De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) komt met een vernieuwde richtlijn voor wensouders. De huidige richtlijn adviseert ‘terughoudend te zijn bij geassisteerde voortplanting bij transgenders’.

Illustratie door: Fleurine Brijker

NVOG heroverweegt standpunt dat trans personen belemmert bij hun kinderwens

De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) is bezig met een vernieuwd standpunt voor wensouders. Het huidige standpunt adviseert ‘terughoudend te zijn bij geassisteerde voortplanting bij transgenders’.

Veerle Klok (zij/haar) - 08 November 2021

In het standpunt van de NVOG wordt besproken op welke wijze gynaecologen wensouders kunnen begeleiden die verzoeken om geassisteerde voortplanting met gedoneerde gameten: geslachts- of voortplantingscellen. Veel ziekenhuizen volgen dit advies op. Een standpunt biedt houvast aan gynaecologen wanneer een meer uitgebreide richtlijn ontbreekt.

Het laatste standpunt stamt uit 2016, maar is in 2020 nog aangepast. In het standpunt staat: ‘De werkgroep beveelt aan om terughoudend te zijn bij geassisteerde voortplanting bij transgenders.’

Het standpunt hindert trans personen bij het nastreven van hun kinderwens. Eén van hen is Sophie. Zij liet dertien jaar geleden haar zaadcellen invriezen, voor ze begon met haar medische transitie.

Maar wanneer ze in 2019 bij het UMC Utrecht aanklopt om samen met haar partner te starten met IVF, hoort het stel dat een gesprek met een maatschappelijk werker volgens de richtlijn noodzakelijk is om te beoordelen of het proces überhaupt van start mag gaan. Bij heteroseksuele cisgender wensouders is dat niet het geval. Pas bij een tweede ziekenhuis wordt Sophie geholpen.

Daarnaast valt in het standpunt te lezen dat heteroseksuele cisgender paren zelf mogen besluiten of zij het kind inlichten over de wijze van verwekking. De werkgroep stelt dat ouders persoonlijke of zwaarwegende redenen kunnen hebben om het kind niet te informeren. Voor trans personen geldt iets anders. Volgens het standpunt moeten zij hun kind inlichten over hun genderdysforie, hun transitie en de eventueel gebruikte donorgameten.

Tweederangsburgers

Onderscheid op basis van gender: dat is toch discriminatie? 

Volgens Aike Pronk van Transgender Netwerk Nederland (TNN) worden er eisen gesteld aan trans ouders die niet aan cis ouders worden gesteld. ‘Die terughoudendheid is onverdedigbaar. Trans wensouders worden echt als tweederangs ouders behandeld.’

Pronk laat weten dat TNN al sinds 2019 in gesprek is met de NVOG over het  standpunt. In maart 2020 stuurt TNN een advies op met verbeteringen voor het standpunt. Er komt geen inhoudelijke reactie.

Norah van Mello is gynaecoloog bij het Amsterdam UMC en onder andere gespecialiseerd in genderzorg. Voor de NVOG werkt ze aan een nieuw standpunt. ‘Die aanbevolen terughoudendheid was achteraf niet de juiste term,' aldus Van Mello.

‘Er is veel veranderd in de genderzorg in de afgelopen jaren. Het standpunt is simpelweg achtergebleven.’ Volgens Van Mello volgen veel ziekenhuizen het standpunt dan ook al langere tijd niet meer op, waaronder het VUmc zelf. Maar er zijn ook ziekenhuizen die minder ervaren zijn in transgenderzorg en daarom vasthouden aan het standpunt. 

Het standpunt heeft duidelijk geen prioriteit gehad op het to-do lijstje van de NVOG. Maar, zo zegt van Mello, inmiddels ligt er een conceptversie klaar voor een nieuw standpunt waarin het woord ‘terughoudendheid’ is verwijderd. In het nieuwe standpunt worden dezelfde richtlijnen gehanteerd voor trans wensouders als voor cis wensouders.

Het nieuwe standpunt wordt gebaseerd op een vergelijkbaar rapport van de ethische commissie van de American Society for Reproductive Medicine. Het centrale punt: ‘Programs should treat all requests for assisted reproduction without regard to gender identity status.’ De NVOG neemt dit over.

Counselor of gatekeeper?

Wel benadrukt Van Mello dat het soms wenselijk is om counseling te bieden aan wensouders, in het belang van ouders en het ongeboren kind. Hoe ga je bijvoorbeeld als ouders om met een kind die vragen stelt over waar het vandaan komt? Bij zulke vragen kan een counselor helpen.
 
Als een trans persoon aan diens transitie wil beginnen en tegelijkertijd ouder wil worden, is het nodig om even te praten over hoe intensief beide dingen zijn, vindt de gynaecoloog. Niet omdat diegene trans is, maar puur omdat het twee zware gebeurtenissen zijn. Hetzelfde geldt voor cis personen die door heftige periodes gaan. ‘Dat kan misschien voelen als een keuring, maar dat doen we in belang van het ongeboren kind.’

TNN benadrukt dat er een duidelijk verschil moet zijn tussen een begeleider en een poortwachter. Volgens Pronk kan ondersteuning fijn zijn: een lichaam verandert veel tijdens een zwangerschap. ‘In relatie tot iemands transitie kan dat heftig zijn.’ Het moet volgens hem alleen niet zo zijn dat trans wensouders psychisch gekeurd worden. ‘Dat gebeurt ook niet bij cis wensouders.’
 
Wanneer het nieuwe standpunt de vorige vervangt is nog niet bekend. Het concept-standpunt gaat namelijk eerst nog naar de commissie die bij het oorspronkelijke standpunt betrokken was. ‘We zijn echt in de afrondende fase,’ zegt Van Mello. Pronk: ‘Het kan mij niet snel genoeg.'