steun vpro

Hoe ons hout illegaal wordt gekapt in Cambodja

, PIETER MUNNIK

De bossen in Cambodja en andere delen in Zuidoost Azië verdwijnen door onbeheersbare corruptie. Van arme boeren tot aan het leger: iedereen wil verdienen aan illegale houtkap, zo blijkt uit een reportage van correspondent Kris Janssens.

Het kappen en verhandelen van het waardevolle hout is verboden, maar gebeurt toch op grote schaal. Geschat wordt dat er in Cambodja ieder jaar zo'n 2000 vierkante kilometer aan bos verdwijnt. Journalisten en activisten die daar kritische vragen over stellen worden tegengewerkt. Er zijn in het verleden zelfs mensen om vermoord. Janssens trekt daarom voor zijn reportage met bewaking de jungle in. Per motor reist hij samen met een lokale journalist en een NGO over smalle modderige weggetjes diep het woud in.

Daar staat Janssens na een lange rit plots oog in oog met drie houthakkers. Ze hebben alleen een onderbroek aan en zijn zich aan het wassen in een beekje. Ze voelen zich duidelijk betrapt, maar willen hun situatie proberen uit te leggen. De verkoop van hout moet extra geld opleveren, om hun arme families te kunnen ondersteunen. Ook zijn de opbrengsten bedoeld om een lening bij de bank te kunnen terugbetalen. De kap en verkoop van het hout levert in enkele dagen 50 euro op. Dat is meer dan je kunt verdienen met landbouw, zo maken de houthakkers duidelijk.

Veel meer Cambodjanen kunnen de financiële verleiding niet weerstaan. Zo vertellen de drie houthakkers dat ze de lokale rangers in de jungle iedere keer een paar dollar betalen, om het hout uit het gebied te kunnen smokkelen. Degene die de strenge wetten moeten handhaven houden de handel juist in stand.  

Illegale houtkap in de jungle van Cambodja

Ook Cambodjanen binnen het leger zijn betrokken bij de houtsmokkel. Als Janssens een legerbasis bezoekt, ziet hij de waardevolle boomstammen al liggen. In een tent op het terrein geeft een man in camouflagekleding toe dat het leger inderdaad hout opkoopt. Dat zou alleen bedoeld zijn voor de peperplantages, waar de boomstammen worden gebruikt als steunpilaren. Het idee dat ook dit hout afkomstig is van illegale houtkap noemt hij onzin.

Dan komt er een auto het terrein opgereden. Een militair stapt uit. Hij draagt een khaki pet op zijn hoofd en in zijn broekzak zit een handwapen. De man is duidelijk niet blij met de komst van Janssens. De smoes dat Janssens simpelweg een toerist is, lijkt niet aan te slaan. Alles wijst er op dat hij gearresteerd gaat worden.

Per brommer wordt het hout de grens over gesmokkeld. Grensbewakers worden omgekocht.

Uiteindelijk loopt het met een sisser af. Janssens en zijn team rijden snel weg voordat de legerchef zich bedenkt.

Aan de grens met Vietnam ziet Janssens hoe gemakkelijk het hout gesmokkeld kan worden. De grenspost bestaat enkel uit een houten slagboom met een klein gebouwtje ernaast. Daar luieren twee grenswachters verveeld in de schaduw. Als Janssens hen vraagt naar de illegale houttransport, ontkennen ze met klem er iets van af te weten.

Ook hier is corruptie het codewoord.

Op de hoofdweg komt Janssens een motorfiets tegen, waar voor honderden kilo's hout op is gebonden. De bestuurder krijgt 100 dollar om twee boomstammen tot net over de grens te krijgen. Hij vertelt dat ze bij de grenspost worden doorgelaten als ze de grenswachter smeergeld betalen of iets te eten meebrengen, zoals een kilo varkensvlees. Ook deze bestuurder moet een lening afbetalen en zijn drie dochters voeden. Op deze manier probeert hij de eindjes aan elkaar te knopen.

Ondertussen verdwijnt er opnieuw waardevol hout uit de Cambodjaanse jungle, met als bestemming een meubelwinkel bij ons in de buurt.