'Ik heb altijd een goede relatie gehad met mijn duistere kant'

Interview met Dario Argento over Suspiria

, Atze de Vrieze

Horrorfilm Suspiria wordt dit jaar veertig. Reden genoeg voor het Imagine Filmfestival om samen met Cinema Egzotik de gerestaureerde klassieker opnieuw te vertonen. Regisseur Dario Argento was aanwezig bij de screening: 'Ik heb mij nooit bezig gehouden met de angsten van de maatschappij. En ook niet met die van mijn publiek.'

Dario Argento op de set van Suspiria (1977)

Drie, vier keer kwam het glazen plafond al in beeld, daar in de weergaloze entreehal van een begin-twintigste-eeuwse balletschool in Duitsland. Het glas is geel, oranje en blauw, in een verder zalmroze en bloedrood gebouw, en het spat werkelijk van het beeld. Er klinkt gegil, door merg en been en half gorgelend. Het mes splijt de borstkas van het kansloze meisje uiteen, zodat haar hart wild kloppend open komt te liggen. De genadestoot, en nog een, en nog een. En dan dat magistrale shot: het slachtoffer glijdt door het geel-oranje-blauwe glas naar beneden en wordt opgehangen aan een elektriciteitsdraad, tot een halve meter boven de grond, terwijl het bloed op de vierkante tegels drupt. Haar lange regenjas is aan de voorkant afgescheurd en besmeurd, op zo'n manier dat de hangende vrouw iets sensueels heeft en toch kuis gestorven is.

Kan geweld mooi zijn? Vraag dat maar aan Dario Argento, maestro van de Italiaanse giallo-film. Hij lacht een beetje als ik begin over de romantiekloze onthoofdingen die we tegenwoordig elke dag op onze telefoon zien langs flitsen. Wat al dat realistische geweld met ons als mensen doet? Hij weet het niet, maar zijn geweld is anders. Zijn geweld is van literaire schoonheid. Het is geïnspireerd door Edgar Allan Poe en door de Duitse expressionisten. 'Het is het geweld uit mijn dromen. Ik trok me destijds vaak maanden in mijn eentje terug om in contact te treden met mijn donkere kant. Er zijn mensen die weg rennen voor hun duistere kant, ik heb er altijd een goede relatie mee gehad.'

Je kunt je van alles voorstellen bij een ontmoeting met Dario Argento. De inmiddels 76-jarige regisseur en scriptschrijver is in Amsterdam voor de vertoning van zijn film Suspiria, die dit jaar veertig jaar bestaat. Suspiria is zo'n film die steevast omschreven wordt als meesterwerk, een beklemmende film over een behekst internaat. Het verhaal is niet eens zo bijzonder, maar de kleurrijke en intense cinematografie wel, al was het maar door zijn karakteristieke gebruik van diepblauw en bloedrood licht in de hele film. De film zit vol freaky details. Zo plaatste Argento de deurkrukken in de film op ooghoogte, om zo de jonge vrouwen meer meisjesachtig te maken.

Suspiria (1977)

Wat je je ongetwijfeld voorstelt bij de bedenker ervan is een heftig gebarende man, eigenlijk zoals je hem kent van de set-foto's. Hij had destijds lang haar, diep liggende ogen en een licht maniakale blik. Italianen praten sowieso graag met hun handen, maar Argento moest wel. De hoofdrol in zijn film werd vertolkt door de Amerikaanse Jessica Harper, en in de cast liepen ook Duitsers rond, waarvan sommigen Italiaans noch Engels spraken. De film werd in principe ook zonder geluid opgenomen, omdat hij toch later gedubd zou worden. Actrice Jessica Harper vertelt daarover in het boek 'Dario Argento: The Man, The Myths & the Magic' dat dat een vreemde ervaring was. Waar het normaal gesproken stil is op de set, stond hier rustig verderop iemand aan een decor te timmeren. De verwarring werd nog groter, doordat de bizarre muziek van progrockband Goblin - Argento's huisorkest - er keihard over de set schalde. Zo probeerde Argento de sfeer en verwarring op te roepen die ook in zijn film hangt. 

Daar zit ie dan, in het auditorium van het Istituto Italiano di Cultura in Amsterdam, waar de argwaanwekkend vriendelijke bibliothecaresse net nog een VHS van zijn film Profondo rosso voor me uit het archief viste. De rode stoelen in de ruimte hebben wel wat weg van een filmtheater, maar Argento zit op een van de luie stoelen een paar meter verderop. Hij draagt een wollen vest boven een net te wijde pantalon. Zijn benen zijn over de rand van de stoel geslagen, alsof het vrijdagavond is en hij nergens meer heen hoeft. Argento begint te mompelen als ik hem vraag welk regisseursgeheim Martin Koolhoven hem probeerde te ontfutselen toen de twee elkaar een dag eerder ontmoetten. 'Ah no. Er zijn geen geheimen, iedereen heeft zijn eigen stijl en zijn eigen dromen om te volgen.'

Eh, nee, Argento is niet de gepassioneerde prater die je achter zijn kleurrijke meesterwerk verwacht. Sterker nog: hij is eigenlijk helemaal geen prater. Dat heeft waarschijnlijk vooral te maken met zijn krakkemikkige Engels. Of mijn Italiaans, natuurlijk. Argento vertelt wel over hoe ie tijdens een vakantie in Griekenland een snaarinstrument genaamd bazouki hoorde, er verliefd op werd en het mee naar Italië nam. Het werd een cruciaal element in de psychedelisch-occulte 'feel' van de soundtrack, samen met de Egyptische tabla-drum. De soundtrack werd er minstens zo befaamd door als de film zelf. 

Jessica Harper in Suspiria (1977)

Mooi detail, en daar zijn er vele van rond de films van Argento. Maar wie meer wil zien in zijn werk kan dat ook. Succesvolle horrorfilms wroeten per slot van rekening in de diepste angsten van de maatschappij. In de jaren vijftig waren het nucleaire monsters die mensen de schrik op het lijf jaagden, en dat is natuurlijk logisch gezien de grote wapenwedloop. George Romero's zombieklassieker Night of the Living Dead was eind jaren zestig een frontale aanval op het traditionele gezin, opvolger Dawn of the Dead stelde mensen voor als hersenloze consumenten. Argento schreef samen met Romero het script van Dawn of the Dead en leende ook zijn huisband Goblin aan de zombie-meester. Maar hoe zit het dan met Argento-films als Suspiria en Opera? Het zijn bij uitstek Europese films, in stijl en decor. De wraakzuchtige gekken uit Argento's films steken bloeddorstig in op Europese tradities en kunst, op balletdansers en operazangeressen. De blinde pianist in Suspiria wordt letterlijk door zijn eigen geleidehond naar de keel gegrepen. In feite kondigt Argento in zijn klassiekers al het verval van Europa aan dat we nu elke dag zien. Om nog maar te zwijgen over zijn fascinatie voor het occulte, terwijl hij zelf in het hart van de katholieke kerk woonde, Rome.

Het antwoord van de regisseur is even ontnuchterend als romantisch. Hij hoeft zichzelf niet te bewijzen als maatschappelijk visionair, zijn werk was zo particulier als het maar kan zijn. 'Ik heb mij nooit bezig gehouden met de angsten van de maatschappij. En ook niet met die van mijn publiek. Ik heb altijd geleefd in mijn eigen wereld. Mijn mooie wereld vol monsters.'

Hij buigt zich voorover en pakt de VHS van die vriendelijke bibliothecaresse van tafel. Hij zegt: 'Moet ik deze signeren?' Nee dank u, dat hoeft niet, ik moet hem zo nog terug brengen.