kennis

Esther Gerritsen ,

Ik keek televisie bij mijn ouders, een quiz.

Ze lieten een auto vallen met een hijskraan. Daarna verzwaarden ze de auto en vroegen aan de kandidaten of de auto nu sneller zou vallen. De meesten dachten van wel.

Mijn vader zei meteen: ‘Nee hoor, valt even snel. Dat hebben we allemaal uitgeprobeerd, het gaat om de luchtweerstand. Als het dezelfde vorm heeft, valt het even snel.’ Hij vertelde hoe ze vroeger in de fabriek op de werkbank gingen staan en dingen van dezelfde grootte naar beneden lieten vallen. Ik had altijd wel een beeld gehad van mijn vader in de fabriek, maar ik had me hem nooit staand op zijn werkbank voor-
gesteld.

Hij had natuurlijk gelijk. De verzwaarde auto viel net zo snel.

Er zijn formules die zoiets verklaren, maar formules vergeet je, mijn vader op de werkbank vergeet ik niet. Je onthoudt alle kennis beter als je het zelf hebt ervaren. Of als er een verhaal bij hoort van iemand die het zelf heeft ervaren.

Zo zei mijn moeder ooit: ‘Je verspilt bijna altijd meer water als je een paar kopjes onder de kraan afwast dan wanneer je een teiltje vult.’ Ze had het uitgeprobeerd. Drie kopjes onder een kraan afwassen en je had al een teil vol water. Daar denk ik aan als ik een kopje onder de kraan afwas, soms twee, nooit drie.

Ik probeerde mijn eigen zelf opgedane kennis naar boven te halen, er van uitgaand dat ik bij allerlei praktische weetjes zou uitkomen maar vond een en al schier nutteloze informatie.

Zo weet ik dat vaseline op een droog babyhoofd de schilfers inderdaad oplost maar dat het haar drie weken lang vet blijft.

Ik weet dat een boterham smeren met je vingers veel lastiger is dan met een mes.

Ik kan je vertellen dat ook na drie uur lang uitkoken van kippenpoten er vlees achterblijft en er vliegen op de botten afkomen.

Als je de pit van een avocado laat drogen kun je de buitenste schil er vanaf peuteren.

Een kam maken van de ruggengraat van een vis is moeilijk.

Ooit had ik zo’n hele grote televisie, waarop een vaas met bloemen stond. De vaas viel om, het water liep in de televisie. Die rookte, maar gaf nog beeld. Ik deed niets. Dat kwam door de gedachte: wat gebeurt er als ik nu niets doe? De nieuwsgierigheid won het van de wijsheid. De vaas bleef leegstromen. De televisie rookte, de televisie flitste, de televisie ging stuk. Dat had ik inderdaad al verwacht, maar ik wist het niet zeker. Nu wel.