Terugblik 100 jaar VPRO: Het gebouw

Van links naar rechts, Felix Rottenberg en Cor Galis
  • Hugo Hoes

Totaalprogramma Het gebouw was een begrip in de jaren tachtig – daar bleven mensen voor thuis. De hele vrijdag, want het VPRO-radioprogramma duurde bijna tien uur. We blikken terug met enkele bewoners en bezoekers van het gebouw, dat echt bestond. ‘Het bepaalt voor een deel nog steeds hoe ik naar de wereld kijk.’

Het was nog donker toen de dertienjarige scholier Jan Willem Roks op een vroege vrijdagochtend in oktober 1986 van Halsteren naar het station in Bergen op Zoom fietste om de trein van 5.20 uur richting Amsterdam te pakken. Vervolgens zou hij op de bonnefooi verder reizen naar Hilversum om de jongste bediende te worden van het roemruchte door Peter Flik (1938-2024) bedachte totaalradioprogramma Het gebouw.

Dit negenenhalf uur durende VPRO-programma was op vrijdag 12 oktober 1984 voor het eerst te horen en vrijdag 1 oktober 1993 voor het laatst. Die radiovrijdagen werden gevuld met interviews, reportages uit binnen- en buitenland (‘Standplaats’) en kende veel bekende medewerkers. Van Djoeke Veeninga en Fieneke Diamand tot Harmke Pijpers, John Jansen van Galen en Cor ‘de stem’ Galis, om er een paar te noemen, maar de hoofdrol was voor het gebouw zelf. Alle hoeken en gaten van dit inmiddels gesloopte voormalige Gakkantoor – van de receptie tot de kelder – werden door regisseur Flik voor de uitzending gebruikt en dat was duidelijk te horen.

Toen ik Het gebouw voor het eerst hoorde was ik meteen verkocht. Het klonk magisch, beeldende radio

Jan Willem Roks

Niet eerder was de jonge Jan Willem in zijn eentje zover van huis geweest. In zijn schooltas zaten zelfgesmeerde boterhammen en een cassettebandje met daarop een bijzonder interview. Roks: ‘Toen ik Het gebouw voor het eerst hoorde was ik meteen verkocht. Het klonk magisch, beeldende radio. Je hoorde de telex ratelen, typemachines, telefoons, net echt. Ik wilde zien of het ook echt wás. Met m’n tienertoerkaart naar Hilversum en daarna door naar mijn zus, die in Leiden was gaan studeren.’

Een foto van Ronald van den Boogaard
Ronald van den Boogaard
© Herman Zonderland

Poes Micky

Tot zijn verbazing kon hij gewoon naar binnen lopen. ‘Presentatoren Rik Zaal en Harmke Pijpers zaten achter de receptie, maar het was alsof zij dat ook normaal vonden, bizar.’ Op het cassettebandje dat hij bij zich had stond onder meer een interview met poes Micky. Dat had hij voor zijn zus gemaakt omdat zij Micky nogal miste, maar stiekem ook wel voor de VPRO. Regisseur Flik kon het initiatief wel waarderen en nog dezelfde ochtend hoorden honderdduizenden luisteraars het interview van Jan Willem met poes Micky. ‘Ik kreeg ook meteen opdrachten en ben de hele dag gebleven. Koffie rondbrengen, kopietjes maken. Later ben ik in schoolvakanties nog een keer of vijftien terug geweest.’ Hij nam zelfs nog telefoontjes aan van luisteraars – ‘vooral klachten’ – en mocht een keer blijven slapen. ‘Bijna iedereen van Het gebouw bleef op donderdagavond in een Hilversums hotel slapen, omdat men vrijdag al vroeg begon. Peter Flik boekte toen een eenpersoonskamer voor mij zodat ik de radiovrijdag vanaf het begin kon meemaken.’ De jonge vrijwilliger heeft een keer een platenbon gekregen. ‘Daar heb ik een elpee van The Cure voor gekocht.’

Jan Willem Roks is inmiddels 52 en Het gebouw is nooit helemaal uit zijn leven verdwenen. ‘Het heeft veel invloed op mij gehad en bepaalt voor een deel nog steeds hoe ik naar de wereld kijk.’

Er werd heel veel geïmproviseerd en er was zelfs fakenieuws

Ronald van den Boogaard

Ronald van den Boogaard was vanaf het begin betrokken bij Het gebouw. De meeste tijd als eindredacteur, al bagatelliseert hij direct een deel van die rol. ‘Dat leidinggeven stelde niet veel voor bij de VPRO en nog steeds niet. Toen de VPRO B-omroep werd kregen we opeens drie keer zo veel zendtijd en hebben we dit bedacht. Het was een totaalprogramma en het werd goed beluisterd. Dagtelevisie was er nog niet, laat staan internet. Het beste van Het gebouw was de afwisseling. We hadden vaste onderdelen, maar er werd ook heel veel geïmproviseerd en er was zelfs fakenieuws.’ Daarmee doelt Van den Boogaard op de DPA-nieuwsberichten van (Hans) Dorrestijns Pers Agentschap. Niet, of wel, te verwarren met de bulletins van het ANP.

Luchtalarm

Volgens de oud-eindredacteur, die meer dan duizend memo’s voor Cor Galis schreef, was elke uitzending een technisch hoogstandje. ‘Het was ingewikkeld omdat overal in het gebouw microfoontjes en camera’s hingen, zodat Peter Flik alles kon overzien en gebruiken. In het begin liepen we zelfs met walkietalkies.’ Alle gasten kregen bij de receptie een kleine VPRO-ontgroening en niet iedereen kon even goed omgaan met de onverwachte vragen die daar gesteld werden. Joop den Uyl wel. ‘Hij reciteerde het gedicht “De ceder” van Han Hoekstra. Live op de radio, een mooie binnenkomer.’ Het is opmerkelijk wat gasten zich soms allemaal lieten welgevallen, al gold dat niet voor topbankier Jan van den Brink. Net voordat hij geïnterviewd zou worden door Feike Salverda hoorde hij een beledigende column van Van den Boogaard, waarop hij subiet het pand verliet. ‘Ik ben nog achter hem aan gerend en heb op de parkeerplaats geprobeerd om hem van gedachten te veranderen, tevergeefs. Was allemaal te horen.’

Een foto van Hans Dorrestijn
Hans Dorrestijn

Hij noemt de uitzendingen rond de Tsjernobylramp en de val van de Muur journalistieke hoogtepunten, al zullen veel luisteraars zich een andere dag beter herinneren: 1 november 1985. Die vrijdag zou het kabinet-Lubbers I een besluit nemen over het plaatsen van 48 kruisraketten in Woensdrecht en daar werd volop tegen gedemonstreerd. Ook door de redactie van Het gebouw, dat de hele dag (!) het luchtalarm liet horen. Niet alle collega’s stonden achter deze actie en Van den Boogaard werd dezelfde dag nog ter verantwoording geroepen in het liveprogramma Welingelichte kringen. In dat journalistieke forum onder leiding van Joop van Tijn wilde men de linkse rakker een lesje leren en dat voelde als een tribunaal. Veertig jaar later staat Van den Boogaard nog steeds achter de actie. ‘Ik vond het weleens goed om op deze manier commentaar te geven.’ De donderdag was het drukst en vaak werd het laat. Ook in de bar van het hotel, waar een groot deel van de redactie en soms een gast overnachtte. ‘Er werd veel gedronken, het waren korte nachten en het gebeurde weleens dat je de hele nacht niet sliep en om zeven uur achter de microfoon zat.’

Operatiekamer

‘Ton van der Graaf zakte ooit tijdens een interview heel langzaam met z’n hoofd tegen de microfoon en viel in slaap,’ zegt oud-producer Dini Bangma. ‘Maar zelf ontkent hij dat.’ Omdat men bij de afdeling televisie haar Friese tongval niet passend vond, kwam Bangma bij de radio te werken, waar ze vrouwusje van alles werd, nu zou dat officemanager heten. Veel papierwerk, gedoe en geren met draaiboeken, wat haar de radiobijnaam Dini Draaiboek opleverde. Een tijdje had ze een eigen satirische rubriek op de radio, ‘Dini’s prullenbak’. ‘Dan viste ik als een soort schoonmaakster een of ander persbericht of krantenartikel uit de prullenbak en vroeg ik me hardop af waarom de redactie er niets mee deed. Zei ik: “Dit is toch een bijzonder interessant onderwerp. Waarom interviewen ze deze meneer niet?” Was allemaal door P., zo noemden we Flik, bedacht. Alles leek rommelig, maar het was georganiseerde chaos.’ Bangma haalde ook gasten op bij de receptie. ‘Dan had Harmke ze bijvoorbeeld al gevraagd: heeft u die stropdas zelf uitgekozen of is die door uw vrouw klaargelegd? Vervolgens bracht ik ze naar een klein kamertje, formaat bezemkast, waar Feike Salverda ze ging interviewen in “Ondervragingen”. Onderweg vroeg ik of ze lekker geslapen hadden en of ze er echt klaar voor waren. Alsof ze naar een verhoor, een examen of een operatiekamer gingen. Ze werden ook wel gefileerd door Feike, die op een veel hogere stoel zat dan zijn gast.’

Een foto van Dini Bangma
Dini Bangma

‘Borrie, Borrie’

Het is wonderlijk dat er altijd gasten bereid waren om zich te laten fileren en dat is voor een groot deel te danken aan Tessel Blok. Wie niet in haar balboekje stond, deed er niet toe. ‘Ik heb het nog. Het is heel dik en staat vol met allerlei telefoonnummers, tot Bouterse aan toe. Mobiele nulzesnummers had je nog niet.’ Die contacten bleven niet vanzelf in stand. ‘Je moet ze onderhouden en altijd eerlijk zijn. Niet zeggen dat het een gezellig gesprekje wordt. Verder moet je enige overtuigingskracht hebben en humor. En discreet met nummers omgaan, meestal deed ik dat wel.’ Van alle Gebouw-jaren herinnert ze zich maar één iemand die niet wilde komen. ‘Alleen Elco Brinkman van het CDA niet.’ Of dat samenhing met een akkefietje rond de P.C. Hooft-prijs en Hugo Brandt Corstius is onduidelijk. ‘Maar,’ zegt Blok, ‘hij is later wel een keer in Welingelichte kringen geweest, waar Hugo ook zat.’ Voor dat programma regelde Blok eveneens de gasten. De Eindhovense oud-burgemeester Gilles Borrie was een van de weinigen die zijn interviewafspraak in Het gebouw vergat en dat heeft hij geweten. ‘Hij kwam niet en was onbereikbaar, waarna we vier keer per uur omriepen: “Borrie, Borrie, meldt u zich.” Op een gegeven moment noemden we de tijd ook niet meer, maar hadden we het over “een uur en een kwartier na Borrie”. De hele dag door. Uiteindelijk meldde hij zich en werd het een telefonisch interview.’ Het Borrie-alarm had gewerkt.

Wat moest je met een autoriteit? Dat was een door ons betaalde kracht

Stan van Houcke

Naast de makers, de variatie en de vrijheid was er volgens Tessel Blok een andere reden waarom Het gebouw werkte. ‘We zaten de hele week in dat gebouw, ons gebouw, en op vrijdag werden de ramen opengezet zodat men kon meeluisteren. Heel inspirerend en totaal anders dan dat je naar een studio gaat voor een uitzending.’

Schetenwappers

Voor Stan van Houcke was Het gebouw óók een speeltuin. De verslaggever was afkomstig van Radio Stad in Amsterdam en had lak aan autoriteit en regels. Dat paste prima in het programma. ‘Wat moest je met een autoriteit? Dat was een door ons betaalde kracht. Ik probeerde ze altijd uit hun functionaliteit te trekken.’ Ook tijdens interviews van collega’s. ‘Soms kwamen er mensen van de vakbond. Ik was daartegen, want enorm voorspelbaar. Ze zijn boos, willen er een paar procent bij of anders gaan ze staken. Peter Flik had het altijd over Houw- en Bouthonden, maar Henk van Hoorn liet ze soms aan het woord. Vreselijk saai. Flik riep dan altijd: “Ga erdoorheen!” En dan ging ik er dwars doorheen.’ Van Houcke, die veel rauw straatverslag had gedaan in Amsterdam, hield net als Flik van ontregelen. ‘We hadden ook een programma over wetenschap met allemaal belangrijke experts. Vaak humorloos en dan riep ik: “Nu gaan we een uur luisteren naar de schetenwappers.” Vonden ze niet leuk.’ Een ander keer liet hij samen met Flik alle microfoons van Het gebouw openstaan, zodat luisteraars minutenlang intern geouwehoer hoorden. ‘Totale onzin.’

Een foto van Max Bruinsma
Max Bruinsma

Stofzuigen

Dat moet Max Bruinsma pijn aan de oren hebben gedaan. Hij was de muzieksamensteller van Het gebouw, een mooie maar soms ook bijzonder ondankbare taak. Want hoewel muziek zeer serieus werd genomen, was het ook altijd het eerste wat geschrapt werd bij actualiteiten.

Het was soms lastig om muzikanten te vinden, want dat zijn geen ochtendmensen

Max Bruinsma

Bruinsma had de cursus Composing the Radio gevolgd en als sollicitatie een mixbandje opgestuurd plus begeleidende tekstjes voor presentatoren. Zijn vrijheid was groot en eigenlijk hoefde hij maar met twee criteria rekening te houden. De nummers mochten niet langer dan drie minuten en niet te wild zijn, al is er ook weleens een track van Dead Kennedys gedraaid. ‘Ik zocht bij alle nummers relevante informatie en maakte elk week een lijst met twintig titels. Vaak ook thematisch. Voor een uitzending over schuldenproblematiek had ik een oud stuk van Beethoven gevonden dat hij ooit aan een schuldeiser had gestuurd waarin “heraus mit dem Beutel” voorkomt. Dat is zoiets als “trek je portemonnee”.’ De moeite werd niet altijd beloond. ‘Vaak werden niet meer dan vier van de twintig nummers gedraaid en soms zelfs geen een.’ Op de radio werd Bruinsma altijd Max Muziek genoemd en een gast noemde het een keer ‘ook toevallig’ dat degene die voor de muziek zorgt zo heet. Bruinsma was zelf ook een keer te horen. ‘Toen bandeonist Astor Piazzolla in Nederland optrad, wilde hij ter promotie wel langskomen, maar niet spelen en ik was de enige die hem zonder voorbereiding kon en wilde interviewen.’ Dat betekende niet dat er nooit livemuziek was, integendeel. Om de luisteraars en vooral de programmamakers rust te gunnen werd daar rond elf uur tijd voor ingeruimd. ‘Muzikanten zijn geen ochtendmensen, dus het was soms best lastig om muzikanten te vinden. Heel vaak hebben pianist Polo de Haas of gitarist Arthur Ebeling mij uit de brand geholpen.’ Uniek was het optreden van de Argentijnse pianist Osvaldo Pugliese, maar een sessie van drie traditionele Indiase musici ging bijna niet door. ‘Ze keken nogal bedenkelijk toen ze hun werkplek zagen. Net op tijd bedacht ik dat zij altijd op de vloer zitten tijdens het spelen, dus ben ik als een gek gaan stofzuigen.’ Daarna kregen de luisteraars een kwartier rustgevende oosterse sitarmuziek voorgeschoteld.

Een foto van Het Gebouw
Het Gebouw
© Herman Zonderland

Tabak

Het geluid van klompen kondigde de bijdragen van dominee Klaas Vos aan. Hij ging elke week zonder doel, maar met een goed humeur op klompen het land in met een tien kilo zware zender op zijn. ‘Dat geluid was mijn tune.’ Elke week, ver van Hilversum en het wereldnieuws, in een of andere uithoek. ‘Ik weet alle plekken nog. Eerst was ik in Sint Philipsland, daarna in Lobith en vervolgens in Paesens-Moddergat.’ Daar komen ook de klompen vandaan. ‘Mijn eerste bijdrage was al om zeven uur en het bleef maar regenen. Ik verzoop en mijn schoenen waren doornat. Bij het tweede item heb ik ergens aangebeld en gevraagd of ze klompen hadden, en verdraaid.’ Over zijn werkwijze doet hij niet ingewikkeld. ‘Ik wandelde gewoon door zo’n dorp en als ik een vrouw de ramen zag lappen stopte ik en maakte ik een praatje. En als er geen mensen buiten waren en ik kwam een hond of een schaap tegen ging ik daarmee praten. Ik liet het echt aan toeval over en dat werkte.’ Eén keer kreeg de zachtaardige Vos ruzie. Dat gebeurde nadat hij in een kapperszaak waar tabak verkocht werd iets te bijdehand vroeg wat haar in godsnaam met tabak te maken had. ‘Die man brandde helemaal los en trok de kap van mijn microfoon. Maar omdat het microfoontje in de hals zit, was alles live te horen. In Hilversum vond men dat wel leuk, en Peter Flik zeker.’

In zijn laatste bijdrage, vanuit het Noord-Hollandse Ransdorp, heeft hij afscheid genomen van zijn klompen. ‘Die heb ik in een sloot laten glijden en ik heb de uitzending daarna op kousenvoeten verlaten.’