Het voor een Oscar genomineerde Franse banlieuedrama Les misérables werd gemaakt door Ladj Ly, die zelf opgroeide in een achterstandswijk.

Het is 27 oktober 2005. Een tiental jongeren in de Parijse achterstandswijk Clichy-sous-Bois heeft net een potje voetbal gespeeld en is op weg naar huis voor het avondeten. Dan zien de jongens een politiecontrole. Omdat die controles meestal uitmonden in een bezoekje aan het politiebureau en lange ondervragingen zetten de jongens het op een lopen. Drie van hen – Zyed Benna (15), Bouna Traoré (17) en Muhittin Altun (17) – verschuilen zich in een transformatorhuisje, waar ze worden geëlektrocuteerd. Alleen Altun overleeft de schokken.

Wanneer de bewoners van Clichy-sous-Bois dit horen, slaat de vlam in de pan en breken er rellen uit. De latere Franse president Nicolas Sarkozy, dan nog minister van Binnenlandse Zaken, gooit vervolgens olie op het vuur met zijn uitspraak: ‘Hebt u genoeg van dit uitschot? Wij gaan u ervan verlossen!’ En hij belooft het Franse volk vervolgens dat hij de probleemwijken ‘met een hogedrukreiniger’ zal schoonspuiten.

De rellen slaan eerst over naar het nabijgelegen Montfermeil, dan naar andere Parijse banlieues en tenslotte naar verschillende grote steden in Frankrijk. De noodtoestand wordt uitgeroepen en pas drie weken later dooft de opstand uit. Het eindresultaat: drie doden, 2888 arrestaties en bijna 9000 uitgebrande auto’s.

Still uit Les misérables (2019)

Politiegeweld

Terwijl buurtgenoten tijdens de rellen met molotovcocktails of stenen gooien, schiet de Franse guerrillajournalist Ladj Ly (1980) beelden. Dat doet hij al sinds zijn zeventiende, toen hij van zijn spaargeld een filmcamera kocht.

Ly, zoon van Malinese ouders, groeit op in de immigrantenwijk Montfermeil en maakt de beelden vooral om zichzelf en zijn medebewoners te beschermen tegen politiegeweld. Zijn camera is zijn wapen. Beroemd is de foto die landgenoot JR van hem maakte: Ly kijkt recht in de lens en richt zijn filmcamera als een geweer op de fotograaf.

Ly wordt een lokale beroemdheid en tijdens de rellen kloppen media uit de hele wereld bij hem aan en vragen of ze zijn beelden mogen kopen. Het is dat een vriend hem vertelt dat hij die beelden beter zelf kan gebruiken om er een documentaire mee te maken, want anders was Ly misschien wel nooit filmmaker geworden. In 2007 presenteert hij zijn eerste film, de documentaire 365 jours à Clichy-Montfermeil. In de jaren daarop volgen nog een handvol korte films en vorig jaar verscheen dan eindelijk zijn eerste speelfilm, Les misérables.

Ladj Ly op de set van Les misérables

Leeuwenwelp

In deze harde en confronterende film volgen we een drietal agenten bij hun patrouilles door Montfermeil. Samen met nieuwkomer Stéphane, die is overgekomen uit de provincie, zien we hoe oudgedienden Chris en Gwada proberen de rust in de probleemwijk te bewaren. Vergeefs natuurlijk, want de onderhuidse spanningen – aangewakkerd door armoede, uitzichtloosheid en hun eigen brute optreden – zijn zo hoog opgelopen dat er maar iets hoeft te gebeuren en de boel ontploft.

Dat gebeurt wanneer een leeuwenwelp wordt gestolen uit een circus en de eigenaars door de wijk bulldozeren op zoek naar de daders. De drie agenten gaan ook op zoek en stuiten op een handjevol jongens die aan de beschrijving voldoen. Wanneer die het vervolgens op een lopen zetten, wordt te snel een rubberkogel afgevuurd, die een van hen, Issa, raakt. Normaal gesproken zou dat met een sisser zijn afgelopen, omdat het Issa’s woord is tegen dat van de politie. Maar een andere jongen, Buzz (niet toevallig gespeeld door Ly’s zoon Al-Hassan), heeft alles met een drone opgenomen. Omdat videobewijs moeilijk te ontkennen is, gaan de agenten vervolgens wanhopig op zoek naar de belastende opnamen.

De kracht van Les misérables is dat het ondanks dit gegeven geen zwart-witverhaal is geworden. Omdat Ly de drie agenten volgt, wordt ook hun kant van het verhaal getoond. Voor de regisseur zijn namelijk niet alleen de bewoners van Montfermeil, maar ook de agenten die daar moeten werken ‘de ellendigen’ uit de titel. Ze zijn allemaal pionnen in een probleem dat alleen de politiek kan oplossen.

Ly vermijdt de clichés in het genre, dus geen rapmuziek, snelle auto’s of drugs. De werkelijkheid in de probleemwijken is hard genoeg.

Persoonlijke ervaringen

Hoewel in de film echo’s van Matthieu Kassovitz’ beroemde banlieuefilm La haine (1995) doorklinken, en Les misérables soms ook doet denken aan Spike Lee’s Do the Right Thing en Antoine Fuqua’s Training Day, koos Ly ervoor om de clichés van het genre zoveel mogelijk te vermijden. In zijn film dus geen rapmuziek, snelle auto’s of drugs. De werkelijkheid in de probleemwijken is immers al hard genoeg.

En het is een werkelijkheid die de regisseur zelf goed kent. Als tienjarige werd hij eens na een potje voetbal door de politie opgepakt en stevig ondervraagd. Later zou hij over die gebeurtenis zeggen: ‘Ik begreep er niets van, daar was ik nog te jong voor, maar het heeft wel diepe indruk op me gemaakt.’

Het zijn persoonlijke ervaringen als deze die voelbaar zijn in de film, zodat die extra hard binnenkomt. Blijkbaar ook bij de Franse president Macron, die Les misérables roemde vanwege zijn echtheid, en bij de Oscarjury, die hem nomineerde voor Beste buitenlandse film. Inmiddels weten we dat Ly die Oscar niet gewonnen heeft (geen wonder, hij moest het opnemen tegen Bong Joon-ho’s Parasite), maar het simpele feit dat Ly – een van de nieuwe kinderen van la République – genomineerd was, is al een succesverhaal.

Les misérables draait vanaf 20 februari in de bioscoop