Niet veel soeps: zo hoopt het afval zich op in de ruimte en de oceaan

beeld Sterre van der Helm | tekst Rosa Hofgärtner

, Bekijk deze special op desktop

We vullen de oceaan met plastic en de ruimte met satellieten. Een opvallende parallel: de lucht en het water zijn van iedereen, en daar maken we volop gebruik van. Maar zodra dat gebruik voor problemen zorgt, en ons afval de oceaan en de ruimte vervuilt, voelt niemand zich verantwoordelijk.

Wat nu?

dat er een enorme plasticsoep in onze oceanen dobbert is geen nieuws meer

Élke minuut wordt er een vrachtwagen vol plastic in zee gedumpt. Als we niet snel in actie komen, zijn dat in 2050 vier vrachtwagens. Tegen die tijd hebben we meer plastic dan vis in de oceanen.

maar ook boven ons hoofd hebben we er een troep van gemaakt

in de ruimte zweven miljoenen stukjes kapotte satellieten

Tot nu toe zijn er negenduizend satellieten de ruimte in geschoten. Die blijven nog honderden tot duizenden jaren om de aarde zweven – terwijl ze maar zo'n tien jaar werken.

waarom zijn satellieten zo belangrijk voor ons?

Satellieten voorzien ons van snel internet, helpen ons het weer te voorspellen, de weg te vinden en over langere afstand te communiceren. Voor het leger zijn satellieten ook van strategisch belang: het leger kan zo onbemande vliegtuigen besturen, tanks de goede richting op sturen en bommen op de juiste plek laten vallen. Zonder satellieten moeten we oude kaarten weer uit de kast halen om de weg te vinden, wordt vliegen een stuk gevaarlijker en kunnen we internationale voetbalwedstrijden niet meer zomaar thuis op de bank bekijken.

grote bedrijven als Amazon en SpaceX nemen steeds meer ruimte in

het nieuwe wilde westen

Elon Musk, CEO van SpaceX, is van plan om zo snel mogelijk zevenduizend satellieten te lanceren. Ook Jeff Bezos, oprichter van Amazon en de rijkste man ter wereld, wil meer dan drieduizend satellieten de ruimte in schieten. Bij elkaar zijn dat er meer dan er nu al in het heelal zijn.

Met al die satellieten willen de ruimtemagnaten straks het supersnelle 5G aanbieden, zodat hun klanten nóg sneller kunnen appen, selfies versturen en video's streamen. Bovendien kunnen ze zo een nieuw plekje bemachtigen tussen alle grote spelers op het gebied van de allernieuwste technologie. Robotauto's bijvoorbeeld: die kunnen alleen zelfstandig rijden met 5G, dat snel genoeg is om de software in de auto's op het verkeer te laten reageren. 

Ook China's aanwezigheid in de ruimte groeit: het Chinese telecombedrijf Huawei treft al jaren voorbereidingen om een enorm 5G-netwerk uit te rollen. De Chinese overheid helpt ze daar een handje bij: ze geven beurzen aan Chinese studenten om kennis over 5G te vergaren in het buitenland. En die kennis nemen ze uiteindelijk weer mee naar huis. In onze podcast hoor je wat dat precies betekent: open het vakje hieronder om de Future Shock te beluisteren.

5G en de groeiende invloed van Huawei

die verovering van de ruimte levert nóg meer ruimtepuin op: hoe gevaarlijk is dat?

levensgevaarlijk, zegt de directeur van ESA

'Satellieten bewegen met zeven kilometer per seconde. Met zo'n snelheid is alles wat groter is dan een paar centimeter een bom.'  

– Franco Ongaro, directeur van het Europees Ruimteagentschap

KLABAM

Ze noemen dat het Kessler-effect: als een satelliet tegen een stuk puin botst, ontstaat er een kettingreactie. De stukjes van de eerste inslag zorgen weer voor een andere botsing, die wéér tot een nieuwe crash leidt. Op die manier wordt de ruimte onbegaanbaar.

wat doet dat met geopolitieke verhoudingen?

Eind maart schoot India een satelliet kapot. Niet heel handig: de stukjes van de kapotte satelliet kwamen in dezelfde baan als het ruimtestation ISS terecht en brachten de astronauten aan boord in gevaar. Daar waren andere landen niet blij mee. 

terug naar de aarde

Net als puin in de ruimte, is plastic in zee een groot gevaar. Plastic zit inmiddels in bijna onze hele voedselketen: een garnaal eet plastic, een vis eet garnaal, wij eten vis. Via een omweg komen de kleinste deeltjes plastic ook in ons lichaam terecht.

wie is verantwoordelijk voor deze troep?

Eigenlijk niemand: de oceaan en de ruimte vallen onder internationaal recht, waar nu nog niks over het opruimen van het puin en plastic in staat. Alle manieren om de troep te vangen zijn bovendien zo ontzettend duur dat niemand het zomaar uit zichzelf opruimt, als het niet verplicht is. Hieronder leggen we uit waarom er (nog) niemand verantwoordelijk is voor de schoonmaak. 

ruimterecht

Om te voorkomen dat de Koude Oorlog zich naar de ruimte zou verplaatsen, werden er in de jaren vijftig razendsnel wetten voor de ruimte opgesteld. In 1957 lukte het de Russen om voor het eerst de ruimte te verkennen. De lancering van Spoetnik opende een wereld vol nieuwe kansen, maar dat bracht ook gevaren met zich mee. De internationale gemeenschap werd zenuwachtig: de lancering wakkerde een space race aan tussen de VS en de Sovjet Unie, in het midden van de Koude Oorlog. Er werd gevreesd voor een wapenwedloop in de ruimte. De Verenigde Naties kwamen snel bijeen om regels op te stellen: de ruimte mocht alleen voor vreedzame doeleinden worden gebruikt. Dus luidt de regel nu: iedereen mag de ruimte verkennen, als het gebruik maar ten goede komt van de mensheid.  

Niemand voorzag toen dat we uiteindelijk óók te maken zouden hebben met een afvalprobleem. Er waren maar een paar landen met voldoende kennis en geld om de ruimte te ontdekken, dus over ruimtepuin en het duurzaam gebruik van de ruimte maakte niemand zich zorgen. Nu staan landen én bedrijven te trappelen, en zijn de kosten van lancering flink omlaag gegaan. In andere woorden: de wetgeving voor de ruimte is niet meer van deze tijd.

zeerecht

Het beginsel van het zeerecht begon ook bij verkenningstochten. In de zeventiende eeuw bedacht een Nederlander, Hugo de Groot, het basisprincipe: de Nederlanders wilden gaan handelen met Indië, maar de wateren op de route daar naartoe werden door Portugezen geclaimd. Hugo de Groot bedacht Mare Liberum, de vrije zee; de zee is van iedereen en iedereen is vrij om te doen wat ze willen. Een paar eeuwen later, in 1994, vormde dat principe de basis voor het VN verdrag voor de internationale wateren: iedereen is vrij om te doen wat ze willen op zee, behalve als het expliciet wordt verboden in regels van het verdrag. Zoals ook in het ruimteverdrag staat, moet het gebruik van de zee wel ten goede komen voor de mensheid.  

Ook in dit verdrag is het opruimen van afval niet verplicht. Er zijn wel regels die zeggen dat vervuilen verboden is, maar die zijn vrij vaag en bovendien niet bindend. Vergeleken met de ruimte, is het op zee nóg lastiger om een verantwoordelijke aan te wijzen voor de soep: voordat een plastic flesje in het water belandt, heeft het een weg afgelegd langs zo veel verschillende actoren die allemaal een stukje van de verantwoordelijkheid dragen.

De regels gaan nu vooral over dumpen van afval op zee, maar heel veel troep komt natuurlijk van het land. Alleen al het feit dat landen zelf de straf bepalen voor het vervuilen (als ze daar überhaupt voor kiezen), maakt het nog ingewikkelder om de vervuiler voor de troep op te laten draaien.

Hieronder lees je wat er in de verdragen staat over de kostbare grondstoffen in de oceaan en de ruimte

de mijnen van de oceaan en de ruimte

Op de zeebodem en in asteroïden zijn er kostbare grondstoffen te vinden. Nu sommige van die grondstoffen op land schaars worden, bekijken landen de opties om ze elders vandaan te halen. In het ruimte- en zeeverdrag staat dat die grondstoffen van iedereen zijn: ze mogen niet worden toegeëigend door specifieke landen. Als je toch besluit die mineralen te ginnen, en daar geld mee verdient, moet je een deel van de winst delen met de rest van de mensheid: dat geld wordt dan, bijvoorbeeld, gestoken in milieubescherming of gegeven aan armere landen, zodat zij ook kunnen investeren in nieuwe technologie. Voor de oceaan is er de Zeebedautoriteit die bepaalt wie wat wanneer mag winnen en hoe veel van de winst je moet afgeven. In de aflevering 'Race naar de ruimte' onderzochten we hoe het precies zit met de ruimte, en waar er nog ruimte is voor verbetering. Ook in de uitzending 'Verovering van de Noordpool' zie je een race naar de grondstoffen: onder het smeltende ijs van de Noordpool komen gas, olie en zeldzame metalen vrij en dat zet geopolitieke verhoudingen op scherp. 

 

en wie gaat dat betalen?

Het lijkt misschien makkelijk voor de hand liggend: wie vervuilt, moet betalen. Dan is er genoeg geld voor de schoonmaak en probeert de vervuiler uit zichzelf al om minder afval te produceren. Maar zo makkelijk is dat niet, vooral niet op zee: het is moeilijk om te traceren waar het plastic precies vandaan komt en om te bepalen wie dan voor de kosten moet opdraaien. In de ruimte is dat overzichtelijker: als je een satelliet de ruimte in schiet, moet dat onder de vlag van een land. Een satelliet komt niet zo makkelijk in de ruimte als een plastic zakje in de oceaan. Al het afval dat zich nu al in de ruimte bevindt (en nog te traceren is), heeft dus wel een eigenaar. 

deze mensen werken aan een oplossing

Het opruimen is misschien nog niet verplicht, toch zijn er al een aantal mensen op grote schaal bezig met oplossingen. De ontwerper Daan Roosegaarde heeft het ruimtepuinprobleem op de kaart gezet met zijn 'Space Waste Lab'. Uitvinder en ondernemer Boyan Slat werkt aan het ambitieuze project om plastic uit de Pacifische Oceaan te vissen met 'The Ocean Clean Up'

De opruimideeën van Roosegaarde en Slat zijn gericht op de grote stukken ruimtepuin en plastic, die in theorie nog te vangen zijn. De kleine stukjes daarentegen, kunnen we waarschijnlijk nooit opruimen. Open de extra uitleg hieronder om meer te lezen over die ongrijpbare stukjes.

ruimtepuin: klein, kleiner, kleinst

Ruimtepuin dat groter is dan tien centimeter, kunnen we goed traceren: daarvan draaien er nu zo'n vierendertigduizend stukjes om de aarde. Als zo'n stukje in de baan van een satelliet terecht komt, dan kan die satelliet in principe nog van koers veranderen om een botsing te voorkomen. Op deze website kan je zelf zien waar de grotere stukken ruimtepuin zich bevinden en van wie ze zijn. 

Het probleem zit ‘m vooral in de kleine stukjes: die gaan nog sneller, kunnen niet worden gevolgd én het zijn er veel meer. Stukjes van een paar millimeter kunnen al aanzienlijke schade aanrichten. Naar schatting zijn er zeker één miljoen deeltjes ruimtepuin tussen de een en tien centimeter en 128 miljoen stukjes die kleiner zijn dan een centimeter. Het opruimen van grote stukken ruimtepuin is al een hele onderneming, maar het opvegen van de miljoenen kleine stukjes is praktisch onmogelijk.

plastic: macro, micro, nano

De plasticsoep bestaat niet alleen uit plastic flesjes of plastic tasjes, die in de oceaan ronddrijven: grote stukken plastic breken snel af in kleinere deeltjes, net zo lang tot het microplastic is. Mircoplastic komt ook kant-en-klaar de zee in via producten als scrubcrème, badschuim, tandpasta, en synthetische kleding, waar soms mircoplastic in zit verwerkt. Net als met ruimtepuin, zijn de kleine deeltjes niet meer te vangen. 

Als het plastic nog verder afbreekt, wordt het nanoplastic. Dat is nog véél kleiner dan microplastic; zelfs duizend keer zo klein zijn als een algencel. Nanoplastic wordt ook wel 'plastic smog' genoemd. Het is zo klein dat het zich door celwanden kan verplaatsen en je vindt het óveral: in ons drinkwater, in onze darmen en misschien zelfs in ons bloed.

een vangnet voor ruimtepuin

Verschillende bedrijven zijn aan het testen hoe we ruimtepuin kunnen vangen: dit staat nu nog in de kinderschoenen. De bedrijven onderzoeken verschillende technieken, van een vangnet tot harpoen, of zelfs een soort zeil om het puin af te remmen. In de video hierboven zie je er beelden van voorbijkomen. Met deze technieken moet het puin uiteindelijk in de dampkring terecht komen, waar het kan verbranden. Als je het ruimte-expert Tanja Masson-Zwaan vraagt, kan het vangen van zo'n vijf grote stukken per jaar, de kans op een Kessler-botsing aanzienlijk verminderen. Kunstenaar Daan Roosegaarde ziet ook creatieve kansen: wat als we van het verbranden van het afval een soort vuurwerkshow kunnen maken?

zo moet het plastic worden opgevist

Boyan Slat heeft een zeshonderd-meterlange drijvende slurf ontworpen, die ronddobberend plastic bij elkaar verzamelt en het vervolgens opvangt. Met zijn idee, dat hij bedacht voor zijn profielwerkstuk op de middelbare school, werd hij wereldwijd bekend: hij haalde miljoenen euro's op om het te realiseren. In de herfst van 2018 ging zijn uitvinding voor het eerst de zee op, maar al gauw bleek dat het eerste ontwerp niet werkte. De slurf krijgt een upgrade en gaat in 2020 weer de oceaan op. Met The Ocean Cleanup wil Slat de helft van de plasticsoep in de Pacifische Oceaan élke vijf jaar opruimen. Hij onderzoekt ook hoe hij het plastic vervolgens kan recyclen, door het te verkopen en dat geld weer te steken in nieuwe opruimtechnieken.      

niet méér erbij

We konden lang doorgaan met vervuilen: het afval in de oceaan en in de ruimte vindt plaats ver van ons dagelijks leven. Bijna niemand vaart regelmatig langs een plasticsoep of raast een stukje ruimtepuin voorbij. De initiatieven van Slat en Roosegaarde brengen het probleem eindelijk iets dichterbij.

En dat is mooi: opruimen is belangrijk. Maar als we het probleem niet bij de bron aanpakken, is het dweilen met de kraan open. Voordat je iets produceert, zou je je moeten afvragen: wat gebeurt er met dit product als het geen functie meer heeft?

Dat kan best: als een nieuwe satelliet de ruimte in gaat, zou je een beetje brandstof over kunnen houden om de satelliet aan het einde van zijn leven in de dampkring te verbranden of naar de kerkhofbaan (een baan om de aarde speciaal voor al het puin) te verplaatsen. Voor plastic geldt hetzelfde: in veel gevallen kan plastic worden vervangen door andere, duurzame materialen. Het plastic dat wél nodig is, zou makkelijker gerecycled moeten kunnen worden. Als dat niet lukt, zouden we ervoor moeten waken dat het niet in het water belandt.

dus, waar staan we nu? 

Iedereen heeft belang bij een schone ruimte en een schone zee. De oceaan en de ruimte zijn een gedeelde bron voor de mensheid: we halen er ons eten vandaan en zijn ervan afhankelijk voor onze communicatie. In de verdragen voor de oceanen en de ruimte staat dat deze gebieden van iedereen zijn, maar dat niemand verantwoordelijk is voor het opruimen. Steeds als we iets delen, lijken we het te verpesten: we vissen de oceanen leeg, we kappen bomen, en we maken de olie op, allemaal voor ons eigen korte termijn belang. We hebben het land uitgeput en zien nu toekomst in de zee en de ruimte. Maar bij het vormgeven van die toekomst, gebruiken we een wet uit een ver verleden.

Nieuwe wetgeving is een deel van de oplossing, maar misschien is een andere kijk op onze aarde nog wel belangrijker. Zoals Paul Kingsnorth, schrijver en voormalig milieuactivist, zegt: 'Je hoeft je eigen stront nooit op te ruimen, totdat je er diep in zit.'

Deze special is medemogelijk gemaakt door Tanja Masson-Zwaan, expert ruimterecht aan de Universiteit Leiden, en Alex Oude Elferink, directeur van NILOS.