Een portret van de koningin boven het schoolbord. Oranjevlaggetjes op Koninginnedag in Paramaribo, Jakarta en Willemstad. En een koninklijk bezoek dat tot in de puntjes toe werd geregisseerd. Lange tijd waren de Oranjes het bindmiddel van het koloniale rijk overzee. Maar waar de één uitbundig feestvierde en het koningshuis op een voetstuk zette, protesteerde de ander tegen de Oranjes als het gezicht van de overheersers.
Op 2 oktober worden de resultaten gepresenteerd van een driejarig onderzoek naar de rol van het Huis Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis. Universiteit Leiden deed dat onderzoek op initiatief en op kosten van de koning zelf. Het levert vijf boeken op en één daarvan is Schaduwen van de Oranjezon. Hoe werkte de verering van Oranje door in het dagelijks leven van mensen in Indonesië, Suriname en de Caribische eilanden?
Het boek is samengesteld door Esther Captain, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij het KITLV in Leiden en Guno Jones, hoogleraar op de Anton de Kom-leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze zijn te gast.

Feitelijke correctie: in het gesprek over Schaduwen van de Oranjezon werd de halve miljard euro die het Koningshuis zou hebben verdiend, gekoppeld aan de slavernij, maar dat is niet het geval. Die verdiensten kwamen voort uit de Indische baten: vanuit het Cultuurstelsel (waar sprake was van afgedwongen arbeid, maar geen slavernij) en door de tinmijnbouw via de firma Billiton in Nederlands-Indië.

