Over een bijlesleraar, een beetje gefriemel en een zwijgend meisje

Boek: De liefde daarna van Helene Bracht

De liefde daarna van Helene Bracht
  • Katja de Bruin

De liefde daarna van Helene Bracht gaat over een zeventigjarige Duitse psycholoog die ontleedt hoe haar liefdesleven is beïnvloed doordat ze als kind seksueel werd misbruikt.

Boeken-redacteur Katja de Bruin gidst de abonnees van haar nieuwsbrief in geheel eigen stijl door de wondere wereld van letters, proza en papier. Onderstaande tekst verscheen in de editie van 16 augustus 2026.

Zo nu en dan krijg ik lezerspost. Daar word ik altijd blij van, al was ik ronduit ontdaan toen iemand schreef dat ze het onlangs door mij zo bejubelde boek van Mollie Panter-Downes, Een stralende dag, een ‘onverdraaglijk’ boek vond. Even later liet een andere lezer weten dat Zomerboek van Tove Jansson niet in de smaak was gevallen. In een derde mail vroeg iemand zich af hoe ik aan de titels kom die ik bespreek. Waren er soms mensen die mij op de hoogte houden? Het korte antwoord is nee. Ik hou vooral mezelf op de hoogte. Natuurlijk volg ik het literaire nieuws en lees ik recensies, maar het liefst probeer ik zomaar wat. Regelmatig pak ik ’s avonds lukraak een stapel van vier, vijf boeken waarvan ik de schrijvers niet ken om de eerste twintig, dertig pagina’s te lezen. Vaak blijft het daarbij, maar een enkele keer lees ik gelijk het hele boek uit.

Dat gebeurde vorige week met De liefde daarna van Helene Bracht. Eigenlijk had ik er niet zo’n zin in, in dit boek van een zeventigjarige Duitse psycholoog die ontleedt hoe haar liefdesleven is beïnvloed doordat ze als kind seksueel werd misbruikt. Ik heb buitengewoon indrukwekkende boeken over dit onderwerp gelezen (Trieste tijger van Neige Sinno is een absolute aanrader voor wie het aankan), maar je moet er wel een beetje voor in de stemming zijn.

Helene Bracht werd geboren in 1955, als het enige kind van een degelijk katholiek Duits echtpaar dat nog bezig is bij te komen van de oorlog. Ze is net acht geworden als haar moeder ontdekt dat er bloed in haar onderbroekje zit nadat Strecker, de bijlesleraar, langs is geweest. Die bijles krijgt Helene omdat ze niet praat. ‘Niet in de les, ook niet als ik word aangesproken en me iets gevraagd wordt. Ik blijf zwijgen.’ Aan haar rapport is een bericht vastgeniet: ‘Uw dochter kan niet normaal beoordeeld worden omdat uw dochter niet spreekt.’

Ook thuis zegt ze vrijwel niets en ze herinnert zich niet hoe haar moeder haar geheim, waarmee ze al jaren rondliep, precies uit haar wist te trekken.

Wat ik me echter nog heel precies kan herinneren is de stilte in de daaropvolgende weken en maanden. De gespannen sfeer aan tafel, de blikken die mijn moeder op mij wierp, vol pijn, afschuw en bezorgdheid. Het gesloten gezicht van mijn vader, die me vanaf dat moment niet meer in de ogen kon kijken. Zelfs na het tafelgebed, waarna het gebruikelijk was elkaar aan te kijken, weigerde hij me grimmig zijn blik. Was het straf of schaamte? Als kind al had ik een vaag vermoeden dat het beide kon zijn.

Jarenlang vond ze haar ervaring met Strecker volkomen onbelangrijk. Nog altijd krimpt ze ineens als ze zichzelf als slachtoffer aanduidt. Wat was er nou helemaal gebeurd? ‘Dat beetje gefriemel, niet eens door een familielid, geen noemenswaardig lichamelijk geweld, geen penetratie – niet de moeite van het bespreken waard.’

Ze herkende zich niet in het beeld van dat kleine meisje dat gehurkt in een hoek van de kamer zit, haar armen voor haar gezichtje, met naast zich een teddybeer of pop. ‘Het is een populair symbool geworden voor het thema seksueel geweld, universeel te gebruiken voor boekcovers en filmposters.’ Traumakitsch waar de entertainmentindustrie dol op is maar waar slachtoffers volgens Bracht niet mee geholpen zijn. Zij genoot immers ook van de aandacht van Strecker, die kunstenaar en schrijver was en door haar moeder zeer werd bewonderd. Hij noemde zijn kleine Leni ‘heel speciaal’, las haar mooie verhalen voor en borstelde heel langzaam en plechtig haar haar. ‘Als hij dat deed trok er van mijn kruin tot mijn voeten een gevoel van gelukzaligheid door mijn lichaam dat ik op deze manier niet kende, ik werd overvallen door zo’n zoete roes van welbehagen dat ik uit angst dat het zou stoppen nauwelijks adem durfde te halen.’ Navrant detail: tegen Strecker praatte Leni wel.

Wat dit boek zo goed maakt, is de nuchtere manier waarop ze haar ervaringen analyseert en in de tijd plaatst: het naoorlogse Duitsland waarin de generatie van haar ouders probeerde op te krabbelen en waarin seksueel misbruik nog volstrekt onbespreekbaar is, gevolgd door de jaren zeventig, waarin wisselende contacten en onenightstands de norm werden, zeker in het studentenmilieu. Helene lag goed in de markt en onderhield naast tal van andere relaties een pragmatische affaire met een veel oudere docent die dure studieboeken voor haar kocht. Ze las Anja Meulenbelt, experimenteerde met vrouwen en hield een lijst van bedpartners bij, al keek ze tijdens de seks ook vaak stiekem op de klok.

Kon mijn door het misbruik gevormde beschikbaarheid zich een aantal jaren eerder, geheel in de geest van die tijd, moeiteloos naar de mal van onbekrompenheid vormen, zo nam mijn oude gevoelloosheid nu, zonder dat ik er erg in had, de gedaante aan van een soort feministische coolness. Een pijnlijke en treurige schijnvertoning – maar het paste precies in het plaatje van wat op dat moment binnen de maatschappij als sociaal geaccepteerd gold.

Zestig jaar nadat haar moeder Strecker de deur uitzette, maakt ze de balans op en moet ze concluderen dat haar leven meer door die ervaring is gekleurd dan ze dacht. Ze probeert ook de rol van haar moeder te plaatsen, ‘aan hoe ze het tijdens mijn kinderjaren voor elkaar kreeg alles te weten en toch niet te begrijpen, hoe ze misbruik zag en het toch niet als zodanig herkende’.

Over die moeder valt nog veel meer interessants te vertellen want die blijkt zo haar eigen geheimen te hebben, maar dat ga ik nu niet doen. Ik volsta met te zeggen hoe aangrijpend, leerzaam en belangrijk dit boek is, juist omdat het zo nadrukkelijk niet sentimenteel is. Ook een verademing: Helene Bracht is wars van psychosociale clichés over zelfliefde en dingen een plekje geven. Zonder zelfbeklag constateert ze al aan het begin van haar boek dat ze na een turbulent liefdesleven uiteindelijk toch alleen blijft.

‘Op mijn oude dag ben ik aangekomen in een fase van geheelonthouding waarin ik content ben en waarin erotiek geen rol meer speelt.’