Michael Haneke over Happy End

Kleinburgerlijke farce

, Gerhard Busch

Ook Happy End, de nieuwe film van de Oostenrijkse regisseur Michael Haneke, speelt zich weer af in een burgerlijk milieu. 'Dat is de enige wereld die ik ken.'

Regisseur Michael Haneke

In Benny’s Video (1992) vermoordt de emotieloze tiener Benny een vriendinnetje met een slachtpistool, wat hij ook nog eens koeltjes vastlegt op video. In Funny Games (1997) terroriseren twee volledig in het wit geklede en overdreven beleefde tieners een gezin middels sadistische en gewelddadige spelletjes. En in Das weiße Band (2009) wordt vlak voor de Eerste Wereldoorlog een Duits plattelandsdorpje opgeschrikt door een handvol akelige gebeurtenissen. Iemand wordt ontvoerd en mishandeld, de dokter verongelukt, een schuur brandt volledig af, en alles wijst erop dat de daden zijn gepleegd door kinderen uit het dorp. Kinderen die, zo suggereert de voice-over, twintig jaar later volgers van Hitler zullen zijn.

De kinderen in de films van de Oostenrijker Michael Haneke (1942) zijn – op zijn zachtst gezegd – geen lieverdjes. Het Duitse tijdschrift Der Spiegel, dat zich destijds nogal opwond over de suggestie in Das weiße Band, beet Haneke zelfs toe dat de kinderen in zijn films altijd koud en wreed zijn. Waarop Haneke reageerde: ‘Ik geloof dan ook niet dat kinderen onschuldig zijn. Volgens mij gelooft niemand dat. Ga anders maar eens in een speeltuin kijken. Het romantische beeld van een lief, onschuldig kind is simpelweg de projectie van de ouders.’

Kinderen zijn niet alleen koud en wreed bij Haneke, ze zijn ook talrijk. In vrijwel al zijn films spelen kinderen een prominente rol. Dat komt ten eerste omdat Haneke zich altijd richt op problemen binnen het gezin en gezinnen nu eenmaal vaak ook uit kinderen bestaan. Bovendien ziet Haneke een kind, zo vertelde hij eens in een interview, als een dankbaar onderwerp. ‘Tachtig procent van wie we zijn, is gebaseerd op wat we hebben meegemaakt in onze jeugd.’ Wat bij misantroop Haneke betekent dat toen alles is misgegaan.

‘We leven nu in de wereld van de kleinburger. Egocentrisch, autistisch en de rest van de wereld negerend.’

Michael Haneke

Michael Haneke regisseert Fantine Harduin en Jean-Louis Trintignant op de set van Happy End

Familiebedrijf
Ook in Happy End, Hanekes nieuwe film, speelt een kind weer een hoofdrol. De bijna dertienjarige Eve Laurent is telg uit een rijke familie met een groot bouwbedrijf. Maar het geld maakt de Laurents bepaald niet gelukkig. Eves gescheiden moeder belandt in het ziekenhuis na een overdosis pillen, haar hertrouwde vader gaat vreemd en opa Georges (fantastisch gespeeld door de 86-jarige Jean-Louis Trintignant) begin te dementeren. En dan is het familiebedrijf ook nog eens gevestigd in Calais, waar veel illegale migranten hopen op de overtocht naar Engeland. In het grimmige Happy End volgen we het wel en vooral het wee van die disfunctionele Franse familie. In Cannes, waar de film afgelopen mei zijn wereldpremière beleefde, vroeg ik Haneke wat de Laurents hem – als Oostenrijkse regisseur – te bieden hadden.

Haneke: 'Het ging mij niet per se om een Franse familie, meer om een klassiek gezin uit een rijk, westers land. De bourgeoisie is zo goed als uit Europa verdwenen. We leven nu in de wereld van de kleinburger, die zich, of hij nu rijk is of niet, kleinburgerlijk gedraagt. Egocentrisch, autistisch en de rest van de wereld negerend. Dat zie je ook bij de Laurents. Voor de film heb ik het allemaal nog wat dikker aangezet, omdat Happy End een farce moest worden over onze kleinburgerlijkheid.'

De film had zich dus net zo goed in uw moederland, Oostenrijk, kunnen afspelen?
'Absoluut. In heel Europa is de houding tegenover nieuwkomers hetzelfde. Overal zijn mensen bang voor verandering. Ik koos alleen maar voor een Franse familie vanwege de acteurs. Ik wilde namelijk graag nog een keer werken met Jean-Louis Trintignant [die ook de hoofdrol speelde in Hanekes vorige film, Amour, GB].'

Komt u uit een vergelijkbare familie als de Laurents?
‘Min of meer. Al mijn films spelen zich af in een burgerlijk milieu, want dat is de enige wereld die ik ken. Ik kan geen film over havenarbeiders maken, omdat ik die niet ken. Ik kan ook geen film over migranten maken, want die ken ik ook niet. Net zo min als de leden van de familie Laurent hen kennen. Ieder mens maakt zich uitsluitend druk over zijn eigen angsten en levens-
behoeften.’

Vindt u uw personages sympathiek of heeft u medelijden met ze?
'Beide. Net als in het echte leven. Je leert iemand kennen, die doet aardig tegen je en dan vind je hem sympathiek. Dan zie je een andere kant van hem en wordt hij ineens een stuk minder sympathiek. Dat is ook het mooie van drama. Dat je die verschillende kanten van iemand kan laten zien. Want ieder mens heeft goede en slechte kanten.'

Uw personages hebben vooral slechte kanten…
'Is dat zo? Voor mijn gevoel valt dat wel mee. Ik vind Georges, het personage van Jean-Louis, bijvoorbeeld heel sympathiek. De anderen gaan misschien wat achteloos en egoïstisch met elkaar om, maar ze zijn niet alleen maar slecht. Want dan zouden ze me niet interesseren.'