Met het 25e jubileum van Amsterdam Pride voor de deur, blikken we terug op de successen die de voorvechters van LHBTQIA+-rechten hebben behaald en kijken vooruit naar wat er nog te doen is. En daar is iederéén bij betrokken.

‘Want Holland is het mekka van de homoseksuelen,’ zongen LHBT-activisten in 1971. Nederland was inderdaad een voorloper op het gebied van LHBT-rechten. In 1969 vond, zelfs nog vóór de Stonewall-rellen in Amerika datzelfde jaar, de eerste Nederlandse demonstratie voor LHBT-rechten plaats. In 1996 werd voor het eerst de Amsterdam Gay Pride georganiseerd. En dit was eigenlijk nog maar het startsein voor de strijd naar gelijkheid. In de openingsscène van De roze revolutie zie je in vogelvlucht de weg die vanaf 1969 is afgelegd door activisten, van de eerste protesten tot de nieuwe generatie voorvechters van de strijd om te kunnen zijn wie je bent.

Ja, er is veel veranderd. De groep die eerder bekend stond als de LHBT-community, heeft zijn lettersoep inmiddels uitgebreid naar LHBTQQIP2SA (lees hier meer over de betekenissen van alle letters). En sinds 2017 is de naam Gay Pride veranderd naar Pride, omdat de viering allang niet meer alleen voor homoseksuelen is – hiermee wil de organisatie uitstralen dat zij zich richten op diversiteit en vrijheid in de breedste zin van het woord.

Het gaat bij de Pride niet alleen om het vrij mogen zijn in je seksuele geaardheid, maar bijvoorbeeld ook genderidentiteit, huidskleur en sociaal-culturele achtergrond. Die bredere blik heeft ook veel internationale LHBTQIA+’ers naar Nederland gebracht. Luister in het volgende fragment uit De roze revolutie naar het verhaal van onder meer Nancy uit Libanon, die uit haar thuisland is gevlucht omdat de wet haar daar als trans vrouw niet beschermde.

diversiteit en vrijheid

Die brede oriëntatie op diversiteit en vrijheid is terug te zien in de verschillende thema’s die de Pride door de jaren heen heeft gehad: in 2007 voeren er bijvoorbeeld voor het eerst boten mee voor hetero’s, verstandelijk gehandicapten en Amsterdamse ambtenaren. In 2015 werd er aandacht gevraagd voor vluchtelingen en daklozen. En in 2018 draaide het hoofdthema om mensenrechten van over de hele wereld. Zo gaat de Pride dus eigenlijk een beetje over ons allemaal.

Maar zoals Larry en Nancy in het fragment hierboven aankaarten: we zijn er nog niet. Nancy is fysiek twee keer belaagd in het jaar dat ze hier woont en Larry durfde pas na vier jaar aan zijn beste vrienden in Nederland te vertellen dat hij homo is.

Waar Nederland eerst nog koploper was in LHBT-emancipatie, staan we intussen op nummer twaalf van Europa in hoe ver we zijn qua LHBTQIA+-rechten. En in deze verzameling van kennisinstituut Movisie kun je onder meer lezen met welke negatieve reacties en met wat voor geweld LHBTQIA+-personen nog steeds in aanraking komen in Nederland. Wat kunnen we doen om Nederland weer een ‘Mekka voor LHBTQIA+’ te laten worden?

'Ook binnen de community laten we elkaar soms shit voelen’

Het thema van de Pride dit jaar is TAKE PRIDE in us. Dat is een oproep naar iedereen om trots te zijn én trots uit te dragen. En dat is ook nog binnen de LHBTQIA+-community nodig, schrijft directeur Lucien Spee de Castillo Ruiz: ‘Onze community wordt veelal gedomineerd door witte homomannen, die vaak als de "bevoorrechte groep" worden omschreven. […]  Met het thema roepen we ook op steun te geven aan hen die achterop zijn geraakt op de route naar gelijkheid en inclusiviteit.'

In de documentaire Acting Straight onderzoeken Tofik Dibi en Willem Timmers mannelijkheid in de gayscene. Ze komen erachter dat 'de ultieme homo' mannelijk en gespierd zou moeten zijn. 'Waar ik me voor schaam in de gayscene, is dat we elkaar heel erg naar beneden kunnen halen,' vertelt Giany Kraan over het heersende beeld en hoe daarmee omgegaan wordt. 'Kattig kunnen zijn tegen elkaar. Elkaar gewoon shit kunnen laten voelen. Doordat je heel vrouwelijk bent, of zwart bent, of Aziatisch… En dat wordt dan verpakt in een grapje, maar dat is niet grappig. Dat is gewoon heel kut.'

Ook in De roze revolutie blijft dit thema niet onbesproken. Dino Suhonic, oprichter van een platform voor Queer moslims – Stichting Maruf – zegt daarin: 'Veel witte Nederlandse homoseksuelen en lesbiennes hebben tegen mij gezegd dat we er al zijn. En dan denk ik bij mezelf: er is nog zo veel meer te doen. Voor intersekse mensen, voor trans mensen, voor gelovige LHBT’ers, LHBT’ers van kleur. Hele grote groepen, die eigenlijk niet meegaan met het succesverhaal van een bepaald deel van de beweging.'

werk aan de winkel

Dit jaar ging de ‘Super Straight-beweging’ viraal op voornamelijk TikTok. Waarbij een zogenaamde ‘nieuwe seksualiteit’ werd bedacht waarbij iemand alleen wil daten met iemand van het andere geslacht. Er werd zelfs een eigen vlag en logo ontworpen. De trend kwam van een aantal heteroseksuele cisgenders (iemand met een voorkeur voor de andere sekse en waarbij de genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht - ook wel de ‘cishet’), als een soort tegenreactie op de LHBTQIA+-beweging. Lees hier een artikel van Brandpunt+ over Super Straight en oordeel zelf.

Hetero's vormen nog steeds de grootste groep van onze samenleving. Uit dezelfde verzameling van Movisie waar we eerder naar verwezen, komt naar voren dat een op de vijftien personen in Nederland LHBT is. Cishets zijn dus nog altijd een belangrijk aanspreekpunt in de weg naar acceptatie en emancipatie.

Deze zomer richt het thema van de Pride zich ook nadrukkelijk op cisgender heteroseksuelen: 'Met elkaar willen we alle hetero’s van Nederland overtuigen om trots op ons te zijn.' 

Aangezien we hierboven hebben vastgesteld dat de LHBTQIA+-gemeenschap al veel heeft gedaan om trots op te zijn, draaien we hem even om: wat kan een bondgenoot van die gemeenschap doen? Onderstaand handboek kan je daarbij helpen. Fijne Pride!

handboek voor bondgenoten

1. doe je huiswerk

Je zet natuurlijk al een goede stap door dit korte handboek te lezen, maar juist daarom raden we ook als eerste aan om je huiswerk te blijven doen. Je kunt namelijk al een hele hoop voorkennis opdoen door er zelf eerst online op uit te gaan. Dat bespaart LHBTQIA+’ers een hoop uitlegwerk.

Om te beginnen kun je op vpro.nl dit artikel lezen over vooroordelen of deze over de betekenis van de letters in de afkorting LHBTQIA+, maar je kunt natuurlijk ook informatie opvragen bij het COC, je inlezen over intersekse op seksediversiteit.nl, jouw kennis van taal verdiepen op transtaal.nl of een keer een kijkje nemen op bijvoorbeeld het YouTube-kanaal van de Kutmannen.

2. durf te vragen

Niemand verwacht van je dat je de hele lettersoep uit je hoofd kent, dus wees niet bang om te vragen wat zo'n letter precies voor iemand betekent. En doe dan wel wat denkwerk vooraf: de tijd van stereotiepe vragen als wie 'het mannetje' is en wie 'het vrouwtje', is echt voorbij.

Wat beter werkt is met een open nieuwsgierigheid het gesprek aangaan (lees: open vragen stellen). Hou wel in je achterhoofd dat iemand niet altijd zit te wachten op dit soort vragen en probeer te respecteren als het even niet het moment is. Wees ook voorbereid op antwoorden die het beeld dat je van tevoren had, van bijvoorbeeld queer of transgender, volledig kunnen veranderen.

Hehobros is een online comedyserie waarin de twee beste vrienden Pepijn Schoneveld en Kevin Hassing – de één hetero en de ander homo – elkaar wekelijks bijpraten over hun leven en relatie. In deze aflevering stelt Pepijn de de mannetjes/vrouwtjes-vraag en krijgt hem haarfijn teruggekaatst.

3. durf je uit te spreken

Wanneer iemand slachtoffer is geworden van discriminatie vanwege zijn/haar/hun seksuele voorkeur of genderidentiteit is steun betuigen als bondgenoot natuurlijk heel mooi. Maar op het moment zelf ingrijpen is misschien nog wel belangrijker. Recent deed Bproud en Public Mediation onderzoek naar discriminatie onder LHBTQIA+'ers in Amsterdam.

Daar kwam naar voren dat het voor het grootste deel van de respondenten ‘zo normaal is geworden om uitgescholden te worden, dat veel er geen melding meer van maken’. En dat ‘een volle bus die toekijkt hoe iemand wegens diens seksualiteit wordt gediscrimineerd zonder dat iemand ingrijpt’ voor velen ook niks nieuws is. Lees er meer over in dit artikel van Het Parool, en durf je uit te spreken op de momenten die er toe doen. En let daarbij vooral op wat die persoon nodig heeft: dat kan de discussie aan gaan zijn, maar bijvoorbeeld ook ervoor zorgen dat diegene de situatie veilig kan verlaten.

4. geef eens een complimentje

Jij en de ander hebben misschien niet altijd zin in een beladen gesprek (ook al hoeft een gesprek over iemands seksuele voorkeur of genderidentiteit zeker niet altijd lastig te zijn). Jou wordt waarschijnlijk ook niet elke dag gevraagd naar, laten we zeggen, de moeilijke jeugd die je misschien hebt gehad. Daarom kan je het ook gewoon simpel en luchtig houden. Vraag niet altijd meteen naar het waarom, een lief complimentje (naar een man die make-up draagt bijvoorbeeld) is soms al meer dan genoeg.

5. let op je taalgebruik

De taal die in een samenleving wordt gebruikt zegt veel over de onderliggende ideeën die in die samenleving heersen. In de documentaire Pisnicht: The Movie legt Nicolaas Veul bloot wat het hem doet wanneer ‘homo’ als scheldwoord wordt gebruikt.

Denk dus ook even na voor je een 'grapje' maakt en welke positie je inneemt tot de ander. Humor kan ook pijnlijk zijn, als het van een meerderheidsgroep komt en de grap gericht is op een minderheidsgroep.

Wat je daarom kunt doen is letten op de woorden die je gebruikt en hóe je ze gebruikt. Wees je dus ook bewust van voornaamwoorden (hij/zij/hen) en vul dat niet voor diegene in, maar vraag ernaar als je het niet weet. Daarnaast kun je artikelen lezen zoals dit stuk van OneWorld. Hierin staat uitgelegd hoe je op de juiste manier praat en schrijft over trans personen. En waarom dat belangrijk is, of zoals OneWorld het beschrijft: ‘Dit is meer dan een grammaticale kwestie. Het is een kwestie van politiek.'

In Pisnicht: The Movie onderzoekt Nicolaas Veul wat de impact is van woorden als 'flikker', 'watje' en 'homootje' op (jonge) homo’s. Waarom wordt er eigenlijk met die woorden gescholden? Zoekend naar een antwoord betreedt hij ook de voetbalkleedkamer. De hele docu kijk je hier.

over GARY

De illustraties op deze pagina zijn gemaakt door Gerdien van Halteren, beter bekend als GARY, een visuele kunstenaar wiens werk – geworteld in persoonlijke ervaringen – taboes rond seksualiteit, gender en identiteit uitdaagt. Je vindt haar niet op social media, maar wel op deze website.