De kritiek van mindervalide acteurs schiet haar doel voorbij

Acteren onder de loep in Gus van Sants Don't Worry, He Won't Get Far on Foot

, Gerhard Busch

De nieuwe film van Gus Van Sant gaat over iemand in een rolstoel. Die wordt gespeeld door een valide acteur en daar is niet iedereen blij mee.

Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot is niet alleen de titel van de nieuwe film van Gus Van Sant, het is ook het onderschrift bij een van de cartoons van de Amerikaanse tekenaar John Callahan (1951-2010).

Op die tekening zien we een paar cowboys te paard stilstaan bij een lege rolstoel. Waarna de voorste cowboy fijntjes vaststelt: ‘Maak je geen zorgen, hij komt niet ver te voet.’

Van Callahan is ook de cartoon waarop een dertienjarige Martin Luther King bij zijn bed staat, op een vochtvlek wijst en tegen zijn boos kijkende moeder zegt: ‘I had a dream.’

Respectloze, op het randje van smakeloze humor was Callahans handelsmerk. De burgers van Portland herinneren zich hem ook nog van de gemotoriseerde rolstoel waarmee hij tot aan zijn dood door de straten van zijn woonplaats scheurde.

Regisseur Van Sant (Elephant, Good Will Hunting), die ook in Portland woont en Callahan persoonlijk kende, probeerde twintig jaar geleden al eens een biopic over zijn leven te maken. Acteur/komiek Robin Williams zou de hoofdrol spelen, maar het project kwam nooit van de grond.

Na Williams’ dood in 2014 werden de oude scenario’s nog eens afgestoft. Ze bleken te veel op Williams uitbundige acteerstijl geschreven, en besloten werd terug te keren naar Callahans autobiografie uit 1989, die ook al Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot heet. Daarin schrijft Callahan openhartig over zijn moeizame jeugd, zijn alcoholisme en het auto-ongeluk waardoor hij vrijwel volledig verlamd raakte en op 21-jarige leeftijd in een rolstoel belandde.

Deze keer kreeg Van Sant het project wel van de grond, en begin dit jaar ging zijn film op Sundance in première. Met in de hoofdrol alleskunner Joaquin Phoenix, die fantastisch is als de knorrige Callahan en hem speelt met een prettige mix van vastberaden hulpeloosheid en ontwapenende eigenwijsheid.

RJ Mitte (Breaking Bad), Peter Dinklage (Game of Thrones) en Marlee Matlin (Children of a Lesser God)

Rood haar

Maar niet iedereen was blij met Phoenix. Jay Ruderman van gehandicaptenorganisatie The Ruderman Family Foundation noemde het casten van Phoenix, een valide acteur, ‘beledigend voor de mindervalide gemeenschap’. Hij vond het de hoogste tijd ‘dat Hollywood mensen met een handicap gaat casten in dergelijke rollen.’

Ruderman staat niet alleen. Voor de (gehandicapte) filmjournalist Scott Jordan Harris is kijken naar Daniel Day-Lewis als de spastische voetschilder Christy Brown in My Left Foot hetzelfde als kijken naar Day-Lewis als Malcolm X. Harris stelt dat we het tegenwoordig terecht onverdraaglijk vinden om in oude films witte acteurs in niet-witte rollen te zien, en hoopt dat er een tijd komt ‘waarin het zien van valide acteurs als mindervalide personages even misplaatst voelt’. Dat klinkt misschien sympathiek, maar is onzinnig.

Ja, gehandicapte personages zijn ondervertegenwoordigd in films. Ongeveer twintig procent van de Amerikanen is mindervalide, en toch zien we ze in nog geen twee procent van de Hollywoodfilms terug. En ja, 95 procent van die mindervalide personages wordt gespeeld door valide acteurs. Die aantallen zullen – door de steeds algemener gedragen roep om inclusiviteit – in de toekomst vast en zeker veranderen. Maar voorschrijven dat alleen mindervalide acteurs mindervalide personages mogen spelen is onzinnig. Het reduceert het personage bovendien tot zijn handicap. Want moest regisseur Van Sant cartoontekenaar Callahan omwille van de authenticiteit nou laten spelen door iemand in een rolstoel, of moest ie, omdat Callahans alcoholisme in de film zo’n prominente rol speelt, eigenlijk op zoek naar een alcoholist in een rolstoel?

Callahan had trouwens ook nog rood haar, was pokdalig, en kon niet onaardig tekenen. En vind maar eens een ex-alcoholist in een rolstoel, met rood haar, die pokdalig is en niet onaardig kan tekenen. Daar was er maar één van, en die overleed in 2010.

Oscar

Gelukkig zijn er mensen in staat net te doen alsof ze iemand anders zijn en kunnen ze ons dat ook nog laten geloven. Dat zijn acteurs. Als je als regisseur de allerbeste kan krijgen, kies je die. Of die nou in een rolstoel zit of niet.

Het is mindervalide acteurs natuurlijk te gunnen dat Hollywood ze in de toekomst meer mogelijkheden biedt om hun acteertalent te laten zien. Al voorspel ik dat ze vanwege hun handicap niet snel een Oscar zullen winnen. En dat terwijl het spelen van mindervalide personages de kans op een beeldje juist aantoonbaar vergroot. Van de 59 valide acteurs die ooit werden genomineerd voor het spelen van mindervalide personages won bijna de helft (!) een Oscar. Maar stel, zo’n personage wordt gespeeld door iemand met dezelfde handicap, dan zou niemand meer kunnen denken hoe knap het is dat de acteur net doet alsof hij alleen controle heeft over zijn linkervoet (My Left Foot), autistisch is (Rain Man), of als heeft (The Theory of Everything). Dan speelt zo’n acteur gewoon zichzelf. Wat natuurlijk ook onzin is. Want acteren blijft acteren.

Het is dan ook veel beter voor acteurs als Peter Dinklage (dwerggroei), Marlee Matlin (doof), Breaking Bad’s RJ Mitte (spastisch) en alle andere mindervalide acteurs in de toekomst dat er niet gekeken wordt naar het al dan niet authentiek uitbeelden van een handicap, maar dat ze uitsluitend beoordeeld worden op de geloofwaardigheid en overtuigingskracht van de rollen die ze vertolken.

advertentie