De bezitloze economie kan nog duurzamer

, Jan Douwe Krist

Geen koffiezetapparaat kopen, maar er eentje huren en betalen per kopje. Het wordt tegenwoordig steeds makkelijker om spullen te gebruiken die je niet bezit. Makkelijk voor jou, maar hoe duurzaam is het eigenlijk?

Als een bedrijf iets verkoopt, heeft het er ook baat bij als het weer een keer stuk gaat. Anders komen je klanten nooit meer terug. De eerste gloeilamp die Thomas Edison introduceerde had zo’n 1500 branduren, maar een paar decennia later hadden lampenfabrikanten dat bewust teruggebracht naar duizend. ‘Nieuw betekent altijd: nog net niet stuk’, stelt architect Thomas Rau dan ook in onze uitzending ‘Einde van bezit’.

Hij besloot het om te draaien: hij hielp Philips licht te verhuren aan Schiphol. Philips blijft verantwoordelijk voor de lampen en is dus gebaat bij lampen die lang meegaan én die je kunt repareren als een onderdeel kapotgaat.

Dit soort constructies komen steeds vaker voor, vooral tussen bedrijven, zegt Michel Schuurman. Hij is directeur politiek en economie van MVO Nederland, een netwerkorganisatie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. ‘Op de consumentenmarkt valt het een beetje tegen. Er wordt wel veel geëxperimenteerd, maar dat betekent niet altijd dat er ook echt een duurzame aanpak is.’

Een product-als-dienst kan zelfs minder duurzaam zijn, bleek uit verschillende onderzoeken van professor Henning Wilts, hoofd van de afdeling circulaire economie aan het Wundertal Instituut. Zo kunnen mensen minder zuinig met spullen omgaan als ze weten dat de fabrikant toch verantwoordelijk is voor reparaties. Of spullen leasen wordt té makkelijk. Wilts: ‘Ik merkte dat zelf ook toen ik een week logeerde tegenover een ophaalpunt voor leaseauto’s. Ik heb toen die auto’s veel meer gebruikt dan het openbaar vervoer, omdat het zo makkelijk was.’

'De gemiddelde levensduur van een lease e-scooter is drie maanden'

Hij is niet de enige bij wie gemak het wint van duurzaamheid. ‘Duurzaamheid is nooit de eerste reden die mensen noemen om te leasen,’ zegt Wilts. ‘Maar mij maakt het niet uit waarom mensen ervoor kiezen.’

Uiteindelijk bepaalt het specifieke businessmodel van een bedrijf of leasen ook echt duurzamer is. En dat je voor het gebruik betaalt in plaats van voor het bezit is maar de eerste stap, legt Schuurman uit. ‘De techniek moet ook kloppen. Kan een product gerepareerd worden, kunnen grondstoffen weer hergebruikt worden? Als derde stap heb je het proces: is de logistiek er om oude producten weer in te nemen en te hergebruiken?’ Deze drie pijlers moeten er zijn, anders doe je volgens hem aan ‘circlewashing’ – het circulaire equivalent van greenwashing.

Hierin zou de overheid veel meer kunnen doen, vindt Wilts. ‘Hetzelfde businessmodel kan twee kanten op gaan, afhankelijk van de regulering. De gemiddelde levensduur van een lease e-scooter is drie maanden. Veel verhuurders kopen zo goedkoop mogelijke e-scooters om marktaandeel te veroveren. Subsidies hierop zorgen alleen maar voor meer afval. In steden waar strengere regels zijn, gaat dat veel beter.’  

Er valt dus overal nog winst te halen. Overheden kunnen meer doen om echt duurzame leasemodellen te stimuleren, maar bedrijven moeten die dan ook invoeren. En uiteindelijk moeten consumenten er ook nog eens gebruik van maken. Schuurman: ‘Ik heb ook nog wel hoop dat een paar grote spelers in de retail, denk aan een bol.com, meer de circulaire kant op gaan bewegen. Mogelijk zelfs zonder het woord duurzaamheid te gebruiken. Want er zit gewoon een businesscase in.’

Waar je op moet letten als je wél duurzaam wil leasen

Kijk ten eerste naar de kwaliteit en het energieverbruik van wat je gaat leasen, zegt Wilts. ‘Er is daarbij geen tekort aan keurmerken.’ Schuurman raadt ook aan om de verhuurder te vragen naar wat hij met producten doet die teruggestuurd worden. ‘Als je daar geen goed antwoord op krijgt, weet je dat het waarschijnlijk gewoon weggegooid wordt en het dus niet duurzamer is.’