In de Italiaanse textielstad Prato draaien de machines dag en nacht. Fast fashion, made in Italy, bijna uitsluitend door Chinezen. Dat schuurt.

Made in Italy

Het Toscaanse stadje Prato staat al bijna duizend jaar bekend om zijn textiel. Tegenwoordig staat het ook bekend om zijn Chinezen. Zij zorgen dat er nu meer kleding uit de ateliers komt dan ooit te voren. Dat heeft het straatbeeld nogal veranderd, en daar is niet iedereen blij mee. Hoe is het om Italiaan te zijn tussen de Chinezen, hoe is het om als Chinees een brug te willen slaan met de lokale bewoners? En kunnen de Chinezen hun imago oppoetsen door in maanpakken scholen te ontsmetten?

In het kort: Chinezen in Prato, Italië

Tussen 2000 en 2010 is de Chinese gemeenschap in Prato bijna vertienvoudigd. Vandaag de dag wonen er zo’n 50 duizend Chinezen in de stad, ongeveer een kwart van de bevolking. Daarmee heeft Prato relatief gezien de grootste Chinese gemeenschap van Italië.

De eerste Chinezen kwamen aan het begin van de jaren negentig naar Prato. De meeste van deze immigranten komen uit de stad Wenzhou. De Wenzhounezen zijn van oudsher erg ondernemend, vandaar dat ze kansen zagen in de leeglopende textielindustrie van Prato.

De Chinezen in Prato werken vooral in de ‘pronta moda’, het snel produceren van goedkope kleding. De stoffen en arbeiders komen uit China, desondanks mag de kleding het felbegeerde ‘Made in Italy’-label krijgen. Deze economie van pronto moda heeft een geschatte omzet van 2,3 miljard euro en een winst van tussen de 680 en 800 miljoen euro, geld waarover vaak geen belasting wordt betaald. Volgens onderzoek van de Italiaanse fiscale politie is er tussen 2006 en 2010 4,5 miljard euro via Money Transfer kantoortjes naar China gesluisd.

In 2017 ontdekte de fiscale politie van Prato 80 duizend valse loonstroken in het bezit van lokale Chinese ondernemers. De loonstroken vormen de garantie voor het verkrijgen van een tijdelijke verblijfsvergunning voor hun illegale werknemers. 

Tussen 2014 en 2017 hebben de Italiaanse autoriteiten zo’n 8 duizend Chinese ondernemingen in Prato gecontroleerd. Volgens de autoriteiten hadden die controles niks te maken met etniciteit, het programma heette dan ook Lavoro Sicuro (veilige werkplek). Toch noemende veel mensen – waaronder de maker van het plan -  het ‘the Chinese raids’. > lees meer

Rubens ontmoetingen in Italië

Piera en Riccardo herkennen hun buurt niet meer

‘Ik kwam bij een Italiaans echtpaar, Piera en Riccardo. Zeventigers. Ze wonen al zo lang ze getrouwd zijn in hetzelfde appartement in Prato. Hij zelfs al vanaf 1950, toen hij drie was. “Ik kan je alles vertellen over de levens van de mensen die in deze straat hebben gewoond, en de sterfgevallen, en de wonderen,” zei Riccardo tegen me. “Vroeger speelden hier kinderen op straat en kon je gerust alles open laten staan.” Nu wonen er bijna geen Italianen meer. Overal Chinezen, lieten ze me zien. Met veel te dure auto’s. En die Chinezen werken dag en nacht in de kledingindustrie, dus altijd kun je de naaimachines horen, en geschreeuw waar ze geen woord van verstaan.

‘Ze hebben een Italiaanse vlag op hun balkon hangen, als een soort verzetsboodschap. Piera en Riccardo zijn heel erg rechts. Gezien de impact van de Chinese aanwezigheid is dat misschien wel een beetje begrijpelijk. Ze herkennen hun buurt niet meer. Dat is triest, maar voor mij is het mooi, want het leidt tot allemaal fricties, en dat is interessant.

‘We zijn met ze meegegaan naar een bijeenkomst van de partij waar ze actief voor waren, Forza Italia. Ze hadden het daar erg gezellig. Zij zien Aldo Milone, de kandidaat waar ze achter staan, als de enige die echt durft op te treden tegen de Chinezen in Prato. Als iemand die opkomt voor mensen zoals zij, en kan zorgen dat het weer een beetje zoals vroeger wordt.’

Giada wil een brug zijn tussen Italianen en Chinezen

‘Giada Lin vond ik een ontwapenende vrouw. Iemand die niet de gemakkelijke weg kiest. Ze is lang geleden naar Italië gekomen, in de tijd dat ze nog brieven naar haar moeder schreef. Ze ging als eerste Chinese voor de Italiaanse overheid werken, en nu had ze zich als eerste kandidaat gesteld om in de Toscaanse provincieraad te komen – iets waarvoor ze haar Chinese nationaliteit heeft opgegeven, want China accepteert geen dubbele paspoorten.

‘Er stond voor haar veel op het spel. Haar familie steunde haar niet. Zij wilde ze heel graag laten zien dat het allemaal niet voor niets was. Erkenning krijgen, en niet alleen van haar familieleden. Ze hoopte dat zowel de Italianen als de Chinezen in Prato zouden inzien dat zij een brug kon zijn tussen die twee gemeenschappen.

‘Ik ging met haar mee naar de uitslagenavond. Dat waren echt heel veel mensen in een afgesloten ruimte. Met mondkapjes, en op zich waren de besmettingscijfers toen redelijk laag – het was september 2020 - maar ik voelde me echt niet veilig. Ik moest me letterlijk tussen de mensenmassa doorwurmen. Daarom hebben we wel getwijfeld of het nou een goed idee was om daar te filmen.

‘Ik zag wel aankomen dat ze het niet ging halen. En zijzelf trouwens ook. Vanwege corona durfden veel Chinezen die zouden gaan stemmen dat niet meer. De Chinezen in Prato waren echt veel banger voor corona dan de Italianen. Dat heeft haar stemmen gekost, denk ik. Of dat de doorslag heeft gegeven weet ik niet.’

De Pengs leven zo veel mogelijk uit dozen

‘Ik ontmoette meneer en mevrouw Peng, een echtpaar dat ook samen werkt. We liepen toevallig tegen hun atelier aan, en daar mochten we wel filmen. Ze repareren en verkopen er naaimachines. Die mensen maken lange dagen. Het is niet hun eigen zaak; ze werken voor een baas. Ik liep daar af en toe langs, en dan stak ik weer even mijn hoofd om de deur. Zo bouw je een beetje een band op. Na een tijdje mochten we bij ze thuis op bezoek komen, en daar ontmoetten we ook hun twee dochters. Ik hou daar wel van, dat zoiets spontaan ontstaat in een draaiperiode.

‘Ze wonen in een huurhuis waar ze veel hebben afgeplakt met kranten en plastic, om het niet te beschadigen. Veel van hun spullen zitten in dozen. Niet gezellig, maar wel functioneel. Huurhuizen zijn duur en moeilijk te vinden, dus hoewel ze al twintig jaar in Prato wonen, zijn ze altijd bang dat ze weer op zoek moeten naar iets anders.

‘Je ziet dat ze daar ook echt blijven voor de educatie van hun kinderen. Die hebben het zo slecht nog niet. Ze gingen naar prima scholen, en naar pianoles. Met meer vrijheid dan ze in China zouden hebben, misschien, maar ze groeien wel duidelijk op als Chinees, nauwelijks als Italiaan. Daar zit een soort onvrijheid in, het gevoel anders te zijn, dus ik denk dat ze goed kunnen aarden als ze in China gaan wonen, zoals ze van plan zijn.’

Hoe gaat het een half jaar later met dit gezin? Lees het hier.

De wereld van de Chinezen: Italië

nu te zien op NPO Start

In Prato heeft de grootste Chinese gemeenschap van Europa de afgelopen decennia de textielindustrie, de trots van Italië, overgenomen. De lokale bevolking verlangt naar vroeger, maar er zijn ook bruggenbouwers. In de Toscaanse stad Prato leven en werken 50.000 Chinezen, de lokale bevolking herkent haar stad niet meer. Rechtse lokale politici verwijten de Chinezen oneerlijke concurrentie en gebrekkige integratie, maar er is ook een ander geluid. Ruben Terlou volgt een Chinese vrouw die campagne voert en als eerste politicus van Chinese afkomst ooit in Italië in de gemeenteraad hoopt te komen.