Het is een piepklein berichtje, weggestopt op één van de binnenpagina’s van de New York Times van 28 augustus 1934. Er staat: “Op de Bow-gletsjer nabij Banff in de Canadese staat Alberta heeft de aldaar bekende berggids James Simpson een ijsbaan gemaakt voor de kunstrijtraining van zijn dochters Margaret en Mary. Volgens Simpson kan de ijsbaan een nieuwe trend worden en zal het mogelijk blijken om er het hele jaar door te kunnen schaatsen”. 

De droom van elke schaatser – zeker in de tijd dat kunstijsbanen nog dun gezaaid waren en maar een paar maanden per jaar geopend. Als ik in 2006 in Calgary ben om op de Olympische overdekte kunstijsbaan aldaar Shani Davis voor het eerst wereldkampioen te zien worden (Sven Kramer werd slechts derde!), grijp ik de kans aan om een uitstapje naar de Bow-gletsjer te maken en om in het nabijgelegen Banff het “Whyte Museum of the Canadian Rockies” te bezoeken, dat de nalatenschap beheert van James Simpson.

Groot is mijn vreugde als de archivaris van het museum uit een flinke stapel foto’s een foto tevoorschijn tovert die het bericht uit 1934 grandioos illustreert: boven een angstaanjagende gat in de gletsjer stralen twee jonge kunstrijdsters van boven het ijsplateau naar de fotograaf. De datum op de achterzijde van de foto vermeldt: 26 augustus 1934. Het bewijs ligt voor me: op een gletsjer kun je schaatsen!

Het museum over de Canadese Rockies blijkt ook nog een uniek interview te bezitten dat in 1968 is opgenomen met de toen al hoogbejaarde Simpson. In dat interview vertelt een wat krakende maar nog levendige stem uitgebreid over zijn leven, dat zich grotendeels afspeelde in de Canadese Rockies.

Als de roodharige Simpson zich in 1898 als 19-jarige migrant vanuit Engeland in Banff vestigt, zijn de onherbergzame Rockies nog het domein van voornamelijk de Cree-Indianen, maar lang zou dat niet meer duren. Ingenieurs zijn op zoek naar een geschikt tracé voor de geplande Canadian Pacific Railway, en verder oefenen de tot 4000 meter hoogte reikende bergen een grote aantrekkingskracht uit op bergbeklimmers, avonturiers, jagers en kunstenaars. In hoog tempo zullen de oorspronkelijke bewoners uit de bergen verdreven worden.

Simpson werkt aanvankelijk voor de spoorwegen, maar als hij het gebied stroomopwaarts langs de Bow-rivier tot aan de gletsjer goed kent, en ondertussen goede betrekkingen met de daar levende Indianen heeft opgebouwd, wordt hij één van de meest geliefde gidsen in het gebied. Als hij in 1898 bij het Bow-meer aan de voet van de gletsjer kampeert, neemt hij zich voor op die plek, volgens hem de mooiste plek op aarde, ooit een huis te bouwen.

In 1923 begint Simpson met de bouw van zijn “shack”: een eigenhandig, geheel zonder bouwtekening gebouwd uniek achthoekig gebouw. Hij noemde het onderkomen “Num-Ti-Jah,” het woord dat de Cree-Indianen voor een martersoort die veel in het dal voorkomt en waarvan de vacht gewild is voor kleding. Met zijn vrouw Billie betrekt Jimmy zijn nieuwe thuis, waar ook zijn dochters Margaret en Mary geboren worden.

Het Num-Ti-Jah hotel in 2006 

Van jongs af aan zijn de meisjes gek op schaatsen. Dat kunnen ze volop op het Bow-meer, zolang er tenminste niet al te veel sneeuw op ligt. In 1934 loopt Simpson met een team van glaciologen op zijn sneeuwschoenen weer eens over de gletsjer. Het lopen op sneeuwschoenen (een soort tennisrackets die je onder je schoenen bevestigd om niet weg te zakken in de sneeuw) beheerst Simpson zo goed, dat de Cree-Indianen hem “Nashan-esen” noemden: “de man die met zijn sneeuwschoenen over de vlakte vliegt.” Als de wetenschappers vertrokken zijn, krijgt Simpson een idee. Met zijn dochters én hun kunstschaatsen gaat hij terug naar de gletsjer om te kijken of er ook op geschaatst kan worden. Aanvankelijk is het geen succes, zo vertelt Simpson op de geluidsband van het museum: “Mary viel direct omdat er allemaal kuilen in het ijs zaten. Toen haalde ik een ijsschraper uit Banff en daarmee egaliseerden we de ijsvlakte op het eerste plateau van de gletsjer. Met wat lappen op stokken beschermden we het ijs tegen de zon. De meiden hadden de tijd van hun leven op de zomerijsbaan: ze liepen van de hut naar de gletsjer, trokken hun schaatsen aan en reden weg. Zo konden mijn dochters ook thuis ‘s zomers trainen.”

De zusjes schaatsend op het Bow-meer, ca. 1930

Mede dankzij hun trainingen op de gletsjer groeien Margaret en Mary Simpson uit tot fameuze kunstrijdsters. Als elf- en negenjarige maken ze in 1928 hun debuut bij het wintercarnaval van Banff. Ze worden ontdekt door de beroemde Canadese hard- en kunstrijder Gordon Thompson uit Saskatoon, die de zusjes gaat trainen en ze meeneemt op tours door Canada. In april 1934, nadat Mary vierde wordt bij het Canadese kampioenschap, maakt het duo als “the Simpson Sisters” aan de zijde van niemand minder dan Sonja Henie, de Olympisch kampioene van 1928 en ’32, hun professionele debuut in een ijsrevue. Tot 1940 blijven ze actief als professionele kunstrijdsters. In dat jaar overleed Mary in het kraambed van haar eerste kind en beëindigt ook zus Margaret haar schaatscarrière.

De Bow-gletsjer boven het Num-Ti-Jah hotel in de zomer van 2017 

De Bow-gletsjer ligt zo’n negentig kilometer ten noorden van Banff. In 1934 liep de weg langs de Bow-rivier niet verder dan Lake Louise, dat zou uitgroeien tot één van de meest populaire wintersportoorden van Canada. Nu loopt de weg verder tot Jasper. Als ik in maart 2006 onder een stralend zonnetje op weg ga naar de gletsjer, zie ik na zo’n anderhalf uur midden in de Bow-vallei de prachtige, roodgeschilderde “hut” liggen. Met het dikke pak sneeuw op het bevroren meer en de gletsjer in de verte is het geen wonder dat Simpson deze plek bij zijn eerste kennismaking in 1898 de mooiste plek op aarde noemde en zichzelf beloofde om hier ooit te gaan wonen. De nieuwe eigenaar van Num-Ti-Jah vertelt me dat hij het hotel drie jaar daarvoor heeft overgenomen na het overlijden van de kinderloos gebleven zoon van Jimmy Simpson. De sfeer van het hotel is onveranderd gebleven. Rond de open haard en in tal van kamers hangen schilderijen en foto’s die Jimmy Simpson tijdens zijn leven heeft verzameld of zelf gemaakt. Zelfs de foto van de op de gletsjer schaatsende Simpson-sisters hangt in kamer 14 aan de muur! 

De plek waar de zusjes in 1934 geschaatst moeten hebben, en waar toen nog gletsjer-ijs lag 

Met van het hotel geleende sneeuwschoenen, strompel ik in zo’n anderhalf uur over het bevroren meer en door de sneeuw naar de plek waar volgens een oude kaart ooit de gletsjer eindigde. Waar ooit het eerste plateau van de gletsjer moet hebben gelegen, de plek waar Simpson de ijsbaan voor zijn dochters aanlegde, vind ik nu alleen nog maar een enkel hoopje sneeuw. Het tweede plateau is zonder een professionele bergbeklimmersuitrusting niet bereikbaar. Ergens een paar meter boven de plek waar ik me bevind, moeten Margaret en Mary Simpson in 1934 op de eerste ijsbaan die ooit op een gletsjer werd aangelegd, hun pirouettes gedraaid hebben. De rotsen die er eeuwenlang onder verborgen lagen, steken nu hun kale punten door de sneeuw de lucht in.

naschrift

Het blijkt dat er nog steeds op gletsjer-ijs geschaatst wordt. In 2013 postte de Japanse kunstrijdster Shizuka Arakawa, de Olympisch kampioene van 2006, op twitter een publiciteitsfoto waarop ze schaatsend te zien is op een gladgeschaafd stuk gletsjer-ijs. Het is onbekend waar de foto gemaakt is.

Shizuka Arakawa, schaatsend op een stuk gletsjer-ijs