NAVO verwikkeld in ruzie om honderden miljoenen

VPRO’s Bureau Buitenland, 2 december 20.00u NPO Radio1

, Bureau Buitenland

De NAVO wordt volgende week voor de rechtbank in Maastricht gedaagd door het bedrijf Supreme, dat zegt nog een bedrag van 432 miljoen dollar van de NAVO tegoed te hebben. Supreme claimt dit bedrag voor de levering van brandstof aan de ISAF-missie in Afghanistan.

De NAVO heeft hierop een tegenclaim ingediend tegen leverancier Supreme. Deze claim bedraagt een bedrag van ruim 700 miljoen dollar, dat Supreme volgens de NAVO teveel in rekening bracht. Dat hebben diverse bronnen bevestigd aan het VPRO radio-programma Bureau Buitenland.

Deze opmerkelijke zaak, die draait om honderden miljoenen over en weer, dient bij de rechtbank in Maastricht omdat in het nabijgelegen Brunssum het operationele hoofdkwartier van de NAVO is gevestigd. Vanuit dat hoofdkwartier wordt ook de hele logistiek in Afghanistan geregeld. Komende woensdag 7 december buigt de rechtbank in Maastricht zich hierover.

De NAVO laat in een reactie aan Bureau Buitenland weten dat het om twee contracten gaat met Supreme voor de levering van brandstof aan landen die deelnamen aan de ISAF-missie in Afghanistan van 2006 tot 2014.  In totaal werd er 4,6 miljard liter brandstof geleverd. In 2014 liepen de contracten af. De NAVO wil zolang de zaak nog onder de rechter is geen commentaar geven of er sprake is van opzet of fraude. Ook wil ze de exacte hoogte van de claims niet bevestigen.

Maar de bedragen worden wel bevestigd door het Duitse ministerie van Defensie op vragen van de partij Die Linke in de Bondsdag. Ook het Nederlandse ministerie van Defensie bevestigt dat er een financieel conflict speelt: “De NAVO heeft geconstateerd dat Supreme Group teveel in rekening heeft gebracht bij brandstofleverantie in Afghanistan. Nederland heeft, net als andere NAVO-partners, via dit contract brandstof ontvangen van Supreme Group.”

Het bedrijf Supreme Group BV was al eerder in opspraak. Zo kwam het met de Amerikaanse justitie een schikking overeen van bijna 400 miljoen dollar. Deze schikking, om verdere juridische vervolging te ontlopen, betrof onder andere fraude bij de levering van voedsel en drinken aan de troepen van de ISAF-missie in Afghanistan.

Supreme leverde ook eten en drinken aan de Nederlandse troepen in Uruzgan. Deze fraude werd onder andere gepleegd door een nep-bedrijf op te richten, waarvan Supreme mede-eigenaar was en dat de bedragen voor geleverde goederen opdreef.  Bureau Buitenland besteedde aan die kwestie twee keer eerder aandacht.

In de media

Ook NRC besteedde aandacht aan deze zaak. In een verslag van deze rechtszaak schrijft journalist Paul van der Steen dat de rechtbank in Maastricht zich boog over de vraag of de Nederlandse rechters wel bevoegd zijn deze zaak te behandelen. Hier leest u het hele artikel.