Soldaat, matroos: roman over het gekmakende bestaan van een prille moeder

Foto van Claire Kilroy en de cover van Soldaat Matroos
  • Katja de Bruin

Het overkomt me niet vaak dat een boek een fysieke reactie oproept, maar onlangs gebeurde het weer eens. Ik kon niet stoppen met lezen, maar mijn hartslag ging met elke pagina omhoog. De schrijver die dat voor elkaar kreeg heet Claire Kilroy.

Boeken-redacteur Katja de Bruin gidst de abonnees van haar nieuwsbrief in geheel eigen stijl door de wondere wereld van letters, proza en papier. Onderstaande tekst verscheen in de editie van 22 februari.

Vier romans schreef ze, en toen werd het stil. In 2015 publiceerde ze een essay waaruit bleek wat de oorzaak was: Kilroy had een kind gekregen. ‘Schrijven was vroeger het antwoord op al mijn problemen – het stelde me in staat iets te maken van de slechte dingen in mijn leven, ze te benutten – maar nu kan ik niet meer schrijven. Dus kan ik mijn leven niet langer repareren.’

Elf jaar na haar laatste boek keert Claire Kilroy terug met Soldaat, matroos: een roman over het gekmakende bestaan van een prille moeder (Soldaat). In een lange monoloog, gericht aan haar zoon (Matroos), gooit zij al haar woede, frustratie en onvermogen eruit. En vooral ook haar verlangen naar de wereld voor volwassenen, die plek waar zij uit is verbannen, maar waar zijn vader vrij in kan rondzwerven.

Die vader die in de inloopkast slaapt omdat hij ’s ochtends uitgerust naar zijn werk moet. Die haar een beker thee aanreikt terwijl zij, ongewassen, in pyjama, probeert hun krijsende, tegenspartelende zoon in de kinderstoel te wurmen. Die, terwijl zij bezig is haar haar uit het knuistje van hun zoon te bevrijden, vraagt waarom ze hem niet gewoon even neerzet.

‘Zet jij hem dan maar eens in zijn stoel.’ Ik draaide je om, met je gezichtje naar hem toe. Je stak je armpjes uit naar je papa.

Hij wees op zijn pak. Je was een kotser, Matroos, een stomerijrisico. Hij keek op zijn telefoon. ‘Ik moet naar m’n werk.’

En hup, weg is hij, in zijn donkerblauwe, wollen Hugo Boss-jas. Wacht maar niet met eten, het kan vanavond wel wat later worden.

Nu leefde ik in jouw wereld. En die was klein. Ik had mijn kans om te douchen gemist. Net als gisteren. Wanneer dat ook was, gisteren. Je begon te jengelen. Slof slof terug door de gang. Vijf over half acht. Nog dertien uur te gaan.

Foto van Claire Kilroy en de cover van Soldaat Matroos
Foto van Claire Kilroy en de cover van Soldaat, Matroos.
© Magda Christie/Van Nijgh & Van Ditmar

En zo sleep je je als lezer je met deze moeder door die eindeloze dagen. Het gillen, krijsen en brullen. Geen hapje yoghurt of banaan willen. Met speelgoed smijten. De sokjes die alweer zijn uitgetrokken voor je de schoentjes hebt gepakt. De luiertas (speen, reservespeen, luiers, doekjes, huidzalf, kinderaspirine, slabbetje, reserveslabbetje, knuffel) die zo zwaar is dat de buggy omkiept zodra je je kind eruit tilt. De speelgroep waar andere kinderen lief zitten te spelen, terwijl haar zoon alleen maar bezig is om hun speelgoed af te pakken.

Het kleine meisje stopte een geel plastic ei in een blauwe plastic eierdoos en haalde het er daarna weer uit. Stopte het terug. Haalde het eruit. Ze was zich er totaal niet van bewust dat jij haar besloop. Het was net een natuurdocumentaire.

Terwijl Soldaat in de keuken een knolraap te lijf gaat (gezond!), heeft Matroos alweer genoeg van zijn Play-Doh. (‘Ik legde het mes neer en ruimde de Play-Doh op, sorteerde de kleuren en deed ze terug in de juiste bakjes zodat ze niet uitdroogden. Ik gaf je het kinetische zand om nog tien minuten tijd te kopen.’) Twee gemiste oproepen van papa, gemist omdat de rijst aanbrandde en de rookmelder afging terwijl zij boven een gevecht voerde met een poepluier. (‘De luxe, de ongelofelijke luxe om op het laatste moment een berichtje te kunnen sturen waarin je zei dat je die avond niet thuiskwam. Het zou nog tien jaar duren – langer zelfs – voordat ik dat kon doen.’)

Er valt genoeg te lachen (het uitstapje naar de Ikea, het geworstel met autostoeltjes, de ongeschreven speeltuinetiquette) maar daaronder sluimert steeds uitputting en wanhoop die elk moment kan omslaan in regelrechte waanzin. Wat daarbij niet helpt is die vader, met zijn adviezen vanaf die o zo comfortabele zijlijn. (‘Hij eet niet omdat jij zo gestrest bent.’) Die ’s avonds op de bank Blade Runner ligt te kijken en informeert of ze vandaag nog wat heeft kunnen werken.

Is er dan geen liefde? Ja, natuurlijk wel. Dat is nu juist het mysterie van het moederschap. ‘Van jou houden was het makkelijke deel. Je pluizige haar en die bult op je voorhoofd en de heerlijke warmte van je huid, die heerlijke levende warmte.’

Mijn eigen kinderen zijn inmiddels volwassen, maar ooit, tijdens deze uiterst herkenbare fase in mijn leven, vroeg ik elke schrijfster die ik interviewde hoe ze het had klaargespeeld om een boek schrijven met kleine kinderen om zich heen. De enige bij wie de taken thuis eerlijk verdeeld waren was Ayelet Waldman, getrouwd met schrijver Michael Chabon. Om beurten gingen ze een paar weken naar een schrijfresidentie terwijl de ander thuis voor hun vier kinderen zorgde. Kathryn Harrison stond jarenlang om vijf uur op om ongestoord te kunnen schrijven tot de kinderen wakker werden, maar de ervaring van Rachel Cusk is me het meest bijgebleven. Zij huurde af en toe voor een paar dagen een beschimmelde cottage waar ze zich, met haar jas nog aan, op haar laptop stortte om vooral geen kostbare minuut schrijftijd te verliezen. Intussen stelde ze zich voor hoe Ian McEwan erbij zat: achter zijn monumentale bureau in zijn comfortabele werkkamer, waar zijn vrouw af en toe op haar tenen binnensloop om hem een kopje thee te brengen.

Er zijn veel ijzersterke romans geschreven over de donkere kanten van het moederschap, boeken waarin je de muren op je af voelt komen: De verborgen dochter van Elena Ferrante, Doorwaakte nachten van Sarah Moss, En we vergeten omdat het moet van Maggie O’Farrell en In haar lichaam besloten van Ann-Marie MacDonald, om maar een paar favorieten te noemen. Claire Kilroy voegt met Soldaat, matroos een weergaloos boek toe aan die stapel. Een boek dat je misschien niet moet lezen als je nog aan kinderen wilt beginnen, een boek dat verplicht lesmateriaal zou moeten zijn voor aanstaande vaders, maar bovenal een boek waarin heel veel moeders troost en herkenning zullen vinden.