De lange schaduw van 1979

Geschiedenis heeft in het Midden-Oosten de vervelende gewoonte om niet alleen te rijmen, maar ook om zich bijna letterlijk te herhalen. Op dit moment bereidt een bont gezelschap van Koerdische strijdgroepen zich, met steun van Washington en Tel Aviv, voor op nieuwe een confrontatie met de Iraanse Revolutionaire Garde. Daarmee keert de schaduw van 1979 terug. Maar dit technocratisch EU-beleid gaat ook over hoe Europese burgers in slaap worden gesust met taal die geruststellend in de oren klinkt. Terwijl wij kalmeren, glijden er ingrijpende besluiten geruisloos naar binnen.
In dat jaar werd de Iraanse dictator Mohammad Reza Pahlavi, ook wel bekend als de sjah, verdreven en werd de islamitische republiek geboren. Maar in de chaos van die revolutie grepen Koerdische Peshmerga-strijders ook hun kans om hun droom van een eigen staat dichterbij te brengen.
Die vurige wens bleek niet opgewassen tegen de toen net opgerichte Revolutionaire Garde van de ayatollah. Zij wist de Koerdische opstand neer te slaan – en zo een verdeeld Iran achter één nationale vlag te scharen.
(tekst loopt door onder afbeelding)

Olijfgroen uniform
Het is goed om even stil te staan bij die Revolutionaire Garde, waarover het nu zoveel gaat. Vandaag de dag is dat een hypermodern militair apparaat, met eigen inlichtingendiensten, politieke invloed en een gigantisch economisch imperium.
Maar in 1979 was die macht nog ver weg. De Garde bestond vooral uit ongetrainde boerenjongens, idealistische studenten en religieuze vrijwilligers die door ayatollah Khomeini naar de Koerdische bergen werden gestuurd. Aanvankelijk waren ze zelfs redelijk machteloos tegen de ervaren en mobiele Koerdische strijders.
Maar op termijn wist de Garde toch succes te boeken. Daarmee werden ze veel meer dan een militaire macht: het olijfgroene uniform werd een symbool. En, ik schetste het hierboven al: het nieuwe islamitische regime wist met deze strijd tegen de Koerden ook het verdeelde Iran achter zich te scharen. Achter de vlag en achter het uniform.
De strijd tegen de Koerdische opstand was niet alleen een ideologische strijd van de ayatollah, maar een zaak van nationale eenheid.
Etnisch lappendeken
Om te begrijpen hoe belangrijk die Koerdische revolutie-binnen-een-revolutie is, moeten we goed kijken naar de samenstelling van Iran. Het land is namelijk een lappendeken van verschillende bevolkingsgroepen met elk een eigen taal en cultuur. Natuurlijk bestaat de grootste groep Iraniërs uit Perzen, maar je hebt bijvoorbeeld ook nog de Turkstalige Azeri’s (15 tot 20 procent), de Koerden (7 tot 10 procent) en daarnaast nog Arabieren, Baluchi en andere kleinere gemeenschappen.
De cijfers hierboven, gebaseerd op schattingen van het CIA World Factbook, zijn omstreden. In Iran zijn bevolkingsstatistieken namelijk zelden neutraal; ze maken vaak deel uit van een politiek spel.
Onder de sjah werden minderheden regelmatig hard onderdrukt. Het verklaart waarom Koerden en andere groepen in 1979 massaal in opstand kwamen.
Maar ook de islamitische republiek heeft moeite gehad om afstand te nemen van etnische discriminatie.En zelfs binnen de huidige oppositie tegen het regime in Teheran blijft het onderwerp minderheden opvallend gevoelig.
(tekst loopt door onder afbeelding)

Breuklijnen
Illustratief is de reactie van oppositieleider en kroonprins Reza Pahlavi (zoon van de sjah), die vooral onder Perzische Iraniërs in de diaspora aanhang heeft. Hij veroordeelde een nieuwe coalitie van Koerdische oppositiepartijen.
En laat nu juist deze groepen volgens berichten contact hebben met Amerikaanse officials over een mogelijke opstand. Pahlavi waarschuwde dat zulke initiatieven Iran dreigen ‘op te delen’ en noemde de Koerdische plannen separatistisch.
Dat de Verenigde Staten en Israël mogelijk juist deze etnische breuklijnen willen benutten, ligt kortom uiterst gevoelig.
In zijn toespraak aan het begin van de oorlog noemde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu bijvoorbeeld expliciet verschillende Iraanse minderheden. Dat is tegen het zere been van veel Pahlavi-aanhangers, die de afgelopen jaren juist opvallend vaak met Israëlische vlaggen demonstreerden – als symbool van hun verzet tegen het regime in Teheran en van een mogelijke alliantie tegen de islamitische republiek.
Maar als Koerdische groepen nu ook daadwerkelijk steun en wapens krijgen, dreigt dat de Iraanse oppositie tegen het islamitische regime verder uiteen te spelen.
Terug naar de Koerdische bergen
In Teheran wordt de historische les nu opnieuw opgeroepen. Het is Ali Larijani, hoofd van de nationale veiligheidsraad en zelf een voormalige gardist, die nadrukkelijk de nationale kaart trekt.
Ooit deed hij dienst als propagandist van de pas opgerichte Garde, nu als de facto hoofd van de Iraanse strijdkrachten.
Volgens Larijani staat er vandaag opnieuw hetzelfde op het spel als in 1979: de territoriale eenheid van Iran.

Het Iraanse leger heeft inmiddels extra eenheden naar het noordwesten van het land gestuurd, richting de Koerdische regio’s waar de spanning oploopt.
Daarmee keert de geschiedenis op een ongemakkelijke manier terug naar haar beginpunt.
De bergen van Koerdistan waren ooit de geboortegrond waar de Revolutionaire Garde haar eerste gevechten uitvocht, en waar het jonge islamitische regime zich wist te verenigen tegen een gezamenlijke vijand.
Dat het conflict daar opnieuw ontvlamt, maakt de ironie compleet.
Want wat nu bedoeld is om Iran te verzwakken, zou opnieuw precies het tegenovergestelde kunnen doen: een verdeeld land dwingen zich weer achter één vlag te scharen.
Tot snel,
Abdou