Spieken in Estland

Anne Posthuma ,

Volgens Nederlandse politici is de digitale infrastructuur in ons land goed, maar is de overheid te afhankelijk van externe kennis op ICT-gebied.

"Je hebt gezien dat er de afgelopen jaren een aantal schandalen zijn geweest rondom DigiD en dat het totaal niet veilig bleek te zijn, dat is iets waar de overheid echt nog heel veel kan leren van Estland. Daar gaan ze veel verder in de dienstverlening van de overheid, maar ze hebben het ook veel beter geregeld." Kees Verhoeven van D66 en andere Nederlandse politici reageren op de uitzending 'E-stonia: een land als startup'. 

De meeste politici wijzen erop dat Nederland koploper is op digitaal gebied. Er is een goede infrastructuur en een groot percentage van de bevolking is aangesloten op het internet. Bovendien biedt de Nederlandse overheid meer online voorzieningen dan de meeste Europese landen. Toch blijkt uit een vernietigend rapport van de ICT-commissie onder leiding van Ton Elias dat de overheid zo’n 1 à 5 miljard euro aan investeringen in de ICT verspilt, omdat veel van deze projecten uiteindelijk mislukken.

Wat kan Nederland leren van een digitaal land als Estland? Naast Kees Verhoeven van D66 reageren Sharon Gesthuizen van SP, Reinette Klever van PVV en Linda Voortman van GroenLinks. 

D66 - Kees Verhoeven

"Vroeger had je, zeg maar, ICT 1.0" zegt Kees Verhoeven "daar ging het om bouwen van hardware-achtige dingen. Tegenwoordig gaat het veel meer om de software, dus het programmeren." Het opkrikken van de digitale geletterdheid is nodig binnen de overheid, maar begint volgens Verhoeven in het onderwijs. Dat kinderen in Estland programmeerles krijgen, is een voorbeeld voor Nederland.

"Je kunt wel allemaal prachtige systemen introduceren, maar als je vervolgens niet weet hoe je ze up-to-date moet houden, hoe je ze beheert en beveiligt, en ook geen mensen hebt die ICT-problemen kunnen oplossen, dan kost het alleen maar geld." Dat bewees het rapport van de commissie-Elias. 

Digitale kennisvergaring binnen de overheid begint volgens Verhoeven bij het tegengaan van begripsverwarring, om tijdrovende misverstanden te vermijden. "Iedereen weet wat downloaden is, maar als het gaat over blokkeren van sites, dan is de vraag heel erg of mensen snappen wat het verschil is tussen een site die uploads mogelijk maakt, of een site waar je downloadt. Dan gaat het al snel mis bij basale termen."

In Nederland blijft het voor burgers vaak onduidelijk welke instantie over welke informatie beschikt. Deze onduidelijkheid mag volgens Verhoeven op de Estse manier opgelost worden. In Estland kunnen burgers via de overheidssite hun gegevens inzien en welke instantie ze heeft geraadpleegd. "Je moet gewoon kunnen weten wat het steeds verder en grootschaliger opslaan van allerlei gegevens voor potentiële gevolgen zou kunnen hebben op je eigen leven, je eigen leefsfeer."
 

Estland kan een bron van inspiratie zijn op het gebied van onderwijs, transparantie en dienstverlening, maar ze hebben netneutraliteit niet wettelijk vastgelegd.

Kees Verhoeven, D66

Via een DigID-account kunnen Nederlanders op dit moment bij hun eigen gegevens, bijvoorbeeld om belastingaangifte te doen of huursubsidie aan te vragen. Al is Nederland een koploper op het gebied van online overheidsvoorzieningen, het DigiD-systeem loopt niet altijd even soepel. "Je hebt gezien dat er de afgelopen jaren een aantal schandalen zijn geweest rondom DigiD en dat het totaal niet veilig bleek te zijn, dat is iets waar de overheid echt nog heel veel kan leren van Estland. Daar gaan ze veel verder in de dienstverlening van de overheid, maar ze hebben het ook veel beter geregeld."

De Estse manier is transparanter en in Estland worden meer diensten aangeboden. Zo kunnen ouders via e-school met leraren communiceren en het onderwijs van hun kinderen op de voet volgen. De basis van het internet in Estland heet X-road, dat de link is tussen verschillende databases, publiek en private sferen op het internet en dat communicatie versoepelt; als de straat waaraan verschillende online 'huizen' of services zijn gebouwd. Het nieuwe e-ID-stelsel, waar de Tweede Kamer binnenkort over debatteert, zal in Nederland het online authenticatieproces moeten vergemakkelijken en voorzieningen toegankelijker maken. 

Toch zijn er gebieden waarin Nederland een voorsprong heeft op Estland en niet alleen wat betreft de digitale infrastructuur. "In Nederland hebben we netneutraliteit wettelijk vastgelegd. Er zijn twee landen in de wereld die dat hebben en dat zijn Chili en Nederland. Zelfs Estland is nog niet zo ver." 

GroenLinks - Linda Voortman

"Privacy moet gewaarborgd zijn, niet iedereen mag zomaar in je gegevens kijken. Maar als iemand de bevoegdheid wel heeft, en het bekend is wie, wanneer en waarom, dan biedt zo'n online systeem als het Estse zeker mogelijkheden." 

Linda Voortman (GroenLinks) diende samen met D66 een initiatiefwet in die overheden verplicht een register bij te houden over welke informatie zij beschikken. Ze vertelt dat recentelijk, tijdens de zoektocht naar uitsluitsel over de Teevendeal, een ICT-deskundige moest worden ingehuurd om het bewijsstuk/afschrift boven tafel te halen.

"Dus als het gaat om archiveren van digitale informatie lopen wij echt heel erg achter en dat is gevaarlijk." Ze diende de intiatiefwet onder andere in omdat "het zo belangrijk is om goed te archiveren. Sowieso voor de overheid, maar ook voor burgers als zij informatie willen hebben." 

Ze geeft toe dat de wet van de remmende voorsprong in Nederland op dat gebied van toepassing is. "In Nederland leeft het misverstand dat we het hier allemaal al goed gedaan hebben, omdat we bijvoorbeeld al heel lang een wet openbaarheid bestuur hebben, maar er wordt niet gekeken of die wet openbaarheid bestuur nog past bij de eisen van deze tijd."

Een van de problemen is dat de overheid ICT-kennis van buitenaf moet halen. "Wat blijkt uit het rapport van commissie-Elias is dat er vaak extern moet worden ingehuurd, en dat verschillende overheden zelf het wiel gaan uitvinden."

PVV - Reinette Klever

Reinette Klever denkt dat er in Nederland een goede infrastructuur bestaat, "daar liggen veel kansen voor Nederland om veel meer digitaal te doen, met Amsterdam als groot internationaal knooppunt, het probleem is wel dat de wetgeving dat vaak niet kan bijbenen. Kijk bijvoorbeeld naar Uber en andere vernieuwende diensten."

Of burgers hun eigen gegevens moeten kunnen inzien, betrekt Klever op haar portefeuille zorg. Het elektronisch patientendossier en het landelijk schakelpunt zijn grote issues. "Nu is het zo dat artsen dossiers in kunnen zien, en de patiënt weet zelf helemaal niet wat erin staat. Dat vind ik geen goede gang van zaken. Ik vind dat je tenminste je dossier moet kunnen inkijken, maar ik vind ook dat je als patiënt je dossier zelf moet kunnen beheren."

SP - Sharon Gesthuizen

Volgens Sharon Gesthuizen (SP) zijn er genoeg dingen te leren in Estland om er een ambtelijke delegatie naartoe te sturen, of ze in Nederland uit te nodigen. "Laten we vooral niet zelf het wiel opnieuw uitvinden, we kunnen ook best daar vragen om informatie."

Het toekomstige e-ID-stelsel heeft wel wat weg van e-residency in Estland. "Wij doen dat nog niet internationaal, maar het is een hele interessante ontwikkeling in Estland en als Nederland, bezig met de ontwikkeling van het e-ID, kun je dit wellicht meenemen. Omdat het allemaal nog in een pilotfase is."

"Ik kan me heel goed voorstellen dat je kijkt naar hoe de Esten hun systeem hebben ontwikkeld en dat je veel daarvan leert, voordat je weer zelf een beetje als een kip zonder kop zou beginnen."

De reden dat de overheid volgens Gesthuizen soms als een kip zonder kop ICT-project opstart, ligt aan een gebrek aan ICT-kennis bij de overheid zelf tijdens het inkopen van diensten. "Heel veel expertise die je eigenlijk nodig hebt, is er niet. Die is er op sommige vlakken nooit geweest, zoals bijvoorbeeld op ICT-gebied, maar op de plekken waar die wel was, is het wegbezuinigd voor een groot deel. Vervolgens ben je volledig afhankelijk van een marktpartij die jou ook iets moet verkopen, om je te vertellen hoe het allemaal zit en wat je het best kunt aanschaffen. Ja, dan word je nogal makkelijk om de tuin geleid."
 

Je kunt je niet voorstellen dat een politieke partij niet probeert te weten wat er zich bij ziekenhuizen en zorginstellingen afspeelt. Dat zou voor digitale zaken hetzelfde moeten zijn. 

Sharon Gesthuizen, SP

Er bestaan al wel scholen in Nederland die een vernieuwend ICT-programma aanbieden, maar andere blijven achter. "Ik heb mijn dochter toevallig net op een middelbare school gekregen, die hebben we uitgezocht op onder andere het programmeren en het digitaal onderwijs dat ze daar aanboden. Ik was wel geschokt van sommige scholen die zeiden: 'Wat, digitaal, programmeren? Ja we leren je wel wat email en wat hyves, enzo.'  Dat kan echt niet meer, dat is niet meer van deze tijd." 

Digitale toekomst

Investeren in beter ICT-onderwijs en meer interne kennis, zijn manieren om de digitale koploperspositie van Nederland te behouden, denken de Nederlandse politici. Aan de digitale infrastructuur zal het volgens hen niet liggen. Het percentage burgers dat online te vinden is, is hoog. De Nederlandse overheid biedt veel online voorzieningen en de internetverbinding is snel in Nederland.

De belangrijkste vraag is of wetgeving en kennis snel genoeg aangepast zijn voor de toekomst. De digitale infrastructuur van Nederland moet gestroomlijnd worden. En Nederland moet het wiel niet opnieuw willen uitvinden. Spieken in Estland kan volgens de politici geen kwaad.

CDA, PvdA en VVD zijn ook gevraagd om een reactie, maar konden om verschillende redenen helaas niet op tijd reageren voor dit artikel.