'Djurre gaat soms vreemd. Ik niet.'

Regisseur Michiel ten Horn en componist Djurre de Haan over hun samenwerking

, Colin van Heezik

Ze zijn als Federico Fellini en Nino Rota: filmmaker Michiel ten Horn en componist Djurre de Haan. Het duo was te gast tijdens de filmmuziekspecial van Vrije geluiden.

Djurre de Haan, beter bekend als de singer-songwriter Awkward i, componeerde de filmmuziek voor Michiel ten Horns speelfilms De ontmaagding van Eva van End (2012) en Aanmodderfakker (2014) en nog vier andere projecten.

Zijn jullie een onafscheidelijk koppel? 
Djurre de Haan: ’Bijna! Soms componeer ik ook muziek voor anderen.’ 
Michiel ten Horn: ‘We zijn nu bezig aan onze zevende samenwerking, dus het scheelt niet veel. Djurre gaat soms vreemd, inderdaad. Ik niet.’

Hoe komt het dat de combinatie zo goed werkt? 
Ten Horn: ‘Ik zie veel gelijkenissen tussen mijn werk en dat van Djurre. Ogenschijnlijk licht, vrolijk en kleurrijk maar daaronder gaat ernst, tragiek, cynisme en ironie schuil. Daarom denk ik dat zijn muziek en mijn beelden samen goed werken.’
De Haan: ‘We zijn allebei stilisten en proberen een eigen wereld te maken in ons werk. En we zoeken allebei de balans. Dus ik schrijf geen liedje over depressie in een driekwartsmaat, in mineur, gearrangeerd met heel trage strijkers. Snap je? Er moet spanning zijn. Dus je zingt over zelfmoord, maar je zet jezelf voor lul en dan komt er een heel mooie klarinet bij, met een schots en scheef akkoordenschema. Dan blijft het te eten, zeg maar, zoals een gerecht niet alleen maar zout moet zijn. Dat zie ik ook in Michiels werk. Dat zijn absurdistische komedies die visueel heel erg gestileerd zijn waardoor je bijna gaat denken: is het nou realisme of juist niet? En toch zit er ook een echte gevoelsspanningsboog in. Er zich echt drama in.’
Ten Horn: ‘Het is leuk om leed aan te pakken op een grappige manier.’
De Haan: ‘Wij houden niet van zelfmedelijden. Glenn Gould heeft daar eens over gezegd dat hij soms muziek hoorde die alleen maar klaagde over het lot. Hij vond dat je het lot ook met enige waardigheid moet dragen.’

'Bij een andere film waar Alexandre Desplat de muziek gedaan had, vond ik er geen zak aan.'

Djurre de Haan

Hebben jullie filmmuziekhelden?
De Haan: ‘Er zijn wel mensen die ik goed vind. Bijvoorbeeld de samenwerking tussen Alexandre Desplat en Wes Anderson voor Isle of Dogs (2018). Daar is Desplat heel fris in zijn instrumentarium, dat hij ook heel origineel weet in te zetten. Maar bij een andere film waar Desplat de muziek gedaan had, vond ik er geen zak aan. Dus dan zie je dat het ook echt wel de samenwerking is met Anderson die de keuzes van Desplat beïnvloedt. Echte voorbeelden heb ik niet. Er zijn zo veel dingen die je als mens beïnvloeden en van de meeste ben ik me niet eens bewust. Maar ik weet wel bijvoorbeeld dat ik bij Once Upon a Time in the West de zaal uit liep met die muziek van Morricone in mijn hoofd, en nog steeds staat die muziek me scherper voor de geest dan de film.’

Je hoort weleens dat de soundtrack eigenlijk nog bepalender is dan de beelden voor hoe je de film ervaart, omdat geluid en muziek direct op de emotie ingrijpen. Maar ook dat je de beste filmmuziek niet eens hoort, omdat die je zo diep de film in trekt. Ben jij het daarmee eens, Michiel?
Ten Horn: ‘Ja, zeker wel. Het interessante aan filmmuziek is dat het emoties kan sturen en ontregelen, maar dat het eigenlijk niet opvalt. Het is net als met de camera, die ook niet opvalt als hij beweegt, bijvoorbeeld. Het kan ook misgaan. Dan wordt het wat ik noem "rode rozen": dan gaat het sturen op een manier die te doorzichtig is. Maar het hangt er wel vanaf of het de herkenningsmelodie van Indiana Jones is die je bij de opening van de film hoort – die mag aanwezig zijn, zodat je helemaal aan springt en lekker mee kan zingen – of ondersteunende muziek die onder een scène staat.’
De Haan: ‘Neem Rosemary’s Baby, die ik onlangs nog zag, daarvan kun je niet zeggen dat de muziek onopvallend is. Het is vrij aanwezig, maar het werkt wel.’ 
Ten Horn: ‘Ja, en soms kan muziek ook juist werken omdat het er niet meer is. Dat geldt voor comedy en horror heel sterk. Als het dan opeens stil wordt, dan is het juist de stilte die zorgt voor die emotionele nadruk.’
De Haan: ‘Er is een film van Bresson die begint met een stuk van Beethoven, vervolgens is er anderhalf uur geen muziek en bij het slot zet hij die muziek weer in. Dat werkt zo ontzettend goed. Je hebt de hele film lang naar best wel trage, stille, poëtische beelden gekeken en dan ineens komt die muziek erbij. Dat is prachtig.’
Ten Horn: ‘Soms wordt filmmuziek ook heel vals gebruikt. Als een scène gewoon niet werkt, en je gaat er muziek tegenaan pompen zodat je alsnog voelt wat je zou moeten voelen. Dat pikt de kijker meestal niet en dan wordt het kitsch.’

Djurre, jij hebt wel eens gezegd dat je in elk liedje dat je schrijft iets nieuws wilt stoppen. Lukt dat ook met filmmuziek?
De Haan: ‘Heb ik dat gezegd? Ja, ik bedoel: je kunt muziek gaan schrijven in de stijl van Bob Dylan, maar dat heeft Dylan zelf al gedaan. Ik streef er wel naar om steeds mijn grenzen te verleggen en een nieuw soort schoonheid aan te boren in een liedje. En qua filmmuziek: als Michiel en ik een project aangaan, willen we ook altijd wel iets moedigs, iets nieuws proberen.’
Ten Horn: ‘Ik vraag Djurre ook omdat ik geloof in zijn originaliteit als muzikant. Het laatste wat ik wil is iets voorspelbaars. Ik geef hem alle vrijheid, juist omdat ik rare, onverwachte dingen wil. Dat is in elk geval altijd het uitgangspunt aan het begin van een project. Maar op een gegeven moment moet de muziek natuurlijk wel aan de lengte van de scène worden aangepast, bijvoorbeeld, dus helemaal vrij is het nooit.’
De Haan: ‘Nee, maar die carte blanche is wel het uitgangspunt. Dat is ook waarom ik graag met Michiel werk en niet met een regisseur die bijvoorbeeld zou zeggen: ik wil graag een score in de stijl van Matthew Herbert.’

Is er iets aan filmmuziek componeren dat leuker is dan je eigen muziek schrijven? 
De Haan: ‘Zeker. Mijn werk als Awkward i is voor een groot deel solistisch. Ik bedenk op een blanco pagina in een stille kamer nieuwe melodieën en teksten en ik manage de band voor een groot deel zelf. Je zit vaak in je eigen hoofd, zonder dat iemand een voorzet geeft. Het leuke van film is dat je onderdeel van een groot gezamenlijk kunstwerk bent.’

'Ik heb een aanloop van vier jaar nodig voordat er iets gebeurt, dus dat is soms wel frustrerend.'

Michiel ten Horn

Verschilt jullie aanpak sterk per project? 
Ten Horn: ‘Dat valt wel mee. Mijn eerste speelfilm, De ontmaagding van Eva van End, was een absurdistische tragikomedie. De tweede, Aanmodderfakker, zou je een ironische romkom kunnen noemen. Dus dat waren soortgelijke films en qua aanpak was de filmmuziek ook niet wezenlijk anders.’
De Haan: ‘We hebben samen een horrorfilm voor kinderen gemaakt, als aflevering van de reeks Eng (2016). Dat was echt een genrefilm, met knipogen naar Hitchcock. Dus dat was wel anders dan de twee speelfilms van Michiel.’

Daar maakte je echt muziek die bedoeld was om de kijkers te laten bibberen van angst.
De Haan: ‘Ja, koper en strijkers. Dat was duidelijk geen popidioom.’

Jullie werken nu samen aan een nieuw project, de eerste Nederlandse Netflix-serie, Ares. Een horrorserie. Hoe is dat ?
Ten Horn: ‘Ja, ik regisseer die serie samen met Giancarlo Sánchez, een jonge regisseur die een Gouden Kalf won met zijn film Horizon. Het gaat over twee jonge mensen die lid worden van een geheime studentengenootschap. Maar we mogen van Netflix verder nog niks vertellen over de serie. Het project bevindt zich ook nog in een pril stadium, en we zijn nog maar net begonnen met de muziek.’
De Haan: ‘Ja, ik heb net de eerste 45 minuten muziek aangeleverd.’
Ten Horn: ‘En wat wel leuk is qua filmmuziek: we werken van begin af aan met componisten, dus niet met een tijdelijke score. Dat is fijn, want voor je weet heb je ergens tijdelijk muziek van beroemde filmmuziekcomponisten als Hans Zimmer of John Williams onder gelegd, en dan is iedereen er al aan gewend. Dat is vaak hoe het gaat. Dan kunnen mensen niet meer aan de echte muziek wennen als die eenmaal klaar is. En de film is al aan een testpubliek vertoond met die temp score. Pas dan gaat de montage "op slot" en gaat je componist aan de slag. Daarom gebeurt het vaak dat de componist met wie je werkt dan die temp score gaat namaken.’
De Haan: ‘Ja, en dat wil je als componist natuurlijk niet. Dat is ook killing voor de originaliteit van de soundtrack. Daarom is het fijn dat we dit hier anders kunnen doen, dus dat de makers met voorlopige muziek werken die ik en de andere componist zelf gemaakt hebben.’

Zijn jullie ook bevriend geraakt? 
De Haan: ‘Misschien wil jij die vraag beantwoorden, Michiel? Hahaha.’
Ten Horn (lachend): ‘Ja, we zijn zeker bevriend geraakt. We leven allebei voor ons werk, dus daar vinden we elkaar ook wel in. Maar los van werk hebben we ook op persoonlijk vlak een goede klik. We kijken wel op dezelfde manier naar veel dingen.’

Michiel, ben jij niet soms jaloers op Djurre, omdat hij altijd muziek kan maken terwijl jij jaren moet wachten op geld om weer een film te kunnen maken? 
Ten Horn: ‘Zeker, als ik hem op een podium zie staan, dat is zo direct. Dat is jaloersmakend. Je gaat zitten, je maakt muziek en er gebeurt iets met het publiek. Ik heb een aanloop van vier jaar nodig voordat er iets gebeurt, dus dat is soms wel frustrerend. Maar ik teken veel en soms maak ik een korte film.’
De Haan: ‘Ja, ik zou hier nu mijn gitaar kunnen pakken en gaan spelen. Maar een carrière als muzikant is natuurlijk ook niet zo makkelijk.’
Ten Horn: ‘En we kennen dezelfde worsteling: hoe je inhoudelijk en artistiek vernieuwend blijft, maar ook zakelijk de boel op orde hebt. Ook wat dat soort uitdagingen betreft kunnen we lief en leed met elkaar delen.’

Filmmuziekspecial Vrije geluiden

Michiel ten Horn en Djurre de Haan waren samen met twee andere koppels (regisseur Boudewijn Koole en componist Alex Simu, regisseur Ester Gould en componist Vincent van Warmerdam) te gast in de filmmuziekspecial van VPRO Vrije geluiden. Bekijk de special hier terug.