10 tips voor Dutch Design Week 2019

, Cecile Elffers, Daan Kuys en Jonathan Maas

Het aanbod op Dutch Design Week 2019 is overweldigend, maar dankzij deze aanraders zie je de bomen door het designbos. Dit zijn de tien toptips van de VPRO, inclusief bonustip!

tip 1

The Object Is Absent

Dutch Design Week onderscheidt zich in de internationale designwereld doordat het er niet zozeer draait om mooie en dure spullen, maar om mogelijke oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Artspace MU gaat dit jaar een stapje verder en wil helemaal van spullen af, met de expo The Object Is Absent. ‘Als we hier als ontwerper ons eigen vak om zeep helpen: prima!’ zegt co-curator Tom Loois. Right. Maar hij heeft een punt: er zijn immers wel genoeg spullen op de wereld.

Hoe ziet dat eruit, een expositie zonder spullen? Verwacht hier een onderzoekende tentoonstelling die met humor anders denken prikkelt; met veel performance en publieksparticipatie. Leuk dus als je naast kijken ook iets wilt doen op de DDW.

Wat gaan we doen met onze tijd en met ons lijf als we niet meer bezig zijn met spullen verzamelen? Gaan we meer bewegen, en dus ook meer zweten? Govert Flint staat zich suf te zweten terwijl hij over een loopband rent. Hoe zit je zonder stoel? Onze westerse lichamen zijn niet geëquipeerd op een Asian squat, dus krijg je op de tentoonstelling een soort bootcamp om je bovenbeenspieren te trainen (Auto Sêgo heet dit werk). Noud Sleumer – behalve hier bij MU trouwens ook bij Geo-Design in het Van Abbemuseum te zien – ‘ontmaakt’ spullen door broodroosters en transistorradiootjes uit elkaar te halen. Er is verder een winkel waar handelingen in plaats van spullen wordt verkocht, en waar je les krijgt in hoe je een sinaasappel met je vuist perst. Ook is er een audiokeuken, met de geluiden uit een keuken – zonder de daadwerkelijke fysieke keuken.

Leuk, maar met geluid bak je geen appeltaart. Is niet erg, deze tentoonstelling is vooral een nogal meta, tongue in cheek commentaar op de designwereld. Met zelfs een eigen ballad waarin ontwerpers zingend afscheid nemen van het maken van spullen (en die het publiek mee mag zingen) – met meer pathos dan Elton John en Celine Dion bij elkaar, waarbij het glazuur spontaan van je tanden spat.

Auto Sêgo van Lucas Maassen, Alvin Arthur, Marie Caye en Dorota Gazy

tip 2

Atelier NL – Stormhout/WildHout

Net buiten al het designgeweld van het Eindhovense centrum, staat een bijzonder kerkje in een verder rustige woonwijk. Daarin huist Atelier NL, en toegegeven, de expositie Stormhout/Wildhout heeft iets religieus. De zware storm van 18 januari 2018 was aanleiding voor ontwerper Lonny van Rijswijck om in de wereld van hout te duiken. Moeten we niet veel bewuster met onze Nederlandse bossen, en wat je ermee kunt doen, omgaan?

In samenwerking met Bosgroep Zuid-Brabant plantte Atelier NL een compleet modelbos in de grote kerkzaal. Baan je een weg over nauwe paadjes langs dennen, kastanjes, rozen, vlieren, berken, populieren, eiken, appelbomen, kersen en wat niet al. God mag het gebouw misschien verlaten hebben, de bomen maken je opnieuw onderdeel van een groter plan. Want wat is nu eigenlijk de zin van al die Nederlandse bossen? Vinden we duurzaam eten belangrijk, dan moeten we inzetten op voedselbos. Maar vinden we het woningtekort dringender, dan planten we beter veel meer productiebos. U vraagt, wij draaien, is het motto van de Bosgroep.

Wat je vervolgens met al dat hout kunt doen, zie je in de studio naast de kerkzaal. Om ook kleine bomen te kunnen benutten voor houtproductie, ontwierp Atelier NL een estafette-stok: een modulair basisblokje waarmee ontwerpers, architecten en andere bouwers hun creaties kunnen opbouwen, en weer doorgeven als ze hun langste tijd gehad hebben.

Tot slot bouwde ontwerper Tom van Duuren een volledig duurzaam mobiel houten huis, dat tijdens de Dutch Design Week geparkeerd staat pal voor de kerk. Voor 60 euro per nacht slaap je in dit huis van de toekomst.

Het modelbos in Atelier NL

Het duurzame houten huis van Tom van Duuren, waar je kunt logeren

tip 3

Ketelhuisplein

Met onze bossen kunnen we veel bouwen, weten we na een bezoek aan Atelier NL. Maar hoe grootschalig dan precies? Best wel grootschalig, zo laat een wandeling op het Ketelhuisplein zien. Architect Marco Vermeulen zette daar zijn kamp op, en niet zo’n kleintje ook. Twintig meter hoge populieren – nog preciezer: de gekapte populieren langs de A2 – vormen het fundament waarop een groot platform van laminaathout rust. Vanaf die hoogte kijk je nog steeds op tegen de hoge industrie-gebouwen eromheen, gemaakt van staal en beton, maar de inhaalrace is begonnen.

Met het zogenoemde Biobasecamp, dat in no-time overeind stond, laat Vermeulen zien dat je met hout sneller en efficiënter kan bouwen dan met staal en beton. Het gebruikte CLT-hout, dat staat voor cross laminated timber, of kruislaaghout in goed Nederlands, komt in grote blokken uit de fabriek, waarna je er gemakkelijk de juiste vorm uit kan boetseren. Bovendien slaat hout ook nog eens CO2 op, en je zet een woning zo neer op de plaats van bestemming, dus geen af- en aanvoer van stinkende vrachtwagens. Van het recente stikstofbesluit zullen houtbouwers dus niet wakker liggen.

Pal naast het Biobasecamp staat het Growing Pavilion van ontwerper en theatermaker Lucas de Man. De Man hield het niet bij hout, maar onderzocht talloze reststromen om te kijken welke biomaterialen allemaal geschikt zijn voor een duurzame manier van bouwen. Dat leverde onder andere een dak van katoen op, vloeren van lisdodde (de waterplant die vaak bij rivieroevers groeit) en last but not least: gevels van mycelium. Deze schimmel uit China lijkt een doorbraak te beleven als bouwmateriaal. Het groeit razendsnel in een mal naar keuze, en het netwerk van verweefde witte draden maakt het een oersterk maar ook poëtisch bouwmateriaal.

Ben je na het paviljoen nog niet uitgekeken op dit veelbelovende mycelium, ga dan ook eens kijken bij de expositie Interlink, in het Klokgebouw naast het Ketelhuisplein. Daar deed ontwerper Bob Hendrikx een uitgebreide materiaalstudie naar de schimmel.

Biobasecamp van Marco Vermeulen

Growing Pavilion van Lucas de Man

tip 4

New Order of Fashion

De Modebelofte, het jaarlijks terugkerende platform op DDW voor internationaal modetalent, heeft een nieuwe naam: New Order of Fashion. Die titel past goed bij de nieuwe generatie modeontwerpers, want meer dan ooit hebben deze designers het compleet gehad met de modeindustrie. Hun woede over de verspilling en de uitbuiting die samengaan met fast fashion uit zich in originele ideeën. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse Esra Copur, die met haar kledingrekkleding (zie foto) een statement maakt over het voortdurend opnieuw kopen van wat je eigenlijk allang hebt.

Het extreemste ‘ontwerp’ is dat van de Deense Laura Krarup Frandsen: onder het motto #boycotfashion stelt zij een ijzeren afvalkar tentoon vol zakken afgedankte kleding, omdat zij weigert nog kleren te produceren. Natuurlijk zijn er stiekem toch ook nog mooie kleren te zien op deze rebelse expositie, die de veelzeggende titel The End Is Near ­– Time For New Beginnings draagt. Zo maakte de Britse Cecily Ophelia prachtige outfits in samenwerking met Oegandese collega’s, die traditionele textieltechnieken inbrachten.

Hilarisch is Made in Shanghai van de Finse Julia Montin, gemaakt van goedkope kerstversiersels. Weer een statement, natuurlijk, maar hoe mooi zou het zijn om in deze uitzinnige jurk de eerstvolgende kerstborrel te betreden?

Esra Copurs kledingrekkleding

Links Julia Montins kerstjurk, rechts Laura Krarup Frandsens afvalkar

tip 5

Geo-Design – Junk

Dat we met z’n allen van onze aarde een ongelofelijke puinzooi hebben gemaakt (en nog steeds maken!) is wel tot iedereen zijn hersens doorgedrongen, en een bewust levende groep mensen vindt ook dat we daar mee moeten kappen. Maar het is ook handig eerst even deze tentoonstelling te bezoeken, want als wij massaal stoppen met afval produceren heeft dat ook negatieve neveneffecten. Die cyclus van troep creëren is namelijk een mega-economisch systeem waar tal van andere systemen aan vast hangen. De een zijn troep is de ander zijn brood – in veel landen leven mensen van de schroot die het Westen elders dumpt, om maar iets te noemen.

Dat netwerk van systemen wordt in kaart gebracht door 18 alumni van de Design Academy in de Geo-Design-tentoonstelling Junk, te zien in het Van Abbemuseum en ook in winkels in het centrum zoals de Hema en Sissy-Boy. Geo-Design is een platform binnen de academie, of denktank zo u wilt, waarbinnen designers complexe maatschappelijke en geopolitieke vraagstukken onderzoeken en verbeelden. Zo brengt Noud Sleumer via satellietbeelden en ansichtkaarten in beeld waar elektronisch afval wordt gedumpt en hoe daar lokale economieën ontstaan. Handhaaf je internationale wetgeving die landen verbiedt om elders dit soort afval te dumpen, dan help je daar mensen hun bestaan om zeep – cynisch maar waar. En wist je dat de Malediven een kunstmatig trash-eiland is, een grote vuilnisbelt waar wit zand overheen gespoten wordt voor honeymoonreisjes? En zo komt Sleumer na intensieve research met nog meer voorbeelden die laten zien hoe genuanceerd je eigenlijk naar het probleem ‘junk’ moet kijken. En hoe complex het is.

Vorig jaar liet Geo-Design ons in het Van Abbe het megalomane netwerk van internetbedrijf Ali Baba zien, dit jaar vind je daar dus weer een kritische must-see-tentoonstelling van de Design Academy.

Noud Sleumers werk

Lotte de Haans werk over de kledingstroom naar Zambia

tip 6

Graduation Show

De Graduation Show van de Design Academy is ieder jaar een onbetwist hoogtepunt. Na al het afstudeerwerk van deze designtalenten te hebben gezien verlaat je de ruimte met het gevoel: het komt wel goed met de wereld, als die in de handen ligt van deze idealistische jonge mensen, die ons andere kanten op laten denken of die met verbluffende nieuwe oplossingen komen.

Wat ons in het algemeen opvalt is dat er dit jaar veel ontwerpers bezig zijn met het tracken van emoties en dat gekoppeld aan algoritmes (Ivy Go en Laura Chapman). Een enigszins griezelige technologische ontwikkeling, waarbij het belangrijk is dat we ons daar kritisch toe gaan verhouden: wat vinden we en willen we van deze ontwikkeling?

Twee andere wat ons betreft sterke projecten:
Irakli Sabekia komt uit Georgië, waar de Russen overnight land annexeren en waar je dus op een ochtend wakker kunt worden en je ineens Rus in plaats van Georgiër bent – en je je familie niet meer kan zien. De Russen maken vervolgens oude Georgische dorpen met de grond gelijk. Irakli Sabekia (ook in de eerste uitzending van VPRO’s De toekomstbouwers te zien) heeft een stuk prikkeldraad tot antenne gemaakt. Een apparaatje dat morsecode uitzendt, geeft de lengte- en breedtegraden aan van de verdwenen dorpen en met oude satellietbeelden haalt Sabekia de oude beelden van de dorpen weer terug. Het hekwerk dat mensen scheidt wordt in deze poëtische installatie communicatiemiddel – een indrukwekkend werk. 

Does North Korea have internet?, vraagt de Zuid-Koreaanse June Park in haar gelijknamige afstudeerproject. Van Noord-Korea weten we weinig, en dit gat in onze kennis maakt dat internationale media het land graag afschilderen volgens hun eigen vooroordelen, zo stelt Park. Via een video-installatie toont ze de medialogica van verschillende nieuwsplatformen over de hele wereld. Een beeld van een Noord-Koreaanse schoolklas werd door Amerikaanse media gebruikt om te laten zien hoe gevaarlijk en high-tech Noord-Korea is geworden. Maar Park zoomde in op de schermen van de jongens: de Noord-Koreanen bleken een lesje Powerpoint te krijgen.  

Het werk van Irakli Sabekia

tip 7

Bart Hess – Reveries

Met zijn onconventionele kijk op het menselijk lichaam trekt Bart Hess internationaal de aandacht, zo maakte hij de beroemde slijmjurk voor Lady Gaga. Zijn eigenzinnige werk beslaat mode, maar ook performance, dans, film en fotografie. Dit jaar dompelt hij je op DDW via een VR-bril onder in de 360-gradenfilm Reveries. Deze maakte hij op basis van een lijvig trendrapport voor Première Vision, een chique textielbeurs in Parijs.

Maar dat kun je verder vergeten; Reveries is een meeslepend kunstwerk op zich. Je zet de VR-bril op en meteen zit je in een bos, omringd door objecten waar dansers uitkomen. Ze omsingelen je, wat even gaaf als intimiderend is. Tijdens de zes minuten durende film, met hypnotiserende muziek van Wouter de Belder, verandert het mooie natuurlandschap steeds opnieuw, waarna de dansers in weer nieuwe bizarre outfits om je heen in actie komen.

Je komt ogen tekort bij Reveries, maar gelukkig zit je op een draaistoel zodat je ook wat achter je gebeurt kunt blijven checken. De natuur – op DDW 2019 sowieso een grote inspiratiebron c.q. antwoord op alles – is de verbindende factor: danseres Chanel Vyent wordt een boommens in een schorsachtig pak, even daarvoor was haar collega Inez Wolter in het felrood als een soort zwevend embryootje te zien. Als zij later bij een meertje danst met Brecht Bovijn, verandert het duo via beeldbewerking in rondzwevende slierten.

Als je je afvraagt of je wel echt in de rij moet gaan staan voor het bemachtigen van een van die vijf VR-brillen: het antwoord is ja. Reveries is een beeldschone, vervreemdende en mysterieuze trip, die je niet wilt missen op DDW.

Chanel Vyent in de 360-gradenfilm 'Reveries'

tip 8

Sectie-C

Design kan ook gezellig zijn, zo bewijst het voormalig fabrieksterrein Sectie-C ieder jaar op DDW. Meer dan 180 ondernemers, ambachtslieden en kunstenaars stellen hier hun atelier open, met, tussen de lekker rommelige fabriekshallen in, foodtrucks en vuurtjes tegen de oktoberkou.

Behalve open ateliers zijn er ook speciale exposities, zoals in Galerie KRL Stilled Life van het ontwerperskoppel Rive Roshan. Het stel inspireerde hun hippe tapijten, stoelen en vazen op hun nieuwe uitzicht aan het IJ in Amsterdam. Bezoekers moeten hun schoenen uitdoen om even rustig tot zichzelf te komen. Dat lukt het beste bij de installatie achterin, waar je door drie verschillende openingen naar een mooi lichtkunstwerk kunt kijken, geprojecteerd achter een vloer met weerspiegelend water.

Natuur en verstilling zijn een terugkerend thema op DDW dit jaar. Zelfs animator Niels Hoebers – meestal vertegenwoordigd met drukke, grappige projecten vol publieksparticipatie – heeft opeens een natuurobsessie: al meer dan een jaar plukt hij elke week een mini-veldboeketje dat hij voor zijn camera laat verwelken. ‘Ik heb nog geen idee wat dit wordt, maar ik moet ermee doorgaan,’ aldus Hoebers, die ook een paar mooie ‘bewegende stillevens’ tentoonstelt van eerdere animatiedecors.

Wie zelf droomt van zich in de natuur terugtrekken in een tiny house, kan op Sectie-C ook zijn lol op. De ontwerpers van Fiction Factory hebben een wikkelmachine op het terrein staan waar elke dag een Wikkelhouse vanaf rolt: een modulair huisje met muren van 24 lagen karton, overtrokken met hout en met een glazen voorkant. Je krijgt meteen zin om je terug te trekken op de hei. En dan hebben we het nog niet eens gehad over The Robin Who Wondered If He Was A Nightingale van Jelle Mastenbroek: een mini-bos met mechanische vogeltjes, die gaan zingen op basis van de gegevens op jouw ID-kaart, paspoort of OV-chip. Want ja: leuk en aardig die natuur, het moet wel een beetje next level blijven allemaal.

De toekomstbouwers, het tv-programma over DDW van de VPRO, wordt dit jaar trouwens ook op Sectie-C opgenomen, in het atelier van Collaboration O. Wil je de opnames  bijwonen (zondag, dinsdag of donderdag), meld je dan hier aan.

The Robin Who Wondered If He Was A Nightingale van Jelle Mastenbroek

Stilled Life van Rive Roshan

tip 9

We Are Societal Impact

Vraag niet wat wij voor design kunnen betekenen, maar wat design voor ons mensen kan doen, zo moet ontwerperscollectief Foundation We Are gedacht hebben toen zij de expo We Are Societal Impact ontwikkelden. De rode draad in hun werk is hoe systemen in onze samenleving, met die gedachte in het achterhoofd, het beste opnieuw vormgegeven kunnen worden. We Are werd opgericht door Bernhard Lenger, een van de hoofdgasten in het VPRO-programma De toekomstbouwers.

In samenwerking met Fontys Hogeschool ontwierp het collectief blauw verlichte huisjes, waar bezoekers een-op-een een gesprek kunnen hebben met een algoritme. De algoritmes vragen je om advies bij ethische dilemma’s, die zij tegenkomen wanneer ze hun werk doen om mensen te assisteren. Op welk gedrag moeten we surveillancecamera’s op het Stratumseind bijvoorbeeld afstellen – wanneer betekent een wilde beweging dat er wordt gedanst, en wanneer dat er wordt geknokt?

Verder ontwierp Foundation We Are een maquette van het Europese Parlement, met op elke stoel een brief gericht aan het desbetreffende parlementslid. De boodschap? Nu het Verenigd Koninkrijk ons gaat verlaten en voorlopig niet meer terugkomt, is het aan de verse 750 parlementsleden om een nieuwe, toekomstbestendige Europese Unie te ontwerpen. Wees je bewust van de kracht van design, wil Lenger maar zeggen – en succes ermee! Bezoekers kunnen doneren door een postzegel te kopen en de brief op de bus te doen.

Lees hier ook het VPRO Gids-interview met Bernhard Lenger van Foundation We Are.

Het Moral Lab van Bernhard Lenger, waar je ethische dilemma's moet oplossen

tip 10

Is het normaal dat? Design Diner

Het social design-duo Joes + Manon storten zich op deze DDW op seksualiteit en serveren een viergangenbelevingsdiner waarbij seksuele aannames ‘tot moes worden geprakt’ onder de noemer Is het normaal dat?. Wij kregen aan de vooravond van het festival bij een try-out een voorproefje, en wij, dat zijn de twee mannen van dit schrijverscomité: Jonathan en Daan.

We komen binnen door de ‘schaamtegang’ en krijgen daar door een anoniem stel handen dat uit een soort gloryhole steekt een slabber aangemeten. In het restaurant mogen we aan de bar een drankje bestellen, maar niet zonder consequenties: wil je als man een glas wijn in plaats van bier, dan moet je wel eerst een genderwissel kopen en van een hij een zij worden, want vrouwen drinken wijn en mannen bier. Een beetje onthutst en ontmannelijkt, maar wel met het drankje dat we willen, gaan we aan tafel. Manon neemt de microfoon en vertelt ons over lichaamssappen: bloed, sperma, urine. Vervolgens krijgen we brood met fertility fluids op tafel: vloeistoffen geserveerd in injectiespuitjes in de kleuren wit, geel en rood. Leuk dat het olijfmayonaise is, onze associaties gaan na dat verhaal van Manon een andere kant op...

Ons hoofdgerecht is een spicy jackfruitroll (lekker) geserveerd op een penisplank (if size matters: hij mag er wezen). Als bijgerecht een vulvasalade, waar we licht kritisch over zijn (beetje laffe vulva). Verder glijdt door ons keeltje een niet te versmaden cocktail met ingrediënten die oxytocine aanmaken: het knuffelhormoon. En bij het nagerecht met pepers (best lekker, met dadels en vijgen, maar de pepers proeven we niet echt) komt er een soort quiz waarbij we moeten raden hoeveel vrouwen klaarkomen in een hetero- dan wel in een lesbische relatie, of als zij met zichzelf aan de gang gaan.

Ons eindoordeel: een prikkelend diner dat leuke discussies losmaakt, lekker is en waarbij je je af en toe wat ongemakkelijk voelt. Er zijn voor de zaterdag en de zondag nog plekken beschikbaar.

De vulvasalade dient men te eten met een chirurgenmesje

Brood met 'fertility fluids'

bonustip

Office Jungle

Dit is het moment waarop je je schoenen en je sokken uit mag doen om te gaan klauteren als een aap. Zitten is het nieuwe roken, daar worden we alweer een paar jaar voor gewaarschuwd, en we zitten ons dood in oersaaie kantoorruimtes. Op een stoel, achter een bureau. Niet goed, ons lijf wil bewegen; Ingmar Nieuweboer voorop, en dus heeft hij een experimentele kantoorruimte gemaakt, te zien in het Klokgebouw, van aan elkaar geknoopte blokjes hout, met springveren bevestigt waardoor het geheel wiebelt en bouncet. Je kunt erin, je kunt erop, de blokjes hout masseren je blote voeten en als je er languit in ligt masseren ze al je spieren. De kouwelijk aangelegde schrijver van dit stukje werd er meteen fijn warm van en voelde zich na het beklimmen en ervaren van de installatie meteen een stuk beter en opgewekter. Heilzaam voor lijf en leden dus. We zien er nog niet het totale alternatief voor de huidige kantoorruimte in (de hele dag met je laptop liggend in zo’n bouncend ding: nah), maar het zou additioneel zeer welkom zijn, om niet de hele dag te vegeteren in je bureaustoel. Nieuweboer is zelf overigens al helemaal om: hij heeft thuis geen stoelen of bank meer en in zijn studio klimt, klautert en bouncet hij dat het een aard heeft. 

Ingmar Nieuweboer in zijn Office Jungle