna kijk ik nieuwe programma’s vooruit. Om half zes zitten we aan tafel en om zes uur ga ik naar boven. Ik heb mij er lang geleden al mee verzoend dat je niet alles kunt zien, al heeft mijn collega Beerekamp van NRC Handelsblad die ambitie nog wel.
Belangrijkste vraag is of iets voor Volkskrant-lezers interessant is. Het zijn enigszins dagkoersen, maar er zit beleid achter. Het liefst moet je bij EenVandaag al een idee hebben: hier kan ik iets mee. Of, dit kan ik combineren met dat programma dat om half negen komt. Maar regelmatig komt het voor dat ik om 22.00 uur nog moet beginnen met tikken. Dat red ik dan net, maar dan is het wel stressen. Ik heb ook wel zitten tikken terwijl het programma nog liep en pas om half elf afgelopen was. Zomergasten bijvoorbeeld duurt tot 23.15 uur. Dat is een verhaal apart. Dit jaar had ik het zo gedaan dat ik eerst een stukje schreef voor de krant en ondertussen tijdens het tikken toch maar door bleef kijken. Ongemakkelijk en hectisch, maar dan stond er kort na afloop een langer en volledig stuk op de website.’ 
22.30 uur is in het digitale tijdperk vroeg voor een krant.
‘Idioot. Dat komt omdat ik in V, het tweede, cultuurkatern sta. Collega Bert Wagendorp kan later leveren voor het nieuwskatern. Terwijl hij zijn stuk ’s middag al kan tikken. Daar ben ik vaak jaloers op geweest.’
 
Kunt u overal over schrijven?
‘Ja, al doe ik sommige dingen niet meer. Ik ben een van de weinigen die allergisch zijn voor sport op televisie. Kan ik niets aan doen. Volslagen oninteressant. Bij een jubileum van Studio Sport heb ik ooit een afzeikerig stukje geschreven en daar heb ik geen vrienden mee gemaakt. Ik dacht dat er wel een publiek was dat het met mij eens zou zijn, maar dat bestond niet. Als de Tour de France begint ga ik op vakantie. Dat is beter dan een maand lang afgeven op fietsen op televisie.’
 
Ergeren is misschien ook wel prettig.
‘Jawel. Daar zit wel een zeker genoegen in. Ook bij kijkers en lezers. Op Twitter zie je dat iedere avond. Een lelijk stukje schrijven is lekkerder en soms ook makkelijker dan een bewierokend stuk.’
'Ik zit nu wel eens in DWDD en het gevaar daarvan is dat je televisiemensen leert kennen. Zal je zien dat de grootste klootzakken op televisie best aardige lui zijn.'
Jean-Pierre Geelen
Albert Verlinde van RTL Boulevard komt opvallend vaak voor in uw boek.
‘Ik keek iedere avond. Ook omdat hij zo mooi maatgevend is in wat er toe doet in de tv-wereld. Zijn wereld is de tv-wereld. Dat hij er dan een programma over maakt is een mooie metafoor voor deze wereld die verliefd is op zichzelf en ook bijna niets liever doet dan zichzelf etaleren. Verlinde speelt daarin een grote rol op verschillende niveaus. Hetzelfde kun je van De wereld draait door zeggen. Ik schreef zeer regelmatig over onderwerpen die daarin zaten omdat het in DWDD heel vaak over media gaat. Het is lastiger om een citaat uit Heel Holland bakt in combinatie met andere programma’s te gebruiken om iets te beweren over televisie. Daardoor heb ik misschien te weinig oog gehad voor “individuele” programma’s die ook heel waardevol of mooi zijn. Denk aan Over mijn lijk of Je zal het maar hebben van BNN. Daar kan ik op twee niveaus naar kijken.
Ik kan het industrie vinden, exploitatie van zielige mensen, maar het is ook heel mooi gedaan. Vaak zijn het gesprekken die mij ontroeren. Ga ik dat laatste opschrijven, of dat eerste in een breder betoog over waarom je zoveel zielige mensen ziet op televisie.’ 
U kiest voor het laatste?
‘Vaak toch wel. Omdat het interessanter is om iets te beweren dan enkel met de lezer delen dat ook ik het een ontroerend programma vond. Wat ik van een programma vind is überhaupt niet zo interessant. Al is het wel je taak. Het wordt pas interessant als er meer mee kan. Als het past in een betoogje waarin dat ene meninkje over dat ene programma niet op zichzelf staat maar voor een tendens of ontwikkeling. Opmerkelijk is ook dat als je over tv schrijft je al snel de kans loopt om gebeld te worden door mensen van de televisie. Willen ze met je komen praten over tv of op tv. Ik zit nu wel eens in DWDD en het gevaar daarvan is dat je televisiemensen leert kennen. Zal je zien dat de grootste klootzakken op televisie best aardige lui zijn. Ook loop je risico begrip te krijgen voor dingen die achter de schermen fout gaan. Terwijl je daar als normale kijker geen weet van hebt.’
 
Er kwam zelfs een uitnodiging om een programma te presenteren.
‘Volkomen idioot. Die kwam per mail van een productiebedrijf, al kreeg ik het idee dat ze mij niet echt kenden. Dat betrof een dierenquizje op RTL dat later door Paul de Leeuw is gepresenteerd. Heeft niet lang bestaan. Was geen succes.’
In Zelf tv-kijken adviseert u gasten om vaker op te stappen.
‘Dat zou veel meer moeten gebeuren, zeker als iemand het idee krijgt onheus te worden bejegend. Een soort emancipatie van de televisiegast. Neem de confrontatie die er is geweest tussen Peter R. de Vries en Sven Kockelmann. Als ik De Vries was had ik gezegd: krijg het lazarus, en was ik opgestapt. Dan had Kockelmann echt een probleem gehad.’
 
Dat mag wel?
‘Zeker. Op de radio deed Jack van Gelder dat onlangs ook. Vond ik heel sterk.’
 
U mist een serieus mediaprogramma.
‘Op televisie gaat het vaak over tv maar zelden op een kritische manier. In mediaprogramma’s gaat of ging het meestal over ethische dilemma’s of vertellen makers iets over een nieuw programma. Maar nooit gaat het op een beschouwende manier zoals ooit Anil Ramdas en Stephan Sanders dat, nogal potsierlijk overigens, deden in Het blauwe licht. Gewoon beelden kijken en analyseren wat er getoond en gezegd wordt. Een beetje zoals de jongens van De snijtafel deden. Dat zie je op tv helemaal niet, terwijl dat wel gepretendeerd wordt. Zo van: wij gaan het vanavond over tv hebben, maar dat is altijd allemaal op de positieve ons-kent-onswijze. Iets hoeft niet gefileerd te worden, maar je moet wel vragen: wat zie ik hier nu werkelijk? Ik heb stiekem weleens gedacht: dat zouden een paar tv-critici moeten doen. Maar Hilversum heeft daar weinig belang bij, want het wordt zeker geen felicitatiemachine.’

‘Het is ook helemaal niet leuk om met mij televisie te kijken’

Jean-Pierre Geelen
Dat hoeft het bij de VPRO niet te zijn.
‘Mag ik bij deze solliciteren?’
 
Hebben die 1600 stukjes zin gehad?
‘Dat weet je nooit. Ik hoop dat ik mijn lezers er op heb kunnen wijzen hoe je ook naar televisie kunt kijken en waar er dwarsverbanden zijn te trekken. Ik koester geen enkele illusie, maar hoop toch dat ik op een bepaalde manier heb bijgedragen aan cultuurbeschouwing. En misschien wel het meest over de journalistieke manier waarop dit medium zich heeft ontwikkeld. Daar is ook het meeste fout. Die dramadrang bij noodweer.’
 
Heeft in Hilversum iemand er zich iets van aangetrokken?
‘Er zijn omroepbazen die ze gebruiken om een programma wel of niet te laten doorgaan. En ik ben er niet trots op, maar er is een keer een presentator in een vrij vroeg stadium van een programma gehaald door mijn stukje. Alle Erland Galjaards mogen dan verkondigen dat we gemankeerde journalisten zijn met beperkte intellectuele vermogens, ze lezen het allemaal en reageren er op in interviews.’

Jean-Pierre Geelen thuis in Den Haag

RTL-programmadirecteur Galjaard lijkt uw favoriete tegenstander.
‘Klopt. Wat hij doet met RTL is sluw en slim, maar het is ook een afschuwelijke industrie. Exploitatie waar mensen tegen beschermd moeten worden. Droevig dat hij daar succes mee heeft. En dat allemaal onder het mom van die roze wolk met zijn Wendy van Dijk. Een en al positiviteit. Wij helpen mensen. Hou toch op.’
 
Is mevrouw Geelen blij dat u stopt?
‘We gaan voortaan zeker niet samen op de bank tv kijken. Vind ik zo deprimerend. Niet zappen maar ergens blijven hangen omdat de ander het leuk vindt.’
 
U kunt niet eens meer samen kijken.
‘Het is ook helemaal niet leuk om met mij te kijken.’