'Twee vluchtelingen uit China heb ik gevonden in Mongolië. Eentje wilde niet herkenbaar in beeld, wat heel begrijpelijk is, want daarmee brengt zo iemand niet alleen zichzelf in gevaar, maar ook zijn familie in China. Zelfs Mongoolse staatsburgers zijn niet veilig: ik sprak een man wiens broer tien jaar cel had gekregen omdat hij had geprotesteerd tegen de manier waarop China zijn Mongoolse burgers behandelt.'
'Maar de ander koos er wel voor om voor de camera te komen. Die vonden we echt op het laatste moment. Die man rijdt rond met een vrachtwagentje waarmee hij schapendarmen vervoert, met 8964 erop. Dat zit ook in het nummerbord. Het verwijst naar de datum, 4 juni 1989, waarop de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing werd neergeslagen. Met de schapendarmen maakt hij worst, en het geld dat hij daarmee verdient, wil hij gebruiken om een taalschool op te richten, zodat de Mongoolse taal niet verdwijnt.'