Endemische verdoving

A.L. Snijders ,

donderdag 19 maart 2015

Soms gebeurt het dat de televisie de bron van alle kwaad lijkt.

Soms gebeurt het dat de televisie de bron van alle kwaad lijkt. Ik doe ’m niet meer aan en geniet als een jongejuffrouw van de rust. In zo’n stilte vertelt iemand me dat een man uit Groningen uit protest tegen minister Kamp met een kruiwagen vol aarde naar Den Haag is vertrokken – lopend. Ik heb er niets van vernomen en ben teleurgesteld dat ik het televisieprogramma dat de bron van dit nieuws blijkt te zijn, gemist heb. Dezelfde dag ontvang ik van W. als pleister op de wonde een brief uit Frankrijk over zijn vriend de filosoof Francis Laget, die de televisie als een groot kwaad beschouwde. Een stukje over een zondagse nieuwsuitzending besloot hij met de woorden: ‘Dat wij, zonder in onmacht te vallen, deze dagelijkse reeks van schandelijke en miserabele zaken kunnen verdragen, toont wel aan in welke mate onze harten lijden aan endemische verdoving. Wij zijn goed gewend aan gif aan het eind van de twintigste eeuw.’ Dat is het, vroeger leefden we in een dal, met leed en vreugde die overzienbaar waren. We vermoedden wel dat het in het naburige dal hetzelfde was maar we kwamen er nooit, de bergen waren te hoog. De televisie stort dagelijks zoveel emotie over ons heen dat we maar één antwoord hebben: endemische verdoving.