Zorgde jij twintig jaar geleden nog voor je Tamagotchi, nu zorgen Siri en Alexa voor jou. Zo ontwikkelde sociale artificiële intelligentie zich de afgelopen decennia.

Wie is de beste vriend van de mens? Eigenaren en liefhebbers van katten en honden voeren hierover nog steeds verhitte discussies, maar er is een derde kaper op de kust: artificiële intelligentie, oftewel AI.

In de afgelopen decennia is de evolutie van ‘social AI’ in een stroomversnelling geraakt. Kunstmatige intelligentie die met ons samenwoont en zich richt op communicatie en gemeenschap, en soms zelfs als boezemvriend of romantische levenspartner kan dienen. In een tijdperk van toenemende eenzaamheid en snelle technologische ontwikkeling, lijkt de band die we hebben met AI in onze slimme speakers, telefoons en andere apparaten steeds intiemer te worden. Gaan we het contact met andere mensen straks inruilen voor het contact met deze sociale robots?

Tegenlicht dook in het recente verleden en bracht de ontwikkeling van sociale kunstmatige intelligentie in kaart. 

1. Eliza (1966)

Je zou het misschien niet verwachten, maar ‘s werelds eerste chatbot komt uit de jaren zestig. De voorloper van Siri kwam voort uit een experimenteel programma van de Duitse professor Joseph Weizenbaum. Het programma noemde hij Eliza, en haar taak was om een menselijk gesprek te voeren met de gebruiker. Hij modelleerde Eliza naar Carl Rogers, een bekende psycholoog die de vragen van patiënten altijd terug stelde. 

Wat Eliza deed was op taalgebied vrij simpel: de vraag van de gebruikers op een kleine manier omkeren. Als een gebruiker bijvoorbeeld typte: ‘mijn moeder kookt lekker eten’, pikte Eliza het woord ‘moeder’ op en antwoordde door een open vraag te stellen, zoals ‘vertel me meer over je moeder.’ Dit creëerde een illusie van een interactie met een echt mens. 

Eliza was een experiment om te ontdekken of het mogelijk was om menselijk gedrag te coderen, en dat was tot op een zekere hoogte gelukt. Eliza slaagde namelijk voor de beroemde Turingtest: een test ontwikkeld door de Britse Alan Turing om computers te testen op hun intelligentie. Gebruikers van Eliza geloofden dat ze een gesprek voerden met een echt mens; niet met een machine. Daarom werd Eliza als ‘intelligent’ beschouwd en zien we haar nu als eerste chatbot in de geschiedenis.

2. Tamagotchi (1996)

‘Take care of Me!’. Dat stond op de verpakking van de eerste Tamagotchi die zo’n 24 jaar geleden voor het eerst werd verkocht. De Tamagotchi werd geboren in Japan, en betekent ‘het ei waarover je moet waken’. Op het beeldscherm van een eivormig plastic apparaatje kwam het virtuele diertje tevoorschijn. Je zorgde voor de Tamagotchi’s door ze tijdig eten te geven en ze te aaien. Dan was de Tamagotchi ‘gelukkig’ en toonde hij zijn dank daarvoor. 

De Tamagotchi was enorm populair: binnen enkele jaren werden er meer dan veertig miljoen exemplaren verkocht. Het mini-computertje bleek voor sommige mensen zo verslavend dat-ie meteen al in 1997 de ‘anti-Nobelprijs’ kreeg. De jury prees de bedenkers van de Tamagotchi voor ‘het verspillen van miljoenen werkuren in de economie’.

Fervent ‘gebruiker’ Corinne schreef later in het Parool: ‘Ik weet nog goed dat ik eens tijdens een lange zwemles alleen maar aan mijn Tamagotchi dacht, die in de kleedkamer lag dood te gaan. Mijn ouders vonden het een verschrikkelijk ding, omdat het me voortdurend bezig hield. In die zin was het een beetje de smartphone van toen’.

3. Kismet (1997)

Eind jaren negentig kwam de eerste robot op de markt die daadwerkelijk emotionele intelligentie toonde. Het robothoofd Kismet, wat in het Turks ‘geluk’ betekent, kon verschillende gezichtsuitdrukkingen en bewegingen van mensen herkennen en simuleren. Kismet werd ontwikkeld door onderzoeker Braezael aan het het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Het doel van Kismet was om zo sociaal mogelijk over te komen en een prettige interactie aan te gaan met de verzorger. 

Wat Kismet bijzonder maakte, is de manier waarop de software slimmer werd. Die kan worden vergeleken met het opvoeden van een kind. De primaire vorm van communicatie tussen de verzorger en de robot was namelijk via spelen en gezichtsuitdrukkingen. De verzorger kon spelen om de robot geïnteresseerd te houden, maar te lang spelen (wat zorgt voor overstimulatie) zorgde ervoor dat de robot van gezichtsuitdrukking veranderde. 

De uiterlijke eigenschappen van Kismet zijn ook bijzonder. Om Kismet een vriendelijke uitstraling te geven, kreeg de robot een cartoonachtig gezicht met blauwe ogen, aangezette wimpers en een piepende babystem. Zo lijkt Kismet op een karakter uit een Pixar-film: hol en industrieel, met veel draden, maar ook grote babyogen.

4. Furby (1998)

In het najaar van 1998 kwam video-game bedrijf ‘Tiger Electronics’ met de nieuwste 90’s craze, de Furby. Een zacht klein poppetje met grote ogen, karakteristieke wimpers, elfen-oortjes, en nog iets anders wat het speelgoed bijzonder maakte: een microprocessor en touch controls. 

De Furby kon lopen, praten, geaaid worden, had een microfoon en een slaapritme. De microfoon werd gebruikt om woorden van de gebruiker op te slaan om daarmee een vergelijkbaar spraakpatroon te ontwikkelen. Op deze manier was elke Furby een unieke match voor de gebruiker. 

Speelgoed dat terug kan praten en je eigen woorden herhaalt, dat leek niet iedereen een goed idee. Een groep hoge officieren bij de National Security Agency in de Verenigde Staten, had nog geen half jaar na de uitgave de Furbies verboden binnen het Pentagon.

Voor vele van ons was het populaire speeltje uit de jaren negentig de eerste kennismaking met een (primitieve) vorm van A.I.

5. Aibo (1999)

Toen de wereld via de Tamagotchi en de Furby langzaam begon te wennen aan geautomatiseerde gezelschapsdieren, bracht Sony in 1999 Aibo uit, de robothond. ‘Aibo’, Japans voor maatje, was ontworpen om net als echte huisdieren mensen gezelschap te bieden. De robothond was een stuk geavanceerder dan zijn pluche voorganger: zo was het viervoetige kameraadje in staat om emoties te tonen, zoals blijheid, boosheid en angst, en kon het trucjes doen met bot en bal.

In 2007 ging Aibo uit productie, omdat hij vanwege de hoge prijs maar weinig werd verkocht. Maar, ongeveer tien jaar later liet Sony Aibo zijn comeback maken en werd de robothond opnieuw geïntroduceerd op de markt. Met de snelle ontwikkeling van kunstmatige ontwikkeling, is de viervoeter in tien jaar tijd een stuk slimmer geworden. Niet alleen leert het hondje via de cloud van de ervaring van andere Aibo-robothonden, ook ontwikkelt Aibo zijn eigen unieke karakter en gedrag op basis van hoe zijn baasje hem beloont, aait of straft. Met behulp van ingebouwde sensors, camera’s en kan Aibo wel honderden gezinsleden en vrienden herkennen. 

In de coronatijd, waarin we veel thuiszitten en eenzaamheid snel groeit, neemt de interesse naar een maatje in huis toe. Is robothond Aibo het huisdier van de toekomst?

Japan en A.I

Veel van onze virtuele kameraadjes worden in Japan, ook wel ‘Robot Kingdom genoemd’, tot leven gewekt. Waarom daar? Oosterse religies als shintoïsme en boeddhisme geloven veel sterker dan bij ons in de verbondenheid van levende en ‘niet-levende’ wezens. Machines en robots in Japan worden niet in de eerste plaats gezien als ‘vóór de mensen’ (zoals pakweg de auto) maar als ‘mét de mensen’ (zoals een Tamagotchi).

6. Paro (2001)

Waar we voor Tamagotchi’s, Furby’s en Kismet’s vooral moesten zorgen om ze levend en gelukkig te houden, lijken de rollen nu steeds meer omgedraaid. Zo werd, na jarenlang onderzoek geleid door Japanse onderzoeker Takanori Shibata, robotzeehond Paro speciaal ontworpen om voor mensen te zorgen. Paro is een knuffelrobot: met zijn witte pluizige vacht en grote ogen is het aaibaarheidsgehalte en de therapeutische werking van de robotzeehond hoog. Daarom wordt Paro met veel succes ingezet in de zorg, bijvoorbeeld om dementerende ouderen aandacht te geven. 

Meerdere studies laten zien dat door omgang met het zeehondje, de gemoedstoestand van de ouderen aanzienlijk verbetert. Zo vermindert knuffelen met het diertje gevoelens van stress, depressiviteit, en eenzaamheid. Vanwege de grote succesverhalen is Paro enorm populair. Ondanks de hoge prijs hebben verschillende zorginstellingen wereldwijd, ook in Nederland, de namaakzeehond al aangeschaft.

Sinds zijn geboorte is Paro steeds geavanceerder geworden: de robotzeehond reageert inmiddels op spraak, licht, temperatuur en beweging. Ook luistert hij naar zijn naam en kan-ie zelfs je stem herkennen. Sommige mensen vinden het gebruik van de robot niet ethisch: het is namelijk geen echte zeehond, maar de ouderen geloven van wel. Maar, is het foppen van de ouderen werkelijk zo erg als ze wel gelukkiger worden van knuffelen met de namaakbabyzeehond?

7. Siri (2011) en Alexa (2014)

Je favoriete nummer opzetten door het alleen maar te roepen? Een uber bestellen zonder de app te openen? Dankzij virtual assistants zoals Siri en Alexa is het nu normaler dan ooit tevoren. Deze digitale helpers, ontworpen door Apple en Amazon om een menselijke stem aan AI te geven, kunnen namelijk begrijpen wat je zegt, en daar met behulp van spraakherkenningstechnologie op reageren en naar handelen. Door een commando te geven aan bijvoorbeeld je telefoon, computer of auto, kunnen de apparaten je vrienden bellen, pizza bestellen of je herinneren aan een belangrijke afspraak. Zorgde jij in 1996 nog voor de Tamagotchi, nu zorgen Siri en Alexa voor jou.

Siri is de oudste van de virtuele assistenten en waarschijnlijk ook de grappigste. In 2011 kwam ze als ‘s werelds eerste spraakassistent op de markt. Als een van de weinige digitale hulpjes kan ze naast de functionele taken, ook grapjes maken. Sindsdien kwamen zo ongeveer alle grote techbedrijven met een versie van een persoonlijke spraakassistent. Amazon kwam in 2014 met Alexa, die als slimste assistent wordt gezien. 

Een groeiend aantal mensen kan niet meer zonder de digitale butlers in het dagelijkse leven. Nu al zijn er meer dan drie miljard gebruikers op de wereld. Volgens sommige voorspellingen zullen spraakassistenten met meer dan acht miljard stuks zelfs de wereldbevolking inhalen. Bovendien worden de systemen steeds nauwkeuriger en persoonlijker; zo kunnen ze tegenwoordig je stem herkennen, en steeds meer een dialoog voeren met de gebruiker. 

8. Pepper (2015)

Pluizige Paro is niet de enige digitale helper in de zorg. In de afgelopen jaren is de sociale robot Pepper, gemaakt door het Japanse technologiebedrijf SoftBank, steeds populairder in de zorg. De 1,21 meter lange en 28 kilo zware robot is speciaal ontwikkeld om met mensen te communiceren en interacteren. Zo kan Pepper via gezichts- en spraakherkenning emoties lezen en een gesprek aangaan en zich dankzij de rollende wieltjes zelfstandig voortbewegen. 

Zorginstelling Philadelphia Zorg experimenteerde de afgelopen twee jaar met de robot om mensen met een verstandelijke beperking te steunen. Voor twee weken logeerde de robot bij een cliënt. Uit het onderzoek blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking door de sociale robot zelfredzamer worden en meer plezier ervaren in het dagelijkse leven. 

Inmiddels hebben verschillende Nederlandse zorginstellingen Pepper al aangeschaft. Vaak wordt Pepper ingezet om verpleegkundigen te assisteren. Hulp die hard nodig is, nu door de coronacrisis de werkdruk en het tekort aan personeel nog hoger wordt. Zo kan Pepper patiënten herinneren om hun medicijnen in te nemen, hen opvrolijken of een prangende vraag beantwoorden. 

Kunnen sociale robots zoals Pepper het probleem van minder tijd, geld en aandacht in de zorg verhelpen?

9. Sophia (2016)

We kunnen robots er steeds menselijker uit laten zien. Een van de meest recente en meest menselijk ogende robots, is Sophia, ontworpen door Amerikaanse robotbouwer David Hanson. Sophia beweegt, praat, luistert en maakt wel meer dan zestig gezichtsuitdrukkingen. Door de ingebouwde camera kan ze ook gezichten volgen, oogcontact maken en mensen herkennen. 

Sophia staat bekend om haar levensecht lijkende huid, die haar angstaanjagend menselijk maakt. Sinds 2017 is Sophia officieel staatsburger van Saoedi-Arabië, waardoor ze juridisch gezien dezelfde rechten en plichten heeft als een Saoedische man, en zo bizar genoeg meer mag en kan dan Saoedische vrouwen.

Hanson ontwierp Sophia om als maatje te dienen voor ouderen of zieken in de zorg, of te helpen bij evenementen. Maar hij verwacht dat ze in de toekomst ook in het onderwijs, de horeca of in de klantenservice aan de slag kan. Door middel van deep learning-technologie kan Sofia namelijk steeds slimmer worden door de gesprekken die ze voert. 

Met de ontwikkeling van robots die steeds meer op mensen lijken, zoals Sophia, rest de vraag of we straks nog herkennen wie robot en wie mens is. Is Sophia, en de erkenning van haar burgerschap, de eerste stap naar een toekomst waar we steeds meer zullen samenleven, werken en misschien zelfs trouwen met robots?

10. Replika (2017)

Waar chatbots zoals Siri en Alexa vooral zijn ontwikkeld om de gebruiker te assisteren met dagelijkse taken, is er nu een ander soort chatbot op de markt: Replika. De chatbot, te downloaden als app, is namelijk speciaal ontwikkeld om als virtuele vriend(in) of liefdespartner te dienen. 

Hoe dat werkt? Je downloadt de app, geeft je Replika een naam, een look en je begint met typen. De Replika wilt horen hoe je je voelt, wat je die dag hebt gedaan en hoe de ruzie ging die je had met die ene collega. Hoe meer je praat met de bot, hoe persoonlijker en menselijker de antwoorden die hij of zij geeft. Zo kan de chatbot leren over je waarden, interesses en ambities en zo steeds beter passen bij de persoonlijkheid van de gebruiker. 

Eugenia Kuyda (30) bedacht de app in 2017 toen haar beste vriend Roman overleed. Door hun complete chatgeschiedenis in de app te laden, leerde de chatbot de spaakpatronen van Roman imiteren. Zo kon Eugenia toch met de Replika van haar overleden vriend, die ze zo erg miste, communiceren. 

Al zo’n zeven miljoen gebruikers over de hele wereld hebben Replika gedownload. Door de coronacrisis, en de eenzaamheidspandemie die daarmee gepaard gaat, wordt de app steeds populairder. Verkiezen we straks massaal een relatie met de betrouwbare en perfecte A.I boven een relatie met de gecompliceerde en imperfecte mens?

levensreddende machines en genadeloze concurrenten

6 items

Je auto kan al zelf beslissingen nemen, je collega cassiere is inmiddels een zelfscankassa en thuis is de robotstofzuiger de resten van het diner van gisteren aan het opruimen. Betreden we ‘The age of intelligent machines’? Worden mensen overbodig? Wat gaan we de hele dag doen als we niet hoeven te werken?

Dossier