Een jaar met Simon: lichte meisjes, broodjes op de A2 en een idioot plan

Foto van Pauline Slot + cover van het boek Een jaar met Simon
  • Katja de Bruin

Pauline Slot vatte het idiote plan op om in een jaar tijd alle 52 romans van Simon Vestdijk te lezen en daar een boek over te schrijven. Het resultaat, Een jaar met Simon, gaat over Vestdijk, maar dan wel op zo’n sprankelende en originele manier, dat je Pauline volgt waar ze ook gaat.

Boeken-redacteur Katja de Bruin gidst de abonnees van haar nieuwsbrief in geheel eigen stijl door de wondere wereld van letters, proza en papier. Onderstaande tekst verscheen in de editie van 8 februari.

Ineens stond Simon weer volop in de belangstelling. Simon Vestdijk, de man die volgens Adriaan Roland Holst sneller schreef dan God kon lezen. De man die 52 romans schreef, maar die 55 jaar na zijn dood nauwelijks meer wordt gelezen. Zelf las ik zijn acht Anton Wachterromans voor mijn eindexamen Nederlands. De twee leraren die mijn mondeling moesten afnemen, waren weliswaar onder de indruk van mijn ambitie maar baalden er ook van want dat betekende dat ze zelf flink aan de bak moesten. Ze hadden alleen Terug tot Ina Damman gelezen.

Toen ik een week of wat later opgewonden de keuken binnenstormde om te vertellen dat ik een tien had gekregen, trok mijn vader zijn portemonnee uit zijn kontzak en gaf me honderd gulden. Het is de enige tien die ik ooit heb gehaald en sindsdien heb ik nooit meer een letter Vestdijk gelezen. Van die Anton Wachters herinner ik me hoegenaamd niets en er gingen jaren voorbij waarin ik geen seconde aan Simon Vestdijk dacht.

Tot Pauline Slot het idiote plan opvatte om in een jaar tijd al zijn 52 romans te lezen en daar een boek over te schrijven. Ik hou van schrijvers die zoiets niet alleen bedenken maar het ook nog uitvoeren. Ik hou ook van uitgevers die zo’n plan toejuichen, want je weet op voorhand dat voor zo’n boek geen drommen mensen naar de boekwinkel komen. 

Toch denk ik dat lezers Een jaar met Simon oneindig veel leuker zullen vinden dan ze op voorhand denken. Pauline Slot is namelijk een geweldig fijne schrijver, met een jaloersmakend soepele stijl en een onderkoelde ironie die soms zo subtiel is dat die niet door alle recensenten wordt herkend. In dit genadeloos eerlijke leesdagboek knoopt ze alles wat haar bezighoudt schijnbaar moeiteloos aan elkaar: de dood van haar lieve maar gesloten vader, de welkome afleiding die B&B vol liefde bood toen hij op sterven lag (‘Mijn vader bleef langer leven dan we allemaal voor mogelijk hielden. Hij stierf toen de herfstprogrammering al lang en breed begonnen was.’) en de onmogelijk drukke hond Leentje voor wie ze tot haar verdriet en schaamte niet het geschikte baasje blijkt.

Dus ja, dit boek gaat over Vestdijk, maar dan wel op zo’n sprankelende en originele manier, dat je Pauline volgt waar ze ook gaat. 

Eenmaal op de A2 denk ik weer aan De dokter en het lichte meisje en voel de irritatie die deze titel in me heeft gewekt. Net zoals ik allergisch ben voor films en boeken over piraten (en over de maffia, zei ik dat al?), houd ik niet van romances tussen rijke mannen en sekswerkers.

Foto van Pauline Slot + cover van het boek Een jaar met Simon
© Jakolien Backhuys/De Arbeiderspers

Ze begint over Pretty Woman, dwaalt vervolgens af richting Het mooiste meisje van de klas om dan weer terug te keren bij De dokter en het lichte meisje.

Terwijl Pieter mij vanuit de passagiersstoel een broodje aangeeft, doe ik mijn beklag over Vestdijk. Zijn schrijversvisie op vrouwelijke personages, vat ik kort door de bocht samen, draait om twee vragen. Eén: is deze vrouw aantrekkelijk of niet? Twee: heeft deze vrouw het al met een ander gedaan of niet? Waarbij de tweede vraag alleen relevant is als het antwoord op vraag één volmondig ‘ja’ luidt.

Kijk, dat zijn frisse inzichten. Zo wil je wel over Vestdijk lezen. Over andere schrijvers ook trouwens. Alice Munro komt aan de beurt, de weergaloze verhalenschrijver die tot verbijstering van haar vele bewonderaars de echtgenoot die een van haar dochters misbruikte verdedigde en trouw bleef. Cormac McCarthy (‘de bewonderde auteur van echtemannenromans’), die op z’n 42ste een relatie aanging met een misbruikt meisje van zestien dat hij ontmoette bij het zwembad van een motel, waar zij hoopte te kunnen douchen zonder aangerand te worden. En Paul Auster, die tijdens een bezoek van zijn Nederlandse uitgever begon voor te lezen uit eigen werk en daar niet meer mee ophield. ‘Eerst was het leuk, toen ongemakkelijk, toen irritant, toen benauwend en beknellend.’ Hij stopte er pas mee toen zijn echtgenote Siri Hustvedt hem een halt toeriep.

Slot haalt deze smakelijke anekdote aan omdat Vestdijk in het eerste jaar van zijn huwelijk met de veertig jaar jongere Mieke haar zijn hele oeuvre voorlas. 

Nu zie ik voor me hoe Mieke Vestdijk daar als jonggetrouwde zit en avond aan avond luistert naar de stem van Simon Vestdijk, die haar hypnotiseert en manipuleert zoals alleen een romanschrijver dat kan, zoals alleen een romanschrijver dat mag, omdat boeken nu eenmaal heilig zijn. Ik stel me voor hoe Simon al die woorden uitspreekt, hoer, hoer, hoer, mooi, lelijk, mooi, lelijk, meisje, meisje, dienstmeisje, nymfomane, heks, heks, heks, en dat Mieke, die niet opvallend mooie maar wel jonge Mieke, daar zit, rustig breiend, geboeid, vrijwillig gegijzeld.

Pauline Slot las veel mooie, soms zelfs virtuoze passages in die 52 romans, maar knapte gaandeweg steeds meer af op Vestdijks ‘stuitende seksisme en de verontrustende preoccupatie met jonge meisjes, hoeren, incest en verkrachting’. 

Je kon erop wachten, en inderdaad: sommige Vestdijkvorsers vinden dat ze er niets van heeft begrepen. Je mag een schrijver immers nooit vereenzelvigen met de opvattingen van zijn personages. Gelukkig heeft Pauline een broertje dood aan dit soort mansplainers. Sterker nog, zij ontleent ‘een duivels plezier’ aan haar inzicht dat lang niet elk boek van de grote Simon voor de eeuwigheid bleek.

Ik heb op mijn beurt ongelofelijk veel plezier beleefd aan haar jaar met Simon en kreeg zowaar zin om veertig jaar later weer eens een Anton Wachter open te slaan. 

Maar ik kreeg vooral zin in meer Pauline Slot. Want of ze nu schrijft over haar ‘Doornroosje-achtige braamstruiken’, haar hekel aan piraten of de comeback van de holenuil, ik wil het allemaal lezen.