Een hebzuchtige koning, koloniale uitbuiting en krijsende olifanten
Boek: Een school voor olifanten van Sophy Roberts - Bol
Het is onmogelijk om in kort bestek de reikwijdte van het boek 'Een school voor olifanten' samen te vatten. Het gaat niet alleen over zielige olifanten en een krankzinnige koning, maar ook over uitbuiting, hebzucht, racisme, religie en ons koloniale verleden.
Boeken-redacteur Katja de Bruin gidst de abonnees van haar nieuwsbrief in geheel eigen stijl door de wondere wereld van letters, proza en papier. Onderstaande tekst verscheen in de editie van 8 februari.
Al jaren ligt de kolossale Times Atlas of the World te verstoffen in de bedstee die dienstdoet als extra boekenkast. Ooit na lang aarzelen aangeschaft en vanwege het formaat onder de snelbinders naar huis vervoerd, in een tijd dat een goeie atlas een rijk en onmisbaar bezit was. Nu is hij niet alleen overbodig maar ook onhandig, want hij weegt zeven kilo en is zo groot dat hij niet rechtop op de plank kan staan. Toch overleeft hij elke opruimronde. Google Maps is een zegen, maar echte kaarten hebben nog altijd iets magisch.
Dat ondervond ook Sophy Roberts, die tijdens de lockdown een tijdje in een cottage van een vriend in Ierland logeerde. Op de zoveelste regendag stuitte ze in zijn boekenkast op een negentiende-eeuwse kaart van het Grote Merengebied in Afrika. Die kaart voerde haar terug naar een reis die ze jaren eerder maakte. Met een bushvliegtuigje vloog ze destijds naar een plek die Gangala-na-Bodio heette, in de Congolese jungle. Iemand vertelde haar toen dat op die plek ooit een school voor Afrikaanse olifanten was gehuisvest.
Ze was daar toen als journalist voor een heel andere reportage, maar het gegeven bleef hangen. Roberts is naar eigen zeggen gefascineerd door ‘verhalen die in de voetnoten van de geschiedenis verdwijnen’ en ze vermoedde dat die olifantenschool de sleutel kon zijn tot een veel breder verhaal over de kolonisatie van Afrika. Dat bleek te kloppen.
Tussen 1876 en 1915 ‘werd een kwart van het land op aarde verdeeld in kolonies waar een zestal natiestaten de scepter zwaaiden’, aldus Roberts. Een van die landen was België. In 1879 gaf koning Leopold II opdracht vier Aziatische olifanten uit India naar Afrika te laten verschepen. Een absurd plan, want Afrika had zelf meer dan genoeg olifanten. Alleen struinden die in het wild rond, terwijl hun getemde Indiase neefjes allerlei handige diensten konden verlenen. De ongekend hebzuchtige Leopold bedacht dat zij die wilde Afrikaanse olifanten mooi een lesje in onderwerping konden leren. Met goed getrainde olifanten kon hij vervolgens de ondoordringbare binnenlanden bereiken, waar de schatten voor het oprapen lagen. Dat klinkt als de plot uit een oude Suske en Wiske, maar het was een serieus en groots opgezet idee waarbij ‘Schotse scheepsmagnaten, antislavernij-activisten, Duitse dierentuinuitbaters en Amerikaanse zakenlui’ betrokken waren.
Roberts besloot het spoor van die onzalige expeditie na te reizen om zo te ontdekken ‘hoe het Europese imperialisme zich over het Afrikaanse continent had verspreid en wat de gevolgen waren voor de mensen die er woonden’. Haar boek is een mix van persoonlijk reisverhaal en breed uitwaaierende koloniale geschiedenis, gedragen door die arme olifanten.
Ik vond opnames uit de koloniale tijd waarop te zien was hoe jonge olifanten in Congo in het wild werden gevangen: een half volgroeid kalf werd gestrikt met een lasso en aan een boom vastgebonden. In een ander verslag worden de jonge olifanten beschreven als ‘kereltjes van anderhalve meter hoog’ die ‘krijsen van woede als ze worden vastgeketend’. De mahouts temden de olifanten met een ‘chicotte’, een zweep van nijlpaardenhuid die koloniale soldaten ook gebruikten om dwangarbeiders mee te folteren en zo de Congolese rubberoogst op te drijven.
Bent u daar nog? Ik had zelf al moeite genoeg met deze door Roberts zo vaardig opgeroepen beelden, maar de bijbehorende foto’s kwamen zo mogelijk nog harder binnen. Alleen al van dat ene fotootje, waarop rijen vastgeketende olifanten strak in het gelid staan opgesteld, springen de tranen je in de ogen. Om nog maar te zwijgen over die foto van een olifant die ondersteboven hangend in een tuig van het ene op het andere schip wordt getakeld.
Dat transport in de Afrikaanse binnenlanden een lastige kwestie was, waarvoor getrainde olifanten volgens Leopold wellicht de oplossing waren, wordt geïllustreerd door de manier waarop Europeanen zich lieten vervoeren: ijzeren constructies, rieten stoelen, hangmatten, er werd van alles bedacht om te zorgen dat ontdekkingsreizigers, missionarissen, schatzoekers en andere koloniale indringers zo comfortabel mogelijk hun bestemming bereikten. Missionarisechtgenote Annie Hore werd in 1882 als volgt naar het Tanganyikameer vervoerd:
Zestien mannen duwden haar om de beurt voort in een rieten stoel met kussentjes die op twee lange stokken werd gemonteerd zodat de stoel gedragen kon worden als het terrein moeilijk begaanbaar was. De sluitingen van kokosvezel en de bamboe zorgden voor een ‘aangename vering’.
Roberts wekt die beschamende geschiedenis tot leven, maar ook haar eigen reis leidt tot pijnlijke inzichten. In een hotel ontmoet ze een stel aangeschoten Amerikaanse missionarissen die ‘voor een of andere ngo werkten om Afrika te “redden”’ en spreekt diezelfde avond een jager ‘die op weg was naar een moeras in het westen van Tanzania om een sitatoenga te schieten, een zeldzame moerasantilope met prachtig gedraaide horens’. Maar ze spreekt vooral heel veel Afrikanen: jachtopzieners, vissers, ouderlingen, nonnen, chiefs en vrouwen die uitleggen wat de voordelen van een polygaam huwelijk is. Rem, een van de gidsen die met haar meereist, heeft in zijn jonge jaren als wapendrager gewerkt voor een Europese jager in Tanzania.
Hij vertelde dat de toeristen op ongeveer alles jaagden dat bewoog, behalve hyenahonden, neushoorns en giraffen. Van de tongen of staarten van de dieren werd soep gemaakt. Het lendenstuk was meestal voor de belangrijkste klant. Soms aten ze ook het hart op ‘om te laten zien wie de echte koning was’. (…)
‘Soms bewaarden Afrikanen de hoorn van de koedoe’, zei Rem. ‘Die kun je als fluitje gebruiken. Maar we hebben geen traditie om jachttrofeeën aan de muur te hangen. Dat doen alleen buitenlanders.’
Het is onmogelijk om in kort bestek de reikwijdte van dit boek samen te vatten. Een school voor olifanten gaat niet alleen over zielige olifanten en een krankzinnige koning, maar ook over uitbuiting, hebzucht, racisme, religie en ons koloniale verleden. Een iets eenvoudiger versie van Een school voor olifanten zou ideaal lesmateriaal zijn om scholieren iets bij te brengen over die schandvlek, die, zo maakt Roberts duidelijk, nog lang niet is uitgewist.
Het zal geen verrassing zijn dat het met de Indiase olifanten niet goed afliep. De eerste die sneuvelde, een ‘moeilijk en sikkeneurig’ mannetje met een ‘vurig temperament’, werd na zijn dood in stukken gehakt. Van zijn poten werden krukjes of champagnekoelers gemaakt en zijn slagtanden werden naar koning Leopold gestuurd. ‘Een aandenken aan de dood van een eerste olifant tijdens de lovenswaardige poging beschaving en ontwikkeling naar Afrika te brengen, waarin zo veel nobele levens zijn opgeofferd,’ aldus een Britse krant.
VPRO Boekengids
Boekenredacteur Katja de Bruin gidst je in geheel eigen stijl door de wondere wereld van letters, proza en papier.
Je bent er bijna...
Om de nieuwsbrief te ontvangen doe je het volgende:
- Open je e-mail en zoek naar een bericht van ons
- Bevestig je e-mailadres
- Je ontvangt nu regelmatig onze nieuwsbrief 🥳